Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) werkt al een tijdje aan een ontwerp van pandemiewet. Die moet een sluitend wettelijk kader voorzien voor de maatregelen die de regering kan treffen in een pandemie. De regering werkt nu al maanden met ministeriële besluiten, maar verschillende grondwetexperten hebben kritiek op die werkwijze. Ook de oppositie in de Kamer vindt het stilaan welletjes met de ministeriële besluiten. Onder meer de fractieleiders van N-VA en Vlaams Belang, Peter De Roover en Barbara Pas, legden Verlinden vorige week in de plenaire vergadering van de Kamer nog op de rooster. De Roover vroeg de regering om die ten laatste op 15 februari in te dienen in de Kamer. Meerderheidsparlementslid Kristof Calvo (Groen) stelde voor om de tekst al als voorontwerp in de Kamer in te dienen. Dat laatste wil de regering nu ook doen, staat in een brief van premier Alexander De Croo (Open Vld) aan Kamervoorzitster Eliane Tillieux (PS), die vandaag werd besproken in de conferentie van voorzitters in de Kamer. De tekst gaat dus nog voor het volledige proces binnen de regering is afgerond en voor het advies van onder meer de Raad van State is gevraagd, naar de Kamer. Minister Verlinden is bereid om het voorontwerp daar toe te lichten in de bevoegde Kamercommissie, klinkt het. "Dit moet het mogelijk maken om reeds in de fase van het voorontwerp akte te nemen van de gevoeligheden en suggesties van de Kamer." Eens de nodige adviezen er zijn, zullen ook die aan de Kamer worden overgemaakt om te bespreken, meldt De Croo. Daarna zal de regering het finale ontwerp indienen. De regering zal daarbij niet de urgentie vragen, zodat het parlement alle tijd krijgt om de tekst te bespreken. Tegelijkertijd benadrukt de premier dat de wettelijke basis van de ministeriële besluiten niet ter discussie staat. "De rechtsgrond werd aanvaard door de Raad van State", zegt hij. Bovendien komen de ministeriële besluiten tot stand na overleg met de deelstaten en het overlegcomité en op basis van wetenschappelijk advies. "De regering heeft steeds getracht om deze ministeriële besluiten tot stand te brengen op een manier die volledig in lijn is met de hogere normen, en heeft er in het bijzonder ook over gewaakt dat alle maatregelen ter bescherming van de volksgezondheid niet alleen wettig en effectief zijn, maar ook proportioneel en noodzakelijk in een democratische samenleving." De regering wil er wel over waken dat de ministeriële besluiten voor ze in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd worden overgemaakt worden aan de Kamer, waar de parlementsleden ze kunnen bespreken. Dat kan bijvoorbeeld in een opvolgingscommissie, maar de exacte formule laat de regering over aan de Kamer. Volgens Kamervoorzitster Eliane Tillieux zou het voorontwerp na de krokusvakantie aan de Kamer moeten worden voorgelegd, zodat die de tijd krijgt om het parlementaire debat te organiseren. "Dit is een eerste antwoord op de grote roep vanuit het maatschappelijke middenveld om meer transparantie en debat over een ontwerp dat onze individuele en fundamentele vrijheden zou kunnen aantasten", zegt ze. "Het parlementaire debat, de uiting van de bezorgdheden, de vraag om het tijdelijke karakter te garanderen, de eis om een objectivering en de naleving van de procedures voor de afkondiging van de uitzonderingsmaatregelen zijn niet alleen een waarborg voor de wettelijkheid, maar ook voor de legitimiteit van de maatregelen." De N-VA-Kamerfractie is alvast van plan om zelf een voorstel voor een pandemiewet in te dienen. Dat heeft N-VA-fractieleider Peter De Roover gezegd in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken. De Roover noemt het "interessant dat de regering het parlement wil betrekken". Maar tegelijkertijd "lijkt de brief spectaculairder dan ze is", vindt hij. "De regering is zich klaarblijkelijk bewust van de maatschappelijke en politieke druk over de kwestie." (Belga)

Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) werkt al een tijdje aan een ontwerp van pandemiewet. Die moet een sluitend wettelijk kader voorzien voor de maatregelen die de regering kan treffen in een pandemie. De regering werkt nu al maanden met ministeriële besluiten, maar verschillende grondwetexperten hebben kritiek op die werkwijze. Ook de oppositie in de Kamer vindt het stilaan welletjes met de ministeriële besluiten. Onder meer de fractieleiders van N-VA en Vlaams Belang, Peter De Roover en Barbara Pas, legden Verlinden vorige week in de plenaire vergadering van de Kamer nog op de rooster. De Roover vroeg de regering om die ten laatste op 15 februari in te dienen in de Kamer. Meerderheidsparlementslid Kristof Calvo (Groen) stelde voor om de tekst al als voorontwerp in de Kamer in te dienen. Dat laatste wil de regering nu ook doen, staat in een brief van premier Alexander De Croo (Open Vld) aan Kamervoorzitster Eliane Tillieux (PS), die vandaag werd besproken in de conferentie van voorzitters in de Kamer. De tekst gaat dus nog voor het volledige proces binnen de regering is afgerond en voor het advies van onder meer de Raad van State is gevraagd, naar de Kamer. Minister Verlinden is bereid om het voorontwerp daar toe te lichten in de bevoegde Kamercommissie, klinkt het. "Dit moet het mogelijk maken om reeds in de fase van het voorontwerp akte te nemen van de gevoeligheden en suggesties van de Kamer." Eens de nodige adviezen er zijn, zullen ook die aan de Kamer worden overgemaakt om te bespreken, meldt De Croo. Daarna zal de regering het finale ontwerp indienen. De regering zal daarbij niet de urgentie vragen, zodat het parlement alle tijd krijgt om de tekst te bespreken. Tegelijkertijd benadrukt de premier dat de wettelijke basis van de ministeriële besluiten niet ter discussie staat. "De rechtsgrond werd aanvaard door de Raad van State", zegt hij. Bovendien komen de ministeriële besluiten tot stand na overleg met de deelstaten en het overlegcomité en op basis van wetenschappelijk advies. "De regering heeft steeds getracht om deze ministeriële besluiten tot stand te brengen op een manier die volledig in lijn is met de hogere normen, en heeft er in het bijzonder ook over gewaakt dat alle maatregelen ter bescherming van de volksgezondheid niet alleen wettig en effectief zijn, maar ook proportioneel en noodzakelijk in een democratische samenleving." De regering wil er wel over waken dat de ministeriële besluiten voor ze in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd worden overgemaakt worden aan de Kamer, waar de parlementsleden ze kunnen bespreken. Dat kan bijvoorbeeld in een opvolgingscommissie, maar de exacte formule laat de regering over aan de Kamer. Volgens Kamervoorzitster Eliane Tillieux zou het voorontwerp na de krokusvakantie aan de Kamer moeten worden voorgelegd, zodat die de tijd krijgt om het parlementaire debat te organiseren. "Dit is een eerste antwoord op de grote roep vanuit het maatschappelijke middenveld om meer transparantie en debat over een ontwerp dat onze individuele en fundamentele vrijheden zou kunnen aantasten", zegt ze. "Het parlementaire debat, de uiting van de bezorgdheden, de vraag om het tijdelijke karakter te garanderen, de eis om een objectivering en de naleving van de procedures voor de afkondiging van de uitzonderingsmaatregelen zijn niet alleen een waarborg voor de wettelijkheid, maar ook voor de legitimiteit van de maatregelen." De N-VA-Kamerfractie is alvast van plan om zelf een voorstel voor een pandemiewet in te dienen. Dat heeft N-VA-fractieleider Peter De Roover gezegd in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken. De Roover noemt het "interessant dat de regering het parlement wil betrekken". Maar tegelijkertijd "lijkt de brief spectaculairder dan ze is", vindt hij. "De regering is zich klaarblijkelijk bewust van de maatschappelijke en politieke druk over de kwestie." (Belga)