Dat schrijft Het Nieuwsblad donderdag. Nochtans was de oprichting van zo'n fonds een van de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie van 22 maart.

De commissie die de aanslagen onderzocht, adviseerde in april 2017 om een garantiefonds uit te werken, zoals in landen als Frankrijk bestaat. 'De commissie beveelt om voor de toekomst een systeem uit te werken waarbij de staat slachtoffers meteen hulp en schadevergoedingen kan toekennen, welke vervolgens door de staat gerecupereerd worden bij de verzekeringsmaatschappijen.'

Dat garantiefonds is al jaren het stokpaard van slachtofferverenigingen, want bij een volgende terreuraanslag zou de puzzel nog moeilijker kunnen liggen. Zo'n fonds zou slachtoffers meteen uitbetalen, waarna de staat moet uitzoeken bij welke verzekeraar ze dat bedrag moeten recupereren. De verzekeringssector is geen voorstander van zo'n systeem.

Uit een document van de FOD Justitie blijkt nu dat het garantiefonds er niet komt. 'Er is in de vorige legislatuur voor een andere oplossing gekozen', zegt het kabinet van Justitieminister Vincent Van Quickenborne (Open Vld).

In 2018 koos het parlement om het plafond voor noodhulp door de 'commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden' op te trekken van 30.000 euro naar 125.000 euro. Dat werd in 2019 in een wet gegoten. 'Daarmee werd de aanbeveling van de commissie ook uitgevoerd. (...) Bovendien werken we aan een wetswijziging die de garantie biedt dat alle slachtoffers van terreur vergoed zullen worden, of ze nu verzekerd zijn of niet, en waar de aanslag ook mag plaatsvinden.'

Dat schrijft Het Nieuwsblad donderdag. Nochtans was de oprichting van zo'n fonds een van de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie van 22 maart. De commissie die de aanslagen onderzocht, adviseerde in april 2017 om een garantiefonds uit te werken, zoals in landen als Frankrijk bestaat. 'De commissie beveelt om voor de toekomst een systeem uit te werken waarbij de staat slachtoffers meteen hulp en schadevergoedingen kan toekennen, welke vervolgens door de staat gerecupereerd worden bij de verzekeringsmaatschappijen.' Dat garantiefonds is al jaren het stokpaard van slachtofferverenigingen, want bij een volgende terreuraanslag zou de puzzel nog moeilijker kunnen liggen. Zo'n fonds zou slachtoffers meteen uitbetalen, waarna de staat moet uitzoeken bij welke verzekeraar ze dat bedrag moeten recupereren. De verzekeringssector is geen voorstander van zo'n systeem. Uit een document van de FOD Justitie blijkt nu dat het garantiefonds er niet komt. 'Er is in de vorige legislatuur voor een andere oplossing gekozen', zegt het kabinet van Justitieminister Vincent Van Quickenborne (Open Vld). In 2018 koos het parlement om het plafond voor noodhulp door de 'commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden' op te trekken van 30.000 euro naar 125.000 euro. Dat werd in 2019 in een wet gegoten. 'Daarmee werd de aanbeveling van de commissie ook uitgevoerd. (...) Bovendien werken we aan een wetswijziging die de garantie biedt dat alle slachtoffers van terreur vergoed zullen worden, of ze nu verzekerd zijn of niet, en waar de aanslag ook mag plaatsvinden.'