U geeft dit interview tijdens het testen van de lichtregie. In welk licht zingt sopraan Myrtò Papatanasiu de wereldberoemde aria Vissi d'arte, Vissi d'amore?
...

U geeft dit interview tijdens het testen van de lichtregie. In welk licht zingt sopraan Myrtò Papatanasiu de wereldberoemde aria Vissi d'arte, Vissi d'amore? Rafael R. Villalobos: Lichtkunstenaar Felipe Ramos vangt Tosca tijdens die scène in contrastrijk zwart-witlicht. Puccini's opera bestaat uit drie bedrijven die we telkens anders vormgeven. Deze aria zingt Floria Tosca in het tweede bedrijf. Zij is een zangeres die ervoor wil zorgen dat haar minnaar, de schilder Mario Cavaradossi, in leven blijft. Hij werd door de Romeinse politie ter dood veroordeeld omdat hij in zijn atelier een gevluchte politieke gevangene onderdak verleende. Tosca zingt de aria wanneer ze beseft dat ze te zeer vertrouwde in God en in haar stad. Tijdens dat bedrijf toon ik fragmenten uit Pier Paolo Pasolini's film Salò o le 120 giornate di Sodoma. Dat zijn heftige beelden van kinderen die gefolterd worden. Villalobos: Ja. Maar Pasolini toont ook mooie, rustige beelden. Het is een film over een prachtige villa waar achttien kinderen misbruikt worden door, onder meer, fascistische leiders en een bisschop. Ik gebruik de beelden omdat ze tonen hoe vervreemd Tosca zich voelt van haar stad. Eigenlijk zou deze opera Roma moeten heten. De stad is het hoofdpersonage. In 2015 en 2016 woonde ik in Rome en ervoer ik haar haast existentiële gespletenheid. Rome is oogverblindend prachtig maar heeft ook een duistere kant. Politiek en religie zijn er op een wrede manier met elkaar verweven. Dat was in 1900 zo, toen Tosca in première ging. Dat was in 1975 zo, toen Pasolini vermoord werd, na het draaien van Salò. En dat is nog steeds zo. Deze Tosca baadt in schoonheid, onder meer dankzij de schilderijen van Santiago Ydanez, een van Spanjes grootste kunstenaars. Hij speelt in de werken met licht zoals de zestiende-eeuwse schilder Caravaggio dat deed. De kracht van opera is om met schoonheid de donkere kanten van het bestaan te belichten. Dat doe ik. Dit is de eerste keer dat u een opera van Puccini regisseert. Is dit ook dé opera voor wie voor het eerst naar de opera gaat? Villalobos: Absoluut! Je wordt omhuld door schoonheid én toch word je aan het denken gezet over hoe politieke en religieuze macht ons beknotten. Wanneer werd u verliefd op de opera? Villalobos: Ik was tien. Ik zat met mijn ouders in De Munt en zag Francesco Cavalli's La Calisto. Ik wist: dit is wat ik wil doen. Nu beleef ik mijn droom, maar dan nóg mooier. Die tienjarige jongen besefte niet dat je hier omringd wordt door een topteam. Wat zou ik doen zonder de gigantische input van dirigent Alain Altinoglu? Tot slot. Op uw website staat: 'Ik zal nooit Richard Wagners Tristan und Isolde regisseren.' U mag nooit... Villalobos:... 'nooit' zeggen! (lacht) Tristan und Isolde is mijn lievelingsopera. Elk jaar doe ik mezelf een opvoering cadeau. Vier uur lang kippenvel! De laatste woorden van Isolde - höchste Lust! - draag ik als tattoo op me. Ik denk dat het een héél frustrerende opera is om te regisseren. Maar, ik besef na acht jaar werken als operaregisseur dat je een opera pas écht leert kennen in de repetitieruimte. Voor ik met pensioen ga, doe ik mezelf misschien de regie van de allermooiste opera cadeau.