Op de openingsdag van Theater Aan Zee (TAZ), op woensdag 25 juli, zetten de Nederlandse kunstenaars Eva Knibbe en Bart van de Woestijne de dood op de beklaagdenbank. In het vredegerecht van Oostende zal de voorzitter van het assisenhof om twee uur stipt de Rechtszaak tegen de dood voor geopend verklaren. Oud-voorzitter van de Hoge Raad voor Justitie Jean-Luc Cottyn zal er als openbaar aanklager persoonlijke getuigenissen vertalen in een juridische aanklacht, en Els Leenknecht treedt op als advocate van de burgerlijke partijen. Strafpleiter Walter Van Steenbrugge, raadsman van de beklaagde, zal zijn cliënt van alle schuld proberen te zuiveren. Het lot van de dood ligt in handen van een twaalfkoppige, willekeurig gekozen jury. Op 4 augustus vellen zij samen met de assisenvoorzitter hun arrest.
...

Op de openingsdag van Theater Aan Zee (TAZ), op woensdag 25 juli, zetten de Nederlandse kunstenaars Eva Knibbe en Bart van de Woestijne de dood op de beklaagdenbank. In het vredegerecht van Oostende zal de voorzitter van het assisenhof om twee uur stipt de Rechtszaak tegen de dood voor geopend verklaren. Oud-voorzitter van de Hoge Raad voor Justitie Jean-Luc Cottyn zal er als openbaar aanklager persoonlijke getuigenissen vertalen in een juridische aanklacht, en Els Leenknecht treedt op als advocate van de burgerlijke partijen. Strafpleiter Walter Van Steenbrugge, raadsman van de beklaagde, zal zijn cliënt van alle schuld proberen te zuiveren. Het lot van de dood ligt in handen van een twaalfkoppige, willekeurig gekozen jury. Op 4 augustus vellen zij samen met de assisenvoorzitter hun arrest. De Oostendse reder Willy Versluys zal op het proces een getuige à charge zijn. 'Sinds begin jaren tachtig werk ik in de zeevisserij. Dat is een van de zwaarste en gevaarlijkste bedrijven. In het begin van mijn carrière stond ik daar niet altijd bij stil, ook niet als het noodlot bij een collega toesloeg. In die prille jaren ben ik al een schip verloren - toen zijn alle bemanningsleden door de beroemde Sea King-helikopter gered. Maar sindsdien zijn liefst zeven mensen overleden terwijl ze voor mij aan het werk waren. Zoiets gaat niet in je kouwe kleren zitten.' In Rechtszaak tegen de dood zal Versluys vertellen over het overlijden van zijn machinist Bouba, en de pijnlijke nasleep daarvan. Willy Versluys: In de nacht van 27 op 28 december 2016 is mijn schip Zeebrugge 582 'Asannat' - Oostends voor 'altijd nat' - gekapseisd voor de kust van Engeland. Van de drie opvarenden kon alleen bemanningslid Johny Ronsijn zichzelf redden door op de romp te klauteren. De twee anderen, kapitein Eric Maeckelbergh en machinist Omar Fall Diaw Babacar, verdronken. Vooral de dood van Bouba, zoals we Omar noemden, heeft me vreselijk dooreengeschud. Bouba was al een paar jaar bij mij in dienst. Hij was van Mauritiaanse afkomst maar had de Spaanse nationaliteit. Op een dag stond hij in mijn kantoor: hij had voor 'machinist alle vermogens' gestudeerd in Spanje en wilde dolgraag werken. Ik zag wel iets in hem, en al gauw voer er een pikzwarte Afrikaan mee op een van mijn schepen. Voor de Vlaamse visserij was dat revolutionair. (lacht)Bouba was veertig - hij had mijn zoon kunnen zijn. Hij was superhandig en een vat vol kennis. Als er ergens een probleem met een schip was, vroeg ik: 'Wil je er eens naar gaan kijken?' Ik heb hem leren fietsen, heb hem getoond waar hij naar de moskee kon gaan - hij was een moslim met een open geest. Iedereen op de kaai zag hem graag. We werden vrienden en vertelden elkaar alles. Zijn vader had drie vrouwen; Bouba was de zoon van de tweede vrouw. Hij stuurde geld naar zijn moeder. Hij wilde genoeg geld sparen om thuis in Mauritanië een eigen bedrijfje op te starten. Dat was zijn grote droom. Vlak na de kerst van 2016 had ik hem gevraagd of hij een nachtje wilde invallen voor de vaste machinist van de Asannat, die geveld was door rugpijn. 'Eén nacht? Geen probleem.' Hij had plannen om na nieuwjaar een maand bij zijn familie op bezoek te gaan. Op dinsdag 27 december, na de middag, vertrok het schip. Normaal zou het maar twaalf uur wegblijven. De ochtend erna, om 9 uur, rinkelde mijn telefoon. Het was een schipper. 'Is er iets aan de hand met de Asannat?' vroeg hij. 'Er ligt een politieboot in zijn buurt.' Mijn eerste reactie was: 'Verdorie, ze zullen in overtreding zijn. Hun netten zijn niet in orde, of ze hebben zich niet aan de vislimieten gehouden.' Ik belde naar Maurice, een vriend van kapitein Eric. Hij zei: 'We hadden vannacht nog contact. De vangst was goed, de Asannat zou om 11 uur binnen moeten zijn.' Maar ik had een slecht gevoel en belde de kustreddingsdienst. 'De Asannat is gekapseisd', kreeg ik te horen. 'Reddingsboten en een helikopter zijn onderweg.' Wat was er gebeurd? Versluys:Dat is nog altijd een raadsel. Het was goed weer, de netten waren omhoog, de schroeven lagen stil - en toch is het schip in een fractie van een seconde gekapseisd. Een hulpsignaal is nooit uitgezonden. Tal van onderzoeken zouden volgen - van het parket, van verzekeringsfirma's, van alle mogelijke instanties. De conclusie was telkens: 'We weten niet wat deze ramp veroorzaakt heeft.' In het rapport van de Nautische Commissie stond wel dat de Asannat stabiliteit verloren had. Ze hebben zelfs onderzocht of hij misschien een duw van een onderzeeër had gekregen. Johny, de overlevende visser, getuigde dat hij een klap had gehoord. Hij had net op tijd overboord kunnen springen. Hij moest eerst een tijdje zwemmen voor hij, via de schroef, op de romp kon klauteren. Zes uur heeft hij daar gezeten, kletsnat, in de vrieskou. De bemanning van een voorbijvarend schip merkte hem op. Ze haalden Eric uit het water en probeerden hem te reanimeren, maar voor hem kwam alle hulp te laat. En van Bouba ontbrak elk spoor. Die week nog werd de Asannat geborgen en naar Oostende teruggebracht. Toen begonnen de vragen pas goed te spoken in mijn hoofd: 'Wat zou er gebeurd zijn met onze Bouba, die sterke kerel? Heeft hij ergens een slag van moeten incasseren, waardoor hij zichzelf niet meer kon redden?' Een maand later werd ik gebeld door een journalist van een lokale omroep uit Zeeland. Een vrouw had daar op het strand een plank gevonden met de naam "Asannat", had die naam gegoogeld en zo over de schipbreuk gelezen. Ik heb dat plankje bij haar opgehaald. Maar daarmee hadden we Bouba nog niet terug. De vraag wat er met hem gebeurd was, bleef knagen. Ook voor zijn familie in Mauritanië was dat moeilijk om te dragen. Tot we in september 2017 nieuws kregen: hij was aangespoeld op de kust van Engeland. Aan de hand van een halskettinkje hadden ze hem kunnen identificeren. Bouba's dood is het gevolg van een kapseizend schip, dat weet ik. Maar het is zoals bij een dodelijk verkeersongeluk, waarbij een auto een tegenligger heeft geramd. Iedereen blijft zich dan afvragen: 'Waaróm week hij van zijn rijstrook af?' Alleen wanneer je weet wat er precies gebeurd is, kun je het beginnen te verwerken. Hebt u ooit met Bouba over de dood gesproken? Versluys: Ja. Hij vond de dood beangstigend. Hij geloofde in God en het hiernamaals. Hij zat overdag niet op een matje te bidden, maar af en toe bezocht hij de moskee wel. Hij dronk geen druppel alcohol en at geen varkensvlees. Hij deed mee met de ramadan. Hij wist dat ik vrijzinnig ben en kende mijn ideeën over God en het leven na de dood - ik ben het eens met Marx' uitspraak dat godsdienst opium is van het volk. Ach, Bouba deed geen vlieg kwaad. Waarom hebben zijn familie en ik dan negen maanden lang in die vreselijke onzekerheid moeten leven? Een geliefde die sterft zonder dat de nabestaanden weten wat hem of haar overkomen is, dat vind ik ondraaglijk. Daarom zal ik op Theater Aan Zee tegen de dood getuigen. Met hart en ziel. Wie beroepsvisser wordt, weet natuurlijk dat hij risico loopt op een zeemansgraf. Versluys: Dat is zo, maar tegenwoordig kun je je aan boord wel vrij goed beschermen tegen zowat alle risico's. Ongevallen op zee zijn vaak een gevolg van routine: door altijd hetzelfde te doen, word je nonchalant. Je ziet het gevaar niet meer, terwijl het om elke hoek loert. Een rondslingerende katrol, netten waarin je kunt blijven haken... Een van mijn mensen is ooit geëlektrocuteerd in de machinekamer. Hij moest de spanning controleren. Hij was dat zo gewend dat hij dacht: mij kan niets overkomen. Hij stond met zijn voeten in het water, kwam in aanraking met de stroom - en boem! Bouba was inderdaad niet uw eerste werknemer die door de dood weggegrist is. Versluys: Twee jaar geleden kreeg een jonge kerel op een van mijn boten een berichtje van zijn lief: ze maakte het uit. Die jongen stak dat in zijn hoofd en sprong overboord. Aan land hadden ze hem misschien op tijd kunnen helpen, of was hij een robbertje gaan vechten om zijn frustraties kwijt te raken. Maar nee, hij was op zee en sprong overboord. Op een onbewaakt moment, met zijn laarzen aan. Hij was een vogel voor de kat. Voor zijn collega's moet dat afschuwelijk geweest zijn. Versluys: Zeker. Aan boord leef je dag en nacht samen met vier tot zes anderen. Je raakt op elkaar ingesteld - en plotseling verdwijnt die ene. Op een keer zagen mijn vissers pas dat een van hun makkers verdwenen was toen ze de haven van Oostende binnenvoeren. Een paar weken later spoelde hij aan op het strand van Wenduine. Nu hebben alle schepen een defibrillator aan boord, maar een paar jaar geleden meestal niet. Een van mijn matrozen kreeg een hartaanval, zijn collega's probeerden hem te reanimeren, de helikopter werd opgeroepen. Maar alle hulp kwam te laat. Of neem die keer dat een van onze schepen in Engeland aan wal lag. Een jonge matroos ging van boord. Er lag een treinspoor, zoals in vele havens. Maar in Engeland zijn die verraderlijk: de elektriciteit wordt er geleid via de sporen. Er stond een groot bord: 'Verboden het spoor over te steken.' Die jongen trok zich daar niets van aan, struikelde, viel, strekte zijn armen uit, raakte de sporen - en het was gedaan. Ik mocht dat aan zijn ouders gaan vertellen. Al die vreselijke ongelukken kon ik nog plaatsen, omdat ik telkens wist wat er gebeurd was. Maar de dood van Bouba, een echte vriend die zo lang onvindbaar was, destabiliseerde me. Het zette me aan het piekeren. Over hoe oneerlijk het leven is, bijvoorbeeld. Je geluk hangt nu eenmaal af van de plek waar je wieg staat. Sommigen kunnen dat geluk later een handje helpen, maar velen hebben er niets over te zeggen - die wieg moet maar eens in Syrië staan. En tegenwoordig verkondigt zowat iedereen: ' Carpe diem!' Maar straks rinkelt mijn telefoon misschien opnieuw: ' Patron, we hebben een probleem.' Moet ik dan zeggen: 'Jongens, laat me even met rust. Ik ben de dag aan het plukken'? Dat kan toch niet? U bent zeventig: waarom zou u niet stoppen met de rederij? Versluys: Ik kan wel eens één dag plukken, maar alle dagen? Krantje lezen, kop koffie drinken op het terras, een reisje naar hier, een reisje naar daar: dat vult mijn leven niet. De rederij wel, net als de aquacultuur: mosselen, zeewier en oesters kweken. Ik ben een nieuwe fish and food market in Oostende aan het opzetten. Dán pas voel ik dat ik leef. De Asannat was totaal verloren. De nabestaanden van de slachtoffers zijn via de arbeidsongevallenverzekering netjes vergoed. Ik had toen de handdoek in de ring kunnen gooien, maar ik kon het niet over mijn hart krijgen. Alle andere bemanningsleden van dat schip zaten ondertussen thuis. Ik heb besloten om de Asannat te vervangen door een nieuwe vissersboot. We behielden het nummer, maar de 'Zeebrugge' in de naam werd 'Oostende'. Bouba begroette iedereen op de kaai altijd met: 'Hombre!' Daarom is dat de naam van het nieuwe schip geworden. Telkens wanneer iemand op de kaai de Hombre ziet, denkt hij spontaan aan Bouba. Tijdens de inrichting van de Hombre ben ik naar beveiligingsspecialisten gestapt. Ik zei: 'Ik wil alles dubbel. Ik wil niet meer dat er iets niet werkt. Neem alle mogelijke maatregelen, ook de niet-verplichte.' Zo krijgt Bouba's dood misschien toch een beetje zin. Beknibbelen op veiligheid: ik overweeg het zelfs niet meer. Vroeger wel? Versluys: Ja. 'Het zal nog wel een reisje mee gaan. Wat denk jij? Kom, we proberen het nog een keer.' Dat is voltooid verleden tijd, want een mensenleven is onbetaalbaar. Als de dood zou zeggen: 'Leg 500.000 euro op tafel en je krijgt Bouba terug', dan lég ik ze op tafel.