Ghanbaatar L. (25) werd op 4 juli 2020 in Leuven betrapt op het bezit van 0,61 gram cocaïne en twee grote keukenmessen waarvoor hij geen geldige reden had om ze bij zich te hebben. De messen zouden gediend hebben om iemand in zijn omgeving mee af te schrikken. Enkele weken eerder, op 28 februari 2020, gedroeg L. zich weerspannig tijdens zijn arrestatie door politieagenten. De rechtbank motiveerde de fikse straf door het gerechtelijk verleden van de beklaagde. Voor de jeugdrechtbank had hij zich al moeten verantwoorden voor afpersing, misbruik van vertrouwen en diefstal. In zijn zeven volwassen jaren werd hij door de correctionele rechtbank al veroordeeld voor bendevorming, afpersing en drugsfeiten. De laatste veroordeling dateerde van 1 september 2017, toen kreeg hij 18 maanden en 6.000 euro boete. Uit het maatschappelijk verslag bleek dat L. lijdt aan een ernstige alcohol- en drugsverslaving, waarvoor hij geen begeleiding zoekt. Daarnaast zou zijn leefsituatie instabiel zijn, door een gebrek aan vast werk of een andere nuttige dagbesteding. Het kans op recidive is volgens de rechtbank reëel. De bestraffing werd dan ook uitgesproken in de hoop dat L. het ontoelaatbare van zijn handelingen zou zien. (Belga)

Ghanbaatar L. (25) werd op 4 juli 2020 in Leuven betrapt op het bezit van 0,61 gram cocaïne en twee grote keukenmessen waarvoor hij geen geldige reden had om ze bij zich te hebben. De messen zouden gediend hebben om iemand in zijn omgeving mee af te schrikken. Enkele weken eerder, op 28 februari 2020, gedroeg L. zich weerspannig tijdens zijn arrestatie door politieagenten. De rechtbank motiveerde de fikse straf door het gerechtelijk verleden van de beklaagde. Voor de jeugdrechtbank had hij zich al moeten verantwoorden voor afpersing, misbruik van vertrouwen en diefstal. In zijn zeven volwassen jaren werd hij door de correctionele rechtbank al veroordeeld voor bendevorming, afpersing en drugsfeiten. De laatste veroordeling dateerde van 1 september 2017, toen kreeg hij 18 maanden en 6.000 euro boete. Uit het maatschappelijk verslag bleek dat L. lijdt aan een ernstige alcohol- en drugsverslaving, waarvoor hij geen begeleiding zoekt. Daarnaast zou zijn leefsituatie instabiel zijn, door een gebrek aan vast werk of een andere nuttige dagbesteding. Het kans op recidive is volgens de rechtbank reëel. De bestraffing werd dan ook uitgesproken in de hoop dat L. het ontoelaatbare van zijn handelingen zou zien. (Belga)