Het gaat om de kinderen van Syriëstrijdsters Nadia Baghouri, Jessie Van Eetvelde en Sabah Hammani, en Syriëstrijder Adel Mezroui. De ouders zelf moeten geen bijstand of documenten krijgen. De kortgedingrechter legt de Belgische staat ook een dwangsom op van 5.000 euro per dag vertraging en per kind.

De vrouwen en kinderen verblijven in het vluchtelingenkamp Al-Hol, buiten de bufferzone die de Turken momenteel bezetten in Syrië. Mezroui zit in de Koerdische gevangenis in Al-Hasakah, zonder medische bijstand. Via hun advocaten, Abderrahim Lahlali en Mohamed Ozdemir, hadden ze een kort geding ingesteld. Ze eisten daarbij dat de Belgische overheid hen humanitaire en consulaire bijstand zou bieden, door haar consulair personeel in te schakelen, afspraken te maken met de lokale autoriteiten en ngo's, en hen de reis- en identiteitsdocumenten te bezorgen, zodat ze naar België zouden kunnen reizen. Minstens werd gevraagd dat België DNA-stalen zou afnemen, zodat de afstamming van de kinderen kan vastgesteld worden.

Volgens de Belgische staat stond niet vast dat de vier volwassenen wel degelijk de ouders van de tien kinderen waren, maar de rechtbank stelde vast dat zij op zijn minst zorg dragen voor de kinderen en er een emotionele band mee hebben, en door verschillende personen wel degelijk beschouwd worden als de ouders. Dat 'bezit van staat' geeft hen een rechtstreeks, persoonlijk, en moreel belang om de kinderen naar België te laten repatriëren en hen te laten opgroeien in veilige leefomstandigheden.

Nog volgens de rechtbank is ook bewezen dat ze zich in zeer slechte en gevaarlijke levensomstandigheden bevinden. De Belgische staat hield voor dat de vier volwassenen zich niet op die deplorabele toestand van de kinderen zouden kunnen beroepen, omdat zij door hun vertrek naar Syrië zelf verantwoordelijk zouden zijn voor die situatie. Maar dat deed de rechtbank af als 'een cynisme dat een rechtstaat die stichtend lid van de Raad van Europa en mede-onderhandelaar van het EVRM is, onwaardig is.'

De Belgische staat had ook aangevoerd dat de kortgedingrechter haar niet kon verplichten consulaire bijstand te leveren, omdat dat een discretionaire bevoegdheid is van de uitvoerende macht. Maar de rechtbank is van oordeel dat consulaire bijstand sinds een nieuwe wet van mei 2018 wel degelijk een recht is, waarop personen die zich in een situatie van onmenselijke behandeling bevinden, en heel zeker minderjarigen, zich kunnen beroepen. Alleen kunnen Nadia Baghouri, Jessie Van Eetvelde, Sabah Hammani, en Adel Mezroui zich als volwassenen niet op dat recht beroepen, omdat ze zich welbewust in het gewapend conflict in Syrië begeven hebben, en er bovendien hebben aan wensten deel te nemen.

'Wat de tien betrokken minderjarigen betreft, geldt dat zij zich niet vrijwillig in oorlogsgebied begeven hebben en niet de gevolgen mogen dragen van de daden van hun ouders', oordeelt de rechtbank. 'Aangezien deze kinderen ogenschijnlijk in de interesse- en beschermingssfeer van de Belgische staat komen en de belangen van de kinderen worden gediend door een overbrenging naar België, is de Belgische Staat verplicht hen consulaire bijstand te verlenen.'

België moet de tien kinderen nu binnen de zes weken na de betekening van het vonnis consulaire bijstand verlenen en hen identiteits-, administratieve of reisdocumenten bezorgen die hen in staat stellen om onder begeleiding vanuit Syrië naar België te reizen en regelmatig België binnen te komen, zoniet volgt er een dwangsom van 5.000 euro per dag vertraging en per kind. Er geldt geen maximumbedrag voor de dwangsommen.

Tegen de beschikking is nog beroep mogelijk. Dat beroep werkt evenwel niet opschortend.

Advocaten Abderrahim Lahlali en Mohamed Ozdemir wijzen er woensdag in een reactie op dat de Koerdische autoriteiten in het verleden aan de EU lieten weten dat ze de kinderen onder geen beding zouden scheiden van hun moeder. 'De Belgische staat heeft daarom mijns inziens een morele plicht om inspanningen te leveren om ook de moeders terug te halen. Ik zie niet in hoe de beschikking anders ten uitvoer kan gelegd worden', zegt Lahlali.

Volgens Lahlali en Ozdemir maakt de kortgedingrechter een opening in de uitspraak door erop te wijzen dat de Belgische staat uit 'mededogen' een inspanning kan leveren voor de moeders, met het oog op wat volgt. De advocaten merken ook op dat een Franstalige kortgedingrechter in Brussel eerder al oordeelde dat de Belgische staat alles in het werk moest stellen om niet alleen twee kinderen maar ook hun moeder terug te halen uit Syrië, zodat ze niet gescheiden zouden worden. 'We hopen dat de Belgische staat hen gelijk behandelt', aldus Lahlali.

Het gaat om de kinderen van Syriëstrijdsters Nadia Baghouri, Jessie Van Eetvelde en Sabah Hammani, en Syriëstrijder Adel Mezroui. De ouders zelf moeten geen bijstand of documenten krijgen. De kortgedingrechter legt de Belgische staat ook een dwangsom op van 5.000 euro per dag vertraging en per kind. De vrouwen en kinderen verblijven in het vluchtelingenkamp Al-Hol, buiten de bufferzone die de Turken momenteel bezetten in Syrië. Mezroui zit in de Koerdische gevangenis in Al-Hasakah, zonder medische bijstand. Via hun advocaten, Abderrahim Lahlali en Mohamed Ozdemir, hadden ze een kort geding ingesteld. Ze eisten daarbij dat de Belgische overheid hen humanitaire en consulaire bijstand zou bieden, door haar consulair personeel in te schakelen, afspraken te maken met de lokale autoriteiten en ngo's, en hen de reis- en identiteitsdocumenten te bezorgen, zodat ze naar België zouden kunnen reizen. Minstens werd gevraagd dat België DNA-stalen zou afnemen, zodat de afstamming van de kinderen kan vastgesteld worden. Volgens de Belgische staat stond niet vast dat de vier volwassenen wel degelijk de ouders van de tien kinderen waren, maar de rechtbank stelde vast dat zij op zijn minst zorg dragen voor de kinderen en er een emotionele band mee hebben, en door verschillende personen wel degelijk beschouwd worden als de ouders. Dat 'bezit van staat' geeft hen een rechtstreeks, persoonlijk, en moreel belang om de kinderen naar België te laten repatriëren en hen te laten opgroeien in veilige leefomstandigheden. Nog volgens de rechtbank is ook bewezen dat ze zich in zeer slechte en gevaarlijke levensomstandigheden bevinden. De Belgische staat hield voor dat de vier volwassenen zich niet op die deplorabele toestand van de kinderen zouden kunnen beroepen, omdat zij door hun vertrek naar Syrië zelf verantwoordelijk zouden zijn voor die situatie. Maar dat deed de rechtbank af als 'een cynisme dat een rechtstaat die stichtend lid van de Raad van Europa en mede-onderhandelaar van het EVRM is, onwaardig is.' De Belgische staat had ook aangevoerd dat de kortgedingrechter haar niet kon verplichten consulaire bijstand te leveren, omdat dat een discretionaire bevoegdheid is van de uitvoerende macht. Maar de rechtbank is van oordeel dat consulaire bijstand sinds een nieuwe wet van mei 2018 wel degelijk een recht is, waarop personen die zich in een situatie van onmenselijke behandeling bevinden, en heel zeker minderjarigen, zich kunnen beroepen. Alleen kunnen Nadia Baghouri, Jessie Van Eetvelde, Sabah Hammani, en Adel Mezroui zich als volwassenen niet op dat recht beroepen, omdat ze zich welbewust in het gewapend conflict in Syrië begeven hebben, en er bovendien hebben aan wensten deel te nemen. 'Wat de tien betrokken minderjarigen betreft, geldt dat zij zich niet vrijwillig in oorlogsgebied begeven hebben en niet de gevolgen mogen dragen van de daden van hun ouders', oordeelt de rechtbank. 'Aangezien deze kinderen ogenschijnlijk in de interesse- en beschermingssfeer van de Belgische staat komen en de belangen van de kinderen worden gediend door een overbrenging naar België, is de Belgische Staat verplicht hen consulaire bijstand te verlenen.' België moet de tien kinderen nu binnen de zes weken na de betekening van het vonnis consulaire bijstand verlenen en hen identiteits-, administratieve of reisdocumenten bezorgen die hen in staat stellen om onder begeleiding vanuit Syrië naar België te reizen en regelmatig België binnen te komen, zoniet volgt er een dwangsom van 5.000 euro per dag vertraging en per kind. Er geldt geen maximumbedrag voor de dwangsommen. Tegen de beschikking is nog beroep mogelijk. Dat beroep werkt evenwel niet opschortend. Advocaten Abderrahim Lahlali en Mohamed Ozdemir wijzen er woensdag in een reactie op dat de Koerdische autoriteiten in het verleden aan de EU lieten weten dat ze de kinderen onder geen beding zouden scheiden van hun moeder. 'De Belgische staat heeft daarom mijns inziens een morele plicht om inspanningen te leveren om ook de moeders terug te halen. Ik zie niet in hoe de beschikking anders ten uitvoer kan gelegd worden', zegt Lahlali. Volgens Lahlali en Ozdemir maakt de kortgedingrechter een opening in de uitspraak door erop te wijzen dat de Belgische staat uit 'mededogen' een inspanning kan leveren voor de moeders, met het oog op wat volgt. De advocaten merken ook op dat een Franstalige kortgedingrechter in Brussel eerder al oordeelde dat de Belgische staat alles in het werk moest stellen om niet alleen twee kinderen maar ook hun moeder terug te halen uit Syrië, zodat ze niet gescheiden zouden worden. 'We hopen dat de Belgische staat hen gelijk behandelt', aldus Lahlali.