Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

'Mensen denken dat je extravert bent omdat je in de media werkt. Maar dat is niet zo', zegt Heidi Lenaerts, die ondertussen al dik twintig jaar radio maakt voor de openbare omroep. Ze lacht. 'Ooit presenteerde ik Beach Rock hier aan de kust, en na mijn aankondiging van de eerste band moest de organisatie mij vragen of ik toch alsjeblieft helemaal vooraan en in het midden van het podium kon gaan staan.' In 2006 en 2007 presenteerde ze op Ketnet, en in die periode zat ze ook in De slimste mens ter wereld, maar eigenlijk klapt ze dicht van het moment dat er een schijnwerper op haar gericht staat. 'Toen ik onlangs in De zevende dag was om over mijn vader te vertellen en ik de camera's zag en het aftellen hoorde, werd ik weer helemaal nerveus. Nee, met televisie heb ik een moeilijke relatie. De radio is mijn biotoop. Omdat het zo intiem is. Je kunt iemands vriend zijn zonder dat je die persoon ziet. Daar hou ik van.' Op tv vertelde ze over haar vader, die in een rusthuis zit en aan dementie lijdt, en over hoe de beperkte bezoekregels wegens covid-19 tot verdriet en wanhoop leiden bij hem, zijn vrouw, zijn dochter en vele anderen. Zelf is Lenaerts een risicopatiënt: ze lijdt aan reuma en de medicatie die ze daarvoor moet nemen vermindert haar weerstand. 'Het virus heb ik niet gehad, zo lijkt het. Eén keer heb ik een test laten afnemen omdat ik koorts en spierpijn had, maar de uitslag was negatief.' Deze zomer werd ze nog maar 45, en toch heeft Lenaerts' lijf haar al alle hoeken van de kamer laten zien. Dat valt niet aan haar te merken als ze het Oostendse café binnenwandelt waar we hebben afgesproken. De rood-wit gestipte jurk, de rode lippenstift en sprankelende stem doen levenslust vermoeden. Wat ook direct opvalt: de tattoo op de binnenkant van haar linkerarm. Het is een wensbloem, legt ze uit, een uitgebloeide paardenbloem waarvan je de pluisjes kunt wegblazen. Welk verhaal zit er achter die bloem? Heidi Lenaerts: Ik wilde al een tijdje een tattoo. Gelukkig heb ik mijn vroegere ideeën nooit uitgevoerd. Ik heb bijvoorbeeld lang gedacht aan kattenpoten in mijn decolleté of rond mijn navel. (schatert) Maar toen werd ik veertig, kreeg ik mijn reumadiagnose en dacht ik: niet meer wachten met wat je wilt. En dus liet ik die tattoo zetten. En zijn we aan zee komen wonen. Als ik zo'n bloem tegenkom, pluk ik ze, blaas ik de pluisjes weg en doe ik een wens. Dromen, wensen, hopen: dat is heel belangrijk voor mij. U bent samen met uw man en twee dochters vorige zomer naar Oostende verhuisd. Is de zee heilzaam voor uw lichaam? Lenaerts: Ik voel me hier beter, maar wat de exacte reden is, weet ik niet. Het jodium in de lucht? Dat ik me hier beter kan ontspannen? In elk geval voel ik me hier thuis. Het was tijd om Overijse achter ons te laten. Ik kom uit Stal, een gehucht in Beringen, en vanaf de lagere school zat ik met niet-witte kinderen in de klas. Voor mij was dat normaal. Na mijn studie ging ik in Brussel wonen, maar nadat onze dochters geboren waren, verhuisden we naar Overijse. Daar kwamen onze kinderen ook in witte scholen terecht, er heerste afkeer tegenover de Walen en Brussel mocht ook al niet te dichtbij komen. Ik wilde niet dat mijn dochters onder zo'n stolp zouden opgroeien. Oostende vonden we de perfecte plek om naartoe te verhuizen: het is er rustiger dan in Brussel, maar er heerst eenzelfde soort vibe en mix van mensen. Zelf waren mijn dochters trouwens ook klaar om hier opnieuw te beginnen, anders zouden we het nooit gedaan hebben. Reuma is een chronische ziekte. U hebt dus altijd pijn? Lenaerts: Ja. In mijn nek heb ik artrose (slijtage van de gewrichten, nvdr), wat ook de spieren daar aantast en waardoor ik altijd sluimerende hoofdpijn heb en heel vaak migraine. Daar neem ik 's avonds spierverslappers en anti-epilepsiemedicatie voor. Maar omdat de laatste maanden turbulent waren, door de situatie met mijn ouders, sta ik momenteel letterlijk stijf van de stress. Ik heb ook nog artritis: ontstekingen in de gewrichten. Het begon ooit in mijn tenen en voetkussentjes, zo liep het door naar mijn knie en elleboog. Lopen mag ik niet meer van mijn dokter, terwijl ik dat altijd heel graag gedaan heb. Ik heb nu een elektrische fiets gekocht. Eigenlijk hou ik niet van fietsen, maar ik moet iets doen als ik niet meer mag lopen. Zijn er nog lichaamsdelen waaraan u pijn hebt door de reuma? Lenaerts: Op een gegeven moment begon ik te manken. Met mijn linkerarm kon ik mijn beha niet meer dichtdoen en mijn haar niet meer wassen. Nu is dat manken gestabiliseerd. Mijn linkerarm kan ik ook weer gebruiken. Dankzij de medicatie. Want ik neem ook Ledertrexate, een lichte vorm van chemotherapie die aan reumapatiënten wordt gegeven. Ik heb wel een fout gemaakt toen ik in maart 2016 de diagnose kreeg. Als reactie ging ik nog wat harder werken dan ik al deed. Ik wilde niet toegeven dat ik ziek was. Zes maanden later zei mijn lichaam stop en viel ik uit. Ik ben toen drie maanden thuis geweest. Sindsdien besef ik: ik moet leren leven met dit lichaam. En er beter naar luisteren. Hebt u ook aanvaard dat uw ziekte niet te genezen valt? Lenaerts: Ik heb gaandeweg geleerd om de dingen dag per dag te bekijken, en mijn ziekte te omarmen. Dat woord gebruik ik er altijd voor. Het is jouw lijf, het hangt om jou, je kunt het niet gaan haten, je moet het ermee doen. En met zwelgen in zelfmedelijden schiet je ook niks op. De dag nemen zoals hij komt, heeft dat altijd in u gezeten of hebt u het moeten leren? Lenaerts: Ik ben altijd positief ingesteld geweest. Elke ochtend wanneer de wekker afloopt, denk ik: oké, gisteren was gisteren, vandaag is een nieuwe dag. Mijn tenen tintelen, mijn vingers en mijn arm ook, maar de kinderen zijn er, je maakt die brooddozen klaar, je maakt je radioprogramma en je kijkt hoever je komt. Er is altijd wel iets wat de dag leuk maakt. Het zal iets kleins zijn, niks dat de allure heeft van de Mount Everest beklimmen, maar dat is oké. Bent u iemand anders geworden door de reuma? Lenaerts: Zeker. Alleen al wegens de energie. Toen ik vroeger de ochtendshow presenteerde bij Studio Brussel (samen met Wim Oosterlinck, nvdr), stond ik in het holst van de nacht op om van zes tot negen 's ochtends radio te gaan maken. Maar terwijl Wim elke avond om acht uur in zijn bed kroop, ging ik 's avonds nog naar voorstellingen en concerten. Als het nu een keer na middernacht wordt, is dat een hoogst uitzonderlijk gebeuren. Jezus, Lenaerts, je bent een oud wijf, denk ik soms. (lacht) Men had er mij ook voor gewaarschuwd dat je van de medicatie afvlakt. Daar was ik bang voor. Ik ben niet vlak. Ik ben iemand van hoge hoogtes en diepe dalen. Maar veel verschil merk ik gelukkig niet op dat vlak. We kunnen dus stellen dat u labiel bent? Lenaerts: Absoluut. (schatert)Dus u kunt om twaalf uur staan dansen in de living en een halfuur later zitten wenen aan de keukentafel? Lenaerts:(lacht opnieuw) Ik vrees van wel. Praat u veel over uw ziekte? Lenaerts: Nee. Zeker in het begin wilde ik iedereen ontzien. 's Avonds, als iedereen in bed lag, zat ik dan te huilen in mijn stoel. Ondertussen weet mijn man wanneer ik pijn heb. Aan mijn vrienden vertel ik het nog altijd niet als het slecht gaat. Maar als ze mij twee, drie weken niet horen, weten ze het wel. Valt de pijn te voorspellen? Lenaerts: Er is altijd sluimerende pijn, daaraan raak je gewend. Maar soms sta ik 's morgens op en voel ik meteen: dit wordt een slechte dag. Het is al meermaals gebeurd dat ik doodziek de trein nam naar de VRT om er Django te gaan maken, en onderweg moest overgeven van de hoofdpijn. Heeft het geen invloed op uw stem of intonatie als u zo ziek bent? Lenaerts: Door de coronacrisis werk ik nu al een hele tijd thuis. Ik neem mezelf op, knip mijn teksten en stop die tussen de platen. Ook als ik net gehuild heb van de pijn, kruip ik achter mijn microfoon, doe ik mijn stemoefeningen, en presenteer ik. De buitenwereld zal het niet horen. Nu we het over uw stem hebben: u was een van de eersten die met de fameuze huig-r presenteerde op de radio, met dank aan uw Limburgse roots. Hebt u ooit geprobeerd om die om te buigen naar een tongpunt-r? Lenaerts: Toen ik na mijn derde keer auditie doen eindelijk geslaagd was voor het grote examen van Studio Brussel, moest ik direct aan de slag als nieuwslezer. Er was te weinig tijd om mijn r om te zetten naar een rollende r, lieten ze mij weten. Nu is de huig-r helemaal ingeburgerd, maar toen waren er wel wat luisteraars die lieten weten dat ik een spraakgebrek had en onmiddellijk van de radio verwijderd moest worden. (lacht)Sommige mensen vinden rust in hun hoofd als ze naar u luisteren op Klara. Hoe vindt u zelf die rust? Lenaerts: Het is moeilijk, de laatste tijd. Lezen helpt. In een goed boek kan ik verdwalen. Maar als ik hoofdpijn heb, is lezen lastig. Mijn kinderen brengen mij rust. Enkele dagen geleden nog ging ik ze van school halen, deden we ons badpak aan en trokken we naar het strand. Heerlijk. Het geluid van de zee, de geur, de golven. Naar de zee kijken maakt me ook rustig. Onlangs zag ik een boer op tv vertellen dat hij gelukkig werd van naar zijn veld te kijken. Wel, ik kom uit die velden, maar ik heb niks met een groene horizon. Pas als ik de zee zie, kan ik voluit ademen. Wilde u bewust uit Stal breken, vroeger? Lenaerts: Eigenlijk was het de onuitgesproken bedoeling dat ik dicht bij mijn ouders en grootouders zou blijven wonen, zoals dat daar vroeger nog gangbaar was, maar ik wilde inderdaad weg. Eerst trok ik naar Leuven om Germaanse te gaan studeren. Daar ging de wereld open. (lacht) Iets te veel, want ik was niet geslaagd. Het was mijn richting ook helemaal niet, ik wilde iets dóén. Toen ik later in Brussel terechtkwam en bij de VRT kon beginnen te werken na enkele stages en vervangcontracten, was ik overgelukkig. Was u een laatbloeier? Lenaerts: Heel zeker. Ik was enig kind, en ik zat eigenlijk altijd op mijn kamer te lezen of naar de radio te luisteren. Er waren wel meisjes met wie ik naar school fietste, maar op de speelplaats stond ik meestal alleen in een hoekje. Ik was geen populair meisje. Niet dat ik dat erg vond, maar toen ik in Leuven op kot zat en mensen kwamen aanbellen om te vragen of ik mee iets ging drinken, wist ik niet wat mij overkwam. Dat vertel ik weleens aan mijn dochters, om hun te tonen dat moeilijke situaties voorbij kunnen gaan. Gebruikt u soms roesmiddelen om de dingen even te vergeten? Lenaerts: Alcohol drink ik weleens. Een paar glazen wijn, dat kan soms wel fijn zijn. Cannabis als pijnverlichting, hebt u dat al eens geprobeerd? Lenaerts: Ik heb er al vaak over gelezen, maar ik heb het nog niet geprobeerd. Ik neem alleen de medicatie die mijn artsen noodzakelijk vinden. Zelfs slaappillen weer ik uit mijn medicijnkast, ook al beleef ik de laatste tijd erg slechte nachten. Sommige artsen zijn ook bezig met Botox injecteren in de nek en het hoofd tegen migraine. Dat vind ik wel interessant. Dan zouden ze dat ineens kunnen doortrekken naar de voorkant van mijn gezicht. (lacht)Een rimpel hier of daar, houdt u dat bezig? Lenaerts: Ik denk niet dat ik ooit Botox zou gebruiken, hoor. Een paar jaar geleden kon ik Marianne Faithfull interviewen, en zij heeft zodanig aan haar laten prutsen dat ze echt niet mooi oud geworden is. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Jane Birkin, die ik ook van dichtbij heb gezien. Ik werk ook niet voor tv. Ik zie mezelf dus alleen in de spiegel thuis, en dan denk ik nog altijd: ça va. (lacht)Bij de geboorte van uw oudste dochter verkeerde u door zwangerschapsvergiftiging een tijd in levensgevaar. Was u zich daarvan bewust? Lenaerts: Op het moment zelf niet. Maar achteraf is mij gezegd dat ik er niet meer geweest zou zijn als ik niet de juiste artsen rond mij had gehad. Mijn lever was gebarsten. Ik ben bevallen, ik ben dan nog eens twee keer geopereerd geweest, en ik heb in een kunstmatige coma gelegen. Daarna heb ik opnieuw moeten leren stappen en eten. Lily Rose is drie maanden te vroeg geboren. Daar heb ik me heel lang schuldig om gevoeld. Alsof mijn lichaam haar had afgestoten. Blijkbaar kan mijn lijf niet op een normale manier een kind krijgen, dacht ik. Aan een tweede kind durfde ik dus niet meer goed te beginnen, maar ik wilde het wel heel graag, omdat ik zelf enig kind ben. Gelukkig is die tweede zwangerschap heel goed verlopen. Het is niet niets, wat uw lichaam al heeft doorstaan. Lenaerts: Daar lijkt het wel een beetje op. (denkt na) Ik kan wel mooie woorden gebruiken en zeggen dat ik mijn ziekte wil omarmen, maar als ik het allemaal nog eens overloop, denk ik weer: kaklichaam. (lacht)Bent u gelukkig? Lenaerts: Ja. Ik leef nog, ik ben heel gelukkig met mijn dochters en mijn man, en mijn droom is uitgekomen, want we wonen in Oostende. Vroeger zei ik weleens: gelukkig zijn, dat kies je zelf. Maar ik weet ook heel goed dat je jezelf maar tot op een bepaalde grens elke ochtend uit je bed kunt hijsen, en dat goed omringd zijn daar een erg grote factor in is. (valt even stil) Gaat het goed? Nee. Ben ik gelukkig? Ja. Raar, eigenlijk, dat je dat kunt zeggen. Nu ja, ik ben ook raar. (lacht) Maar ik zeg vaak tegen mijn man: 'We zijn gezond, we hebben ons werk nog, we hebben een huis, met onze dochters gaat het goed. Laten we alsjeblieft blij zijn.' Weet je, van de Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo heb ik geleerd om jezelf op te tuigen als je je slecht voelt. Dan laat ik mijn haren roze verven bij de kapper, doe ik lippenstift op en trek ik een roze blouse met doorschijnende pofmouwen aan. Jezelf versieren, verkleden bijna, terwijl je vanbinnen kapot bent: soms helpt dat echt.