Razzia is de zevende film van een man die de voorbije vijftien jaar drie keer hoge ogen heeft gegooid. Met het bikkelharde Ali Zaoua (2000), over straatkinderen in Casablanca, werd Nabil Ayouch internationaal opgemerkt. In Les chevaux de Dieu (2012) ontrafelde hij de gronden van radicalisering in Sidi Moumen, de achterbuurt van Casablanca van waaruit de zelfmoordterroristen van de bomaanslag van 2003 afkomstig waren. En na Much Loved (2015), over vier prostituees, werd hij door het Marokkaanse culturele establishment uitgespuwd. Hoe had hij het bestaan om een film te maken over hoereren, een verderfelijk tijdverdrijf dat in Marokko toch niet voorkomt? Zelfs collega-regisseurs durfden hem niet publiekelijk te verdedigen.
...

Razzia is de zevende film van een man die de voorbije vijftien jaar drie keer hoge ogen heeft gegooid. Met het bikkelharde Ali Zaoua (2000), over straatkinderen in Casablanca, werd Nabil Ayouch internationaal opgemerkt. In Les chevaux de Dieu (2012) ontrafelde hij de gronden van radicalisering in Sidi Moumen, de achterbuurt van Casablanca van waaruit de zelfmoordterroristen van de bomaanslag van 2003 afkomstig waren. En na Much Loved (2015), over vier prostituees, werd hij door het Marokkaanse culturele establishment uitgespuwd. Hoe had hij het bestaan om een film te maken over hoereren, een verderfelijk tijdverdrijf dat in Marokko toch niet voorkomt? Zelfs collega-regisseurs durfden hem niet publiekelijk te verdedigen. Ayouch verwachtte moeilijkheden, maar dat hij met de dood zou worden bedreigd, kon hij niet vermoeden. Hij verwerkte zijn woede in zijn nieuwe film. Razzia (Arabisch voor 'overval') is een caleidoscopische prent over een handvol personages die, elk op hun manier, worden verhakkeld door het systeem. In 1982 ziet de idealistische leraar Abdallah zijn werk met een Amazigh-gemeenschap in het Atlasgebergte gedwarsboomd door de arabisering van het onderwijs. In 2011 voelt de ongelukkig getrouwde Salima zich gevangen in een patriarchale maatschappij, wordt de homoseksuele meubelmaker Rachid door zijn omgeving verworpen, en worstelt het eenzame tienermeisje Ines met haar seksualiteit. De verhalen spelen zich af tegen een achtergrond van groeiend straatprotest en komen samen op een elitair verjaardagsfeest. De drank en hapjes daar worden verzorgd door de Joodse restauranthouder Joe en zijn kelner Ilias, een man van middelbare leeftijd die verslingerd is aan de Hollywood-klassieker Casablanca uit 1942. Toen een Amerikaanse producer Ayouch een tijd geleden vroeg of het hem stoorde dat de hele wereld de stad Casablanca kende vanwege een film die daar niet is gedraaid, zei de regisseur eerst van niet. 'Maar het bleef me bezighouden', geeft hij nu toe. 'Vooral omdat de meeste inwoners van de stad ervan overtuigd zijn dat het wél zo is.' Nabil Ayouch: Je hoeft niet ver te zoeken om een man te vinden die beweert dat hij als kind bij de opnames van Casablanca aanwezig was of een glimp van Humphrey Bogart heeft opgevangen. Dat is aandoenlijk, maar het geeft ook aan hoezeer deze maatschappij in fantasmen leeft. Het is een metafoor voor de gespleten persoonlijkheid van de hedendaagse Marokkanen. Daarom is Casablanca mijn film binnengeslopen. Bovendien valt een parallel te trekken tussen de strijd van de personages in Casablanca en die in Razzia: in beide gevallen vechten ze tegen een verfoeilijke, totalitaire ideologie - of het nu gaat om het nazisme in de jaren veertig of de intolerantie en het verzet tegen beschaving en verlichting van tegenwoordig. Dat heb ik met Much Loved sterk gevoeld: ik had nooit gedacht dat mensen een regisseur fysiek zouden aanvallen vanwege zijn film. Vanwaar komt uw neiging om heikele thema's op te zoeken? Ayouch: Ik zou het abnormaal vinden als ik me níét zou interesseren voor kwesties en mensen die normaal geen aandacht krijgen. Aangezien er in Marokko bijvoorbeeld geen seksuele vrijheid is, zijn alle excessen toegelaten. Wat 'haram' is, omspant alles wat zich niet binnen het huwelijk afspeelt - en zo bestaat er geen verschil tussen de overspelige, de homo, het ongehuwde meisje dat haar maagdelijkheid verliest en de pedofiel. Wellicht speelt ook mijn jeugd een rol. Ik ben opgegroeid in Sarcelles, een Parijse banlieu waar één inwoner op de drie werkloos is, als kind van een Franse moeder en een (afwezige) Marokkaanse vader. Parijs was veraf en dichtbij tegelijk. We zagen de lichten van de stad in de verte en er was een goede verbinding met de RER. Maar psychologisch was Parijs onbereikbaar. Alleen via voetbal en criminaliteit konden de meeste jongeren zich maatschappelijk emanciperen. Toen ik de eerste keer in de achterbuurt Sidi Moumen kwam, herkende ik de dynamiek meteen. Daarom heb ik Ali Zaoua gemaakt, en later Les chevaux de Dieu. U had ook een film kunnen maken over de Parijse banlieues, maar u koos resoluut voor een land waarvan u de taal niet eens sprak. Ayouch: Eerlijk gezegd deed ik dat uit verveling: ik heb het gevoel dat in Europa alles al is gezegd, dat ook het mentale landschap is volgebouwd. Mijn verhuizing naar Marokko in 1999 kwam ook vanuit een zoektocht naar mijn identiteit. Mijn moeder heeft me als een Fransman opgevoed, en toch heb ik die naam waar ik niet onderuit kan. Dat deel van mezelf dat je niet kunt ontkennen, alleen al omdat de anderen het je nooit laten vergeten. Viel de aanpassing aan de Marokkaanse maatschappij u zwaar? Ayouch: Best wel, ja. De Marokkaanse maatschappij stoelt op een fatalistisch levensbeeld: 'Alles wat is, heeft zo moeten zijn', heet het, 'vanwege God en het lot.' Dat biedt een ideale manier om je verantwoordelijkheden te ontlopen. Terwijl ik net groot geworden ben met het idee dat mensen keuzes hebben, dat verandering mogelijk is. Tegelijk hou ik ontzettend van de ziel van de mensen, de ziel van het land. Hoe zien Marokkaanse collega's u? Ayouch: Ze beschouwen me niet als een echte Marokkaan. Ik ben compromisloos en durf ongezouten de waarheid zeggen, net omdat ik daar niet ben opgegroeid. Omdat 'les années de plomb' - waarmee wordt verwezen naar het repressieve regime van Hassan II (tussen 1961 en 1999, nvdr.) - me bespaard zijn gebleven. Anders zou ik Much Loved wellicht nooit gemaakt hebben. Zou u dat ook nog gedaan hebben als u de reactie op die film op voorhand had gekend? Ayouch: Absoluut. Ik ben in Much Loved honderd procent oprecht geweest, zoals in al mijn films. Elk project wordt voorafgegaan door jaren research. Anders zou het me aan legitimiteit ontbreken, en dus ook aan de moed om de film te realiseren. Mensen vragen me vaak waarom er in al mijn films prostituees opduiken, in kleine of grote rollen. Op zich is het eenvoudig: ze zijn een wezenlijk onderdeel van de maatschappij, of je dat nu wilt zien en fijn vindt of niet. Bovendien bewonder ik die vrouwen oprecht en gruw ik van de fundamentele onrechtvaardigheid die hun hele leven bepaalt. Dacht je dat de modale Marokkaanse prostituee haar centen louter aan vertier, make-up en nieuwe kleren verdoet? In veel gevallen is zij de belangrijkste kostwinner van haar gezin, en tegelijk wordt ze door haar verwanten verketterd. Die fenomenale hypocrisie stuit me tegen de borst. U werkt nu bijna twintig jaar als regisseur in Marokko: is er in die tijd veel veranderd? Ayouch: De Marokkaanse maatschappij is erg verhard. Dat heeft rechtstreeks te maken met de arabisering van het onderwijs in de jaren tachtig. In 2009-2010 is de eerste generatie aan de macht gekomen die onder dat nieuwe systeem studeerde. Ze is minder open, conservatiever, vrouwonvriendelijker, slechter voorbereid op een snel veranderende wereld.En toen kwam de Arabische Lente, die algemeen voor een grotere expressievrijheid zorgde. Je zou dan denken dat zulks vooral goed uitpakt voor de progressieve krachten, maar net de conservatieven hebben er hun voordeel mee gedaan. Zij domineren het maatschappelijke debat op ongeziene wijze. De verwerping van 'de ander' is nog groter geworden, zelfs als die ander - de homo, de alleenstaande moeder, het zwangere meisje - eigenlijk een deel van ons is. Hoe komt het dat de Arabische Lente in Egypte, Tunesië, Libië, Syrië en Jemen zulke ingrijpende gevolgen heeft gehad en in Marokko niet? Ayouch: Omdat de compromiscultuur bij ons veel sterker is. Als de modale Marokkaan de rekening maakt, concludeert hij bovendien dat de situatie absoluut niet zo slecht is als ze in de buurlanden was. Marokko is nooit zo'n politiestaat geweest als Tunesië, bijvoorbeeld. En de Egyptische president Moebarak noch de Tunesische president Ben Ali was zo met het volk verbonden als de Marokkaanse koning Mohammed VI: het royalisme heeft het land voor een regimewissel behoed. De voorbije twee decennia is het in Marokko eigenlijk twee kanten tegelijk uitgegaan, waardoor de polarisatie erg toenam. De winst ligt erin dat de pers veel vrijer is geworden, dat er meer individuele vrijheden zijn, dat de Moudawana (de familiewetgeving, nvdr.) in het voordeel van de vrouwen werd hervormd. Maar een wetswijziging is pas effectief als de mentaliteit ook in die richting evolueert, en dat is volstrekt niet het geval. Ik zie nu juist minder vrouwen in de regering, in de publieke ruimte en in de economie. En ik merk dat de fenomenale welvaartskloof nog is toegenomen. De protesten van de chômeurs diplomés (de opgeleide werklozen, die driekwart van de werkloze jongeren uitmaken, nvdr.) die de achtergrond vormen van mijn film, worden groter, de frustratie is echt gigantisch. Hoe moet die situatie volgens u worden aangepakt? Ayouch: De welvaartskloof kun je alleen oplossen via goed onderwijs, en dat is momenteel een verre droom. De huidige crisis is ook terug te voeren naar de privatisering. Daardoor is er nooit veel aandacht geweest voor deftig algemeen onderricht. Het is simpel: wie de middelen heeft, kiest resoluut voor privéonderwijs in Marokko of voor een buitenlandse studie. En al de rest telt gewoon niet mee. De achterstand is zo groot dat een stap moet worden overgeslagen. Gedigitaliseerd onderricht in de dorpen: zoiets zal het moeten zijn. Op microniveau moet je de uitsluiting aanpakken via culturele centra in achtergestelde wijken. Als ik als jongere in Sarcelles in het Forum des Cholettes niet had kennisgemaakt met Charlie Chaplin, als ik daar geen tapdans had geleerd, dan was ik nooit regisseur geworden. Net daarom hebben we in Casa ook het centrum Les Étoiles de Sidi Moumen opgericht - omdat cultuur een beter medicijn tegen radicalisering is dan repressie. Dat heb ik aan den lijve ondervonden.