In 2015 huurde een van de beklaagden een woning in de Hoogstraat in Zutendaal. Daar zou hij een jaar later begonnen zijn met een plantage in de kelder van de woning. In januari van 2018 kwamen er allerlei tips binnen bij de politie Carma dat er in de woning een plantage zou zijn. Tijdens een energiemeting werd er een hoog energieverbruik vastgesteld en kwam er ook een sterke cannabisgeur uit de woning. De politie viel het huis in de Hoogstraat binnen en vond in één kelderruimte een plantage van 218 planten. In een tweede ruimte werden de plantenresten gevonden van een net geknipte oogst. In de rest van de woning vonden de agenten nog verschillende afzuigslangen, ventilatoren en ander materiaal voor de kweek van cannabis. De huurder van de woning werd verschillende keren door de politie ondervraagd en in zijn gsm vond de politie de nummers van drie mannen terug die hem hielpen in de plantage en wiens DNA ook in de plantage werd teruggevonden. Eén van hen werd internationaal geseind en is nog steeds op de vlucht. Een 27-jarige Nederlander wiens DNA in de plantage werd gevonden, zit momenteel wel in de gevangenis. De verdediging van de mannen betwistte dat hun clienten reeds twee jaar bezig waren met de kweek en de verkoop van cannabis. Daarvoor baseren ze zich op het feit dat er in oktober 2017 nog een nieuwe elektriciteitsmeter werd geïnstalleerd en dat er toen nog geen bewijzen waren van de diefstal van elektriciteit. Fluvius berekende dat er sinds 2016 minstens 11 keer geoogst werd in de plantage in de Hoogstraat en vroeg hiervoor een schadevergoeding. Vonnis op 11 september. (Belga)