Het kind van zeven maanden werd op maandag 12 maart 2018 plots ziek en werd door zijn moeder naar het ziekenhuis van Knokke gebracht. Van daaruit werd de baby de volgende nacht overgebracht naar het Universitair Ziekenhuis in Gent. Een week later bracht de spoedarts van het UZ het parket op de hoogte van een verontrustende situatie. Het slachtoffer vertoonde immers duidelijke sporen van vergiftiging met het antipsychoticum Haldol. Na die melding door de spoedarts werden de ouders van het slachtoffer opgepakt. De onderzoeksrechter besliste om E.D. aan te houden op verdenking van poging tot gifmoord. Haar ex-partner werd na verhoor vrijgelaten. D. mocht pas in augustus 2018 onder voorwaarden de gevangenis verlaten. Zo mocht ze onder andere geen contact hebben met haar zoontje. Het motief voor de feiten wordt cruciaal tijdens het proces. Volgens de gerechtspsychiater zou de beklaagde immers lijden aan het syndroom van Münchhausen by proxy. Dat zou betekenen dat ze haar baby ziek maakte om zelf meer aandacht te krijgen. De verdediging wijt de feiten echter aan een depressie. De zaak werd op 9 december 2019 ingeleid voor de Brugse correctionele rechtbank, maar de partijen kregen eerst de kans om hun standpunten op papier te zetten. Het was de bedoeling om het dossier op de zitting van 23 maart te behandelen. Door de coronamaatregelen werd het proces toen uitgesteld. (Belga)

Het kind van zeven maanden werd op maandag 12 maart 2018 plots ziek en werd door zijn moeder naar het ziekenhuis van Knokke gebracht. Van daaruit werd de baby de volgende nacht overgebracht naar het Universitair Ziekenhuis in Gent. Een week later bracht de spoedarts van het UZ het parket op de hoogte van een verontrustende situatie. Het slachtoffer vertoonde immers duidelijke sporen van vergiftiging met het antipsychoticum Haldol. Na die melding door de spoedarts werden de ouders van het slachtoffer opgepakt. De onderzoeksrechter besliste om E.D. aan te houden op verdenking van poging tot gifmoord. Haar ex-partner werd na verhoor vrijgelaten. D. mocht pas in augustus 2018 onder voorwaarden de gevangenis verlaten. Zo mocht ze onder andere geen contact hebben met haar zoontje. Het motief voor de feiten wordt cruciaal tijdens het proces. Volgens de gerechtspsychiater zou de beklaagde immers lijden aan het syndroom van Münchhausen by proxy. Dat zou betekenen dat ze haar baby ziek maakte om zelf meer aandacht te krijgen. De verdediging wijt de feiten echter aan een depressie. De zaak werd op 9 december 2019 ingeleid voor de Brugse correctionele rechtbank, maar de partijen kregen eerst de kans om hun standpunten op papier te zetten. Het was de bedoeling om het dossier op de zitting van 23 maart te behandelen. Door de coronamaatregelen werd het proces toen uitgesteld. (Belga)