Elke week vraagt Knack aan ondernemende Belgen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

'We moeten afstand houden', zegt Raf De Rycke terwijl we nog even sleutelen aan het volume van onze videoverbinding. 'Maar we mogen niet afstandelijk worden.' In de rechterbovenhoek van mijn computerscherm zie ik aan de witte muur achter De Ryckes hoofd een schilderij hangen. Op een oranje onderlaag is met zwarte verf een spits, vrouwelijk gezicht geschilderd. Een haarlok springt als een golf naar voren, de ogen zijn dof en donker. 'Geschilderd door mijn oudste dochter', zegt De Rycke. 'Ik had het graag op de cover van mijn recentste boek over de psychiatrie gezet, maar de uitgever vond het toch iets te triest.' Al meer dan vijftig jaar is De Rycke aan de slag bij de Broeders van Liefde, een 'onecompanyman' noemt hij zichzelf. Sinds enkele jaren is hij voorzitter van de christelijk geïnspireerde organisatie, die met meer dan dertienduizend medewerkers een van de grootste werkgevers van ons land is. Elf psychiatrische centra beheert de organisatie, dertien orthopedagogische centra en meer dan vijftig scholen voor gewoon en buitengewoon lager en secundair onderwijs. Ook in de ouderen- en verslavingszorg, de sociale economie en de kinderdagopvang is ze actief. Op de ochtend van ons gesprek is in een van de voorzieningen een eerste bewoner overleden aan covid-19. 'Bij veel van onze medewerkers zit de schrik er natuurlijk goed in', zegt De Rycke. 'We werken met heel kwetsbare mensen en we kampen nog altijd met een tekort aan mondmaskers en ander medisch materiaal. Dat blijft problematisch. Gelukkig is Broeders van Liefde een grote verbonden en solidaire familie.' Collega's prijzen uw sereniteit en 'schijnbare rust'. Houdt u ook nu het hoofd koel? Raf De Rycke: Dat lukt wel. We hebben binnen de organisatie al heel wat meegemaakt en ik ben sowieso vrij kalm van aard. Dat zal iets genetisch zijn, vermoed ik: mijn ouders waren over het algemeen ook vrij rustige mensen. De kalmte zit in mijn DNA. Door rustig te blijven kun je de problemen beter oplossen, al is dat soms natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. De hele zorgsector komt onder druk te staan. Houdt u uw hart vast voor de werking van de Broeders van Liefde? De Rycke: Uiteraard. Deze crisis zet iedereen opnieuw met de voeten op de grond en legt onze enorme kwetsbaarheid als mens nog maar eens bloot. Het grote probleem bij ons is in eerste instantie, zoals op veel plekken, het beschermen van de cliënten en de medewerkers tegen het virus. Maar in de sector van de geestelijke gezondheidszorg zal de nasleep nog lang voelbaar zijn. In het bijzonder vrees ik de komende maanden een toename van de psychische problemen. Er is veel angst, stress, eenzaamheid, economische onzekerheid en inkomensverlies, en een aantal mensen zullen de stap naar professionele hulp momenteel niet durven te zetten. En uit studies weten we helaas dat als de werkloosheid toeneemt ook de zelfmoordcijfers stijgen. Ons samenlevingsmodel is ziekmakend, hebt u eerder al gezegd. Gelooft u dat deze crisis louterend kan werken? De Rycke: Ik hoop het in ieder geval. Het bewustzijn zal hopelijk groeien dat we niet sterker zijn dan de natuur en we bepaalde zaken - zoals de klimaatcrisis - alleen op mondiaal niveau kunnen aanpakken. We leefden tot voor kort ook in een heel hectische tijd: we hink-stap-springen van de ene afspraak naar de andere en ook in het weekend kon er nooit genoeg op het programma staan. 'Druk-druk-druk' is zo'n beetje het motto van deze tijd, het hiernamaals hebben we vervangen door het 'hiernumaals'. Bovendien legden we ook onze kinderen veel te veel druk op - op school, in hun hobby's - en hielden we zo de prestatiemaatschappij in stand. Met alle emotionele en gedragsproblemen van dien. Maar nu valt dat allemaal stil, en dan zie je toch dat veel mensen beginnen in te zien hoe gejaagd ze de voorbije jaren geleefd hebben. Ze kunnen ineens weer genieten van nietsdoen, of van een simpele wandeling, of ze ontdekken een nieuwe hobby. Hopelijk kunnen we dat gevoel ook na deze crisis vasthouden en blijven we tijd maken voor bezinning en reflectie. Hebt u zelf al een nieuwe bezigheid ontdekt? De Rycke: Ik heb mijn vrouw een paar keer geholpen in de keuken, maar ik moet zeggen: dat is voorlopig nog geen onverdeeld succes. Veel verder dan een eitje koken of water opwarmen voor thee kom ik nog altijd niet. (lacht)Hoe bewaakt u anders uw geestelijke en lichamelijke gezondheid? De Rycke: Door te wandelen, vooral. Ik probeer elke dag een stukje te wandelen. Dan heb ik altijd een stylo en een papiertje bij me, om goede ideeën te noteren. Ik ga ook af en toe zwemmen en thuis doe ik dagelijks enkele oefeningetjes, omdat ik overtuigd ben van de verwevenheid tussen het lichamelijke en het geestelijke welbevinden. En voor de rest hanteer ik een simpel principe: doe alles met mate behalve de liefde, want die moet mateloos zijn. Mijn vrouw en ik zijn al zevenenveertig jaar getrouwd en we hebben nog altijd een bijzonder gelukkig huwelijk. We dragen nog altijd goed zorg voor elkaar. Ik ben haar, en de rest van ons gezin, daar heel dankbaar voor. Biedt uw geloof een houvast in deze onzekere tijden? De Rycke: Ja, zoals altijd. Mijn geloof komt niet alleen in moeilijke situaties naar boven, het is iets waar ik constant op kan terugvallen. Veel mensen in de westerse samenleving hebben de voorbije jaren het katholieke geloof de rug toegekeerd, maar tegelijk zie ik meer en meer mensen zoeken naar zingeving en spiritualiteit. Alleen gebeurt het nu in andere vormen, zoals yoga of meditatie, of gaan mensen op zoek naar andere godsdiensten. Dat is goed te begrijpen, want die zoektocht naar zingeving vormt de kern van de innerlijke mens. Voor mij persoonlijk betekent 'geloven' zoveel mogelijk proberen te beantwoorden aan wat Jezus van de mensen verwacht. Daarbij hanteer ik de Bijbel als richtsnoer. Ik heb zelf eigenlijk nog nooit echt een geloofscrisis doorgemaakt. Ook niet toen uw zoon Bernard in de zomer van 2017 overleed aan een hersentumor? De Rycke: Het is in die periode zeker niet altijd vanzelfsprekend geweest, maar uiteindelijk is mijn geloof na zijn dood misschien zelfs nog sterker geworden. Ik heb moeten leren aanvaarden dat het leven soms niet lang genoeg duurt, maar dat er na deze korte eeuwigheid op aarde voor iedereen, dus ook voor Bernard, een lange eeuwigheid in de buurt van God volgt. Het is niet het aantal jaren dat telt, wel het leven in die jaren. Dat neemt natuurlijk niet weg dat het verdriet nog geregeld de kop opsteekt. Bernard was 41, hij had twee kindjes en een pracht van een gezin. Ik heb zijn dood ervaren als een verhuizing naar een ander continent met een vergelijkbaar landschap, maar waar veel dingen onbekend overkomen. Gelukkig is de liefde voor hem er nog altijd. Die liefde is vele malen sterker, duizend malen sterker dan de dood. Wat hebt u van hem geleerd? De Rycke: (denkt na) Ik zal antwoorden met een anekdote. Op een dag was hij hier bij ons thuis een kortfilm aan het voorbereiden (kort voor zijn dood maakte Bernard De Rycke nog drie kortfilms: In a Landscape, Endurance en Koffie, nvdr) en maakte ik me boos op de printer. 'Pa,' zei hij, 'ik heb redenen om kwaad te zijn, maar jij toch niet?' Hij had gelijk, ik maakte me tot dan nog te dikwijls druk over banale dingen. Dat is sinds zijn dood toch wel verminderd. En het belang van humor, dat heeft hij me ook bijgebracht. Zelfs tot helemaal op het einde bleef hij grappen maken. Al lachend komen mensen het dichtst bij elkaar, ik vind het zelfs een vorm van spirituele emotie. Lachen zorgt voor hoop en hoop is de motor van het leven. Heeft zijn stervensproces uw kijk op euthanasie veranderd? De Rycke: Ik heb ervaren dat er een verschil is tussen de theorie en de praktijk. Dat je mooie teksten kunt uitschrijven, maar in werkelijkheid soms snel moeilijke afwegingen moet maken, ook al was euthanasie bij Bernard niet aan de orde. Maar mijn opvattingen over euthanasie waren ook daarvoor al aan het kantelen; zijn dood heeft dat proces hoogstens wat versneld. Vroeger vond ik euthanasie absoluut niet kunnen, maar gaandeweg ben ik gaan inzien dat we ook belang moeten hechten aan de afweging van enkele belangrijke waarden zoals de autonomie van het individu versus de beschermwaardigheid van het leven. Dat houdt voor mij in dat bij psychisch lijden in een niet- terminale fase euthanasie ook mogelijk moet zijn. Door die opvatting bent u in aanvaring gekomen met het Vaticaan. Hoe zijn de relaties op dit moment? De Rycke: Het loopt nog altijd moeilijk, we zijn nog niet tot een vergelijk gekomen. Applaus had ik niet meteen verwacht, maar ik had wel op wat meer respect voor ons pastoraal zorgend document gehoopt. Maar kijk: je moet voor je visie opkomen en ik vind ook dat we ons als gelovigen niet mogen opstellen als cultuurpessimisten. We moeten de dialoog over identiteit met de maatschappij durven aangaan. En een zingevende veelkleurigheid komt beter tot haar recht dan een zwart- witneutraliteit, vind ik. U was naar eigen zeggen een mei 68'er. Leefde u als jongeman met gebalde vuist? De Rycke: Ik zou mezelf eerder een veredelde mei 68'er noemen. Ik was 21 toen in Leuven de betogingen plaatsvonden tegen de verfransing van de universiteit. Ik heb meegestapt, maar heb me nooit radicaal tegen de gevestigde orde verzet. Sindsdien heb ik wel altijd een kritische ingesteldheid aangenomen, want wie kritiek onderdrukt, zal op lange termijn alleen nog zijn spiegelbeeld zien. Dat neemt niet weg dat ik me altijd diplomatisch opstel en streef naar consensus. Alleen zo kun je volgens mij de beste, de duurzaamste oplossingen bereiken. Uw ouders hadden een elektriciteitszaak. Hoe komt het dat u vandaag met uw hoofd werkt en niet met uw handen? De Rycke: Mijn vader was er in elk geval niet gelukkig mee, die wilde natuurlijk dat ik zijn zaak overnam. (lacht) Maar ik had die techniciteit gewoon niet in de vingers, het was niets voor mij. Ik wist al vroeg dat ik met mijn hoofd zou gaan werken. Initieel was mijn idee: een diplomatieke loopbaan. We hadden thuis snel een televisie - ik herinner me nog goed de vele avonden waarop de hele buurt in onze living naar Schipper naast Mathilde kwam kijken - en daardoor werd ik al op jonge leeftijd aangetrokken door de wereld buiten Zelzate, waar ik ben opgegroeid. Maar toen werd mijn vader ziek, hij had een zwak hart, en moest ik toch bijspringen in de zaak. Een buitenlandse zending was geen optie meer. Bent u altijd al een leider geweest? De Rycke: Ja, wellicht wel. Ik heb me altijd al geroepen gevoeld om het voortouw te nemen, om een groep te enthousiasmeren, in beweging te brengen. Of het nu een klas met leerlingen was of een organisatie zoals de Broeders van Liefde. Ik ben altijd weetgierig geweest en tegelijk wil ik mijn ideeën graag doorgeven. Maar ik heb ook altijd goed beseft dat je met je ideeën of je visie gedragen moet worden door de mensen om je heen. U werkt inmiddels vijftig jaar in de zorgsector. Welke zaak is het felst aan uw ribben blijven kleven? De Rycke: (denkt na) Als ik één voorbeeld moet geven, kies ik voor de geïnterneerde man die enkele jaren geleden een duidelijk euthanasieverzoek formuleerde. Hij zat in de gevangenis en sprak over een ondraaglijk en aanhoudend psychisch lijden. Het verzoek werd afgewezen, maar uiteindelijk zijn we erin geslaagd hem toch nog een kwaliteitsvol leven aan te bieden, in een aangepaste setting binnen onze organisatie, waardoor die euthanasievraag is weggevallen. Maar er zijn eigenlijk zoveel dossiers die me nauw aan het hart liggen. In onze organisatie word ik voortdurend geconfronteerd met een hele waaier aan uiteenlopende problemen: kansarmoede, kinderen met leerproblemen, zware psychische moeilijkheden, drugsverslaafden, geïnterneerden... Bijna elke dag word ik geraakt, dat is onvermijdelijk in onze organisatie. 'We vangen nu de kinderen op van de ouders die bij ons verbleven toen ze jong waren', hebt u enkele jaren geleden gezegd. Een mens zou voor minder zijn kop laten hangen. De Rycke: Soms vraag ik me inderdaad af of het allemaal wel zin heeft, zeker als je ziet dat sommige problematieken van generatie op generatie worden doorgegeven. In de zorgsector doen we nog te veel aan symptoombestrijding, vind ik, terwijl we ons nog veel meer zouden moeten richten op de oorzaken van de problemen. Maar ik laat mijn kop nooit hangen. Vanuit de missie van onze organisatie en ook vanuit mijn geloof wil ik me voor de meest kwetsbare mensen in onze samenleving blijven inzetten. Niet voor niets is mijn wapenspreuk ' Caritas sapientiaque divitias reddunt' (De Rycke werd in 2013 tot ridder geslagen, nvdr). Caritas en wijsheid maken rijk, in de betekenis van 'geestelijke rijkdom' weliswaar. En dat terwijl u al lang met pensioen had kunnen zijn. De Rycke: Dat is zo, maar het werk houdt me jong, fysiek en mentaal, en ik vind het nog altijd een eer om het spirituele erfgoed van onze organisatie te mogen uitdragen. Verbondenheid staat daarbij centraal. In het Frans hebben ze er een mooi spreekwoord voor: Il n'y a qu'un seul bonheur dans cette vie, c'est d'aimer et d'être aimé. Daar komt het, in deze korte eeuwigheid, voor mij op neer. En ondertussen is uw vrouw blij dat haar ridder niet te veel in de keuken komt. De Rycke: Inderdaad. Dat speelt ook mee. (lacht) Mijn vrouw steunt me volledig in alles wat ik doe, laat ik het zo zeggen.