De Brusselse rechtbank van eerste aanleg veroordeelde de Belgische overheid gisteren/woensdag om binnen de dertig dagen een eind te maken aan de coronamaatregelen, op straffe van een dwangsom van 5.000 euro per dag vertraging. Volgens de rechter is de wettelijke basis waarop de ministeriële besluiten gebaseerd zijn niet geldig. De regering besliste woensdag al om in beroep te gaan tegen die uitspraak. "Omdat we denken dat we daar een punt te maken hebben", zei premier Alexander De Croo donderdag in de Kamer, waar hij en minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CDV) vragen kregen van Barbara Pas (Vlaams Belang), Sophie Rohonyi (DéFI), Peter De Roover (N-VA), Jean-Marie Dedecker (Onafhankelijk), Patrick Dewael (Open Vld) en Servais Verherstraeten (CDV). De regering blijft geloven in de wettelijkheid van de maatregelen. "Het arrest zegt niets over de grondwettelijkheid van de maatregelen zelf. Die worden niet in vraag gesteld en blijven ook gelden", zei De Croo. Bovendien heeft de Raad van State al verschillende keren geoordeeld dat de wettelijke basis - in casu de wet op de civiele veiligheid - wel voldoende is, benadrukte hij. Tegelijkertijd werkt de regering wel aan een oplossing, gaf de premier aan. "Een Russisch spreekwoord zegt: 'bid tot god, maar roei toch altijd naar de oever'. Heb vertrouwen, maar werk intussen toch maar een oplossing uit." Die oplossing is de pandemiewet, waarvan het voorontwerp de afgelopen weken grondig besproken is in het parlement en die nu teruggaat naar de regeringstafel voor eventuele aanpassingen. "Het is overduidelijk dat de timing een uitdaging zal zijn, maar ik denk dat het met gezonde spoed mogelijk moet zijn om de pandemiewet op tijd af te werken", zei De Croo. Hij benadrukte wel dat de regering wil luisteren naar het advies van de Raad van State - dat later deze maand verwacht wordt - en naar de opmerkingen van de Kamer. "Dat gaat over meer dan 600 pagina's, die we in detail gaan bestuderen." (Belga)

De Brusselse rechtbank van eerste aanleg veroordeelde de Belgische overheid gisteren/woensdag om binnen de dertig dagen een eind te maken aan de coronamaatregelen, op straffe van een dwangsom van 5.000 euro per dag vertraging. Volgens de rechter is de wettelijke basis waarop de ministeriële besluiten gebaseerd zijn niet geldig. De regering besliste woensdag al om in beroep te gaan tegen die uitspraak. "Omdat we denken dat we daar een punt te maken hebben", zei premier Alexander De Croo donderdag in de Kamer, waar hij en minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CDV) vragen kregen van Barbara Pas (Vlaams Belang), Sophie Rohonyi (DéFI), Peter De Roover (N-VA), Jean-Marie Dedecker (Onafhankelijk), Patrick Dewael (Open Vld) en Servais Verherstraeten (CDV). De regering blijft geloven in de wettelijkheid van de maatregelen. "Het arrest zegt niets over de grondwettelijkheid van de maatregelen zelf. Die worden niet in vraag gesteld en blijven ook gelden", zei De Croo. Bovendien heeft de Raad van State al verschillende keren geoordeeld dat de wettelijke basis - in casu de wet op de civiele veiligheid - wel voldoende is, benadrukte hij. Tegelijkertijd werkt de regering wel aan een oplossing, gaf de premier aan. "Een Russisch spreekwoord zegt: 'bid tot god, maar roei toch altijd naar de oever'. Heb vertrouwen, maar werk intussen toch maar een oplossing uit." Die oplossing is de pandemiewet, waarvan het voorontwerp de afgelopen weken grondig besproken is in het parlement en die nu teruggaat naar de regeringstafel voor eventuele aanpassingen. "Het is overduidelijk dat de timing een uitdaging zal zijn, maar ik denk dat het met gezonde spoed mogelijk moet zijn om de pandemiewet op tijd af te werken", zei De Croo. Hij benadrukte wel dat de regering wil luisteren naar het advies van de Raad van State - dat later deze maand verwacht wordt - en naar de opmerkingen van de Kamer. "Dat gaat over meer dan 600 pagina's, die we in detail gaan bestuderen." (Belga)