In de jaren negentig van de vorige eeuw was er een brede consensus om de verkiezingsuitgaven te beperken. Vooral politieke affiches werden geviseerd. Sindsdien mogen politici en politieke partijen nog veel (betaalde) reclame maken in de media, maar voor klassieke folders en affiches gelden strenge beperkingen. Een zeldzame tegenstem als politicoloog Bart Maddens durfde te wijzen op het absurde karakter van die regelgeving, die tegelijk het politieke debat wilde herwaarderen en politieke boodschappen uit het straatbeeld weerde.
...

In de jaren negentig van de vorige eeuw was er een brede consensus om de verkiezingsuitgaven te beperken. Vooral politieke affiches werden geviseerd. Sindsdien mogen politici en politieke partijen nog veel (betaalde) reclame maken in de media, maar voor klassieke folders en affiches gelden strenge beperkingen. Een zeldzame tegenstem als politicoloog Bart Maddens durfde te wijzen op het absurde karakter van die regelgeving, die tegelijk het politieke debat wilde herwaarderen en politieke boodschappen uit het straatbeeld weerde. Politieke affiches kunnen anders een aantrekkelijk middel zijn om het debat kleur te geven. Dat blijkt uit het cahier Pappen, nathouden & plakken. In dat boek presenteert historicus en SP.A-politicus Jaak Brepoels de unieke collectie politieke affiches van het Leuvense stadsarchief. Volgens het oude reglement mocht alleen de 'stedelijke aanplakker' affiches aanbrengen op de officiële borden. Ze werden vooraf aan de politie ter controle voorgelegd. Elk exemplaar belandde vervolgens in het Leuvense stadsarchief. Daardoor werd de basis gelegd van een unieke collectie. Vandaag vormt die een visuele gids bij de ontwikkeling, een halve eeuw lang, van politieke ideeën en argumenten. De Leuvense collectie start in 1919, het jaar van de eerste verkiezing met het enkelvoudig algemeen stemrecht (voor mannen). Van toen af had elke partij er baat bij om 'de massa' te overtuigen. Het aanplakbiljet bleek een uiterst geschikt instrument. De partijen schonken niet alleen aandacht aan de verwoording van hun boodschap, ze besteedden minstens zo veel zorg aan het visuele. Vaak waren grafische pareltjes het resultaat. Aangrijpende aanplakbiljetten herinnerden aan de oorlogsgruwel. Affiches met typisch interbellumoptimisme verheerlijkten de nieuwe (socialistische) mens, andere het (christelijke) familiegeluk. Of ze kondigden de heropstanding van het aloude Vlaanderen aan, compleet met ridderhelmen en wapenschilden met de Vlaamse Leeuw. Tussen 1940 en 1944 mochten alleen collaboratiepartijen als het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) propaganda maken. Affiches uit die tijd dragen slogans als 'Wij zijn bereid! Meldt (sic) u aan bij de Dietsche Militie Zwarte Brigade'. En dan is er dat ene vreselijke exemplaar uit 1944: 'Samen zullen wij hem verpletteren!' Daarop slaan een arbeider en een Duits(gezinde) soldaat eendrachtig met hun vuist naar... een Jood, herkenbaar aan zijn davidster en zijn neus. Antisemitisme was niet beperkt tot Auschwitz of Kazerne Dossin. Ook in Leuvense winkelstraten viel er niet naast te kijken. Het boek sluit af in de jaren zestig. In die tijd pakte Paul Vanden Boeynants uit met Amerikaanse barnumcampagnes. Op de meeste verkiezingsaffiches was vervolgens weinig meer te zien dan de beeltenis van de politieke vedette zelf. Dat men die vorm van publieke zelfbevlekking heeft willen inperken, tot daaraan toe. Los daarvan is Pappen, nathouden & plakken, zonder dat de auteur dat bedoelde, een visueel overtuigend pleidooi om het politieke debat weer een plaats te geven in de publieke ruimte.