Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

Bijna had ze het radiomaken afgeschreven. Vreesde ze nooit meer achter de microfoon te zullen zitten na haar ontslag bij JoeFM eind vorig jaar. Maar midden in de lockdown werd bekend dat Leen Demaré toch weer haar stem zal laten horen. Vanaf 16 mei gaat ze elke zaterdag en zondag het ochtendblok bij radio Nostalgie presenteren. Dat doet ze zeker tot 23 augustus. Of er daarna nog radiomaken volgt, weet ze nu nog niet. Maar dat hoeft ook niet. Leen Demaré is blij. En van corona heeft ze ook al weinig last. Ziek is ze niet geweest. Ja, wat keelpijn en een hoest, maar of het covid-19 was? 'Ik heb in elk geval geen enkel contact met mensen. Mijn dochter, die net als ik in Vilvoorde woont, komt elke avond bij mij eten, en dat is het.' Slaat de eenzaamheid niet toe? Leen Demaré: Ik kan heel goed alleen zijn. Het brengt me tot rust. Ik mis mijn vrienden wel erg. Me opkleden, schminken, naar de cinema en op restaurant gaan: dat mis ik ook. Maar triest word ik er niet van. Ik leef te graag om lang ongelukkig rond te lopen. Ik ben een overlever, zeg ik weleens. Van mijn ontslag heb ik wel even afgezien. Toen heb ik me enkele weken heel opgejaagd gevoeld. Ik kreeg mezelf niet kalm. Vaak werd ik midden in de nacht wakker met een hartslag van 115. Maar eind februari was het ergste voorbij. Omdat ik perspectief had. Ik kon beginnen lesgeven aan de Thomas More hogeschool - sinds begin maart geef ik er het practicum 'radionieuws schrijven' - en ondertussen heb ik ook een sollicitatie lopen voor bemiddelaar. Ik heb een diploma rechten, en twee jaar geleden ben ik afgestudeerd in de familiale bemiddeling. Het lijkt me een heel interessante job. En ik denk dat het goed past bij mijn karakter: ik ben empathisch, kan me goed in iemand anders zijn plaats stellen, en zoek graag naar oplossingen. U hebt ook een diploma als kok, las ik. Demaré: Ik heb een zesjarige opleiding aan de avondschool gevolgd, maar eerlijkheidshalve moet ik erbij zeggen dat ik het diploma officieel niet heb omdat ik de allerlaatste module niet heb afgelegd. Dat was 'opdienen' en het moest gebeuren in het restaurant van de avondschool. Maar omdat ik toen nog zo'n bekende kop had en bang was dat ik voortdurend aangeklampt zou worden, heb ik dat opdienen heldhaftig overgeslagen. Veel mensen eten en drinken beduidend meer tijdens deze lockdown. U ook? Demaré: Ik beken. (lacht) Ik kook wel gezond, en mijn dochter is vegetariër, dus vlees eet ik nog amper. Drinken doe ik wel meer dan voor de lockdown. Dat heb je met al die videohouseparty's. Maar ach, we mogen toch iets hebben. Het zijn wel rare dagen. Ik slaap bijvoorbeeld veel langer. Meestal word ik wakker rond halfnegen, maar voor tien uur sta ik niet beneden. In bed de kranten lezen op mijn tablet, heerlijk vind ik dat. Maar voor iedereen denkt dat ik een grote luierik ben: ik werk ook nog. Opdrachten van de hogeschoolstudenten verbeteren, mijn avonden bij Danira (Boukhriss Terkessidis, nvdr) in Vandaag voorbereiden, en met Filip Osselaer schrijf ik aan een voorstelling over de seventies waarmee we in het najaar willen gaan toeren. En binnenkort gaat u dus weer radiomaken bij Nostalgie. Heeft uw netwerk u bij die nieuwe job geholpen? Demaré: Na mijn ontslag heb ik twee weken in mijn pyjama in de zetel gezeten, daarna heb ik mij bijeengepakt. Ik stelde een cv op, schreef columns die ik op Facebook publiceerde, en mocht over mijn ervaringen vertellen in de kranten en in radioprogramma's. Veel mensen hebben die mogelijkheden niet. Ik wilde ook dat de mensen mijn verhaal zouden kennen. Want ik ben niet de enige die op 58 jaar ineens ontslagen wordt, nog te jong is voor een pensioen en te oud is om gemakkelijk opnieuw aangeworven te worden. Ik heb heel veel reacties gekregen van mensen. Blijkbaar vond men het vooral opmerkelijk dat ik er zo open over vertelde. Dat vind ik dan weer raar. Alsof er schaamte moet hangen over een ontslag. Slaat de zelftwijfel toch niet toe bij zo'n ontslag? Demaré: Natuurlijk wel. Maar omdat zo veel luisteraars me lieten weten dat ze oprecht verontwaardigd of verdrietig waren, is dat gevoel van zelftwijfel niet in mij gekropen. Ik heb zelfs tegen mijn baas gezegd dat ik het bijzonder hoogmoedig van hem vond om te denken dat hij 33 jaar ervaring niet meer nodig had. Was uw ontslag de grootste knak die u tot nu toe hebt gekregen? Demaré: Drie jaar geleden is mijn vader gestorven en daar heb ik heel erg van afgezien, maar op professioneel vlak is dat ontslag wel de grootste opdoffer tot nu toe geweest. Ik heb eigenlijk altijd de wind in de zeilen gehad als radiomaker. Solliciteren heb ik zelfs nooit hoeven te doen. Na mijn diploma rechten ging ik in 1985 een stemtest doen bij de toenmalige BRT omdat mijn vader, die er als technicus werkte, had gezegd dat ze op zoek waren naar stemmen, en tot mijn stomme verbazing was ik geslaagd. Ik mocht beginnen bij Radio 1, waar ik Voor de dag presenteerde, en sindsdien ben ik telkens van het ene in het andere gerold. Dan opeens bedankt worden voor bewezen diensten, dat is hard. In uw hoogdagen bij Radio Donna werd u door een journalist omschreven als 'de meest grofgebekte blondine van de Vlaamse radio'. Kunt u zich daarin vinden? Demaré: Nee, totaal niet. Ik schrik er zelfs van. Ik heb nooit mensen beledigd. Ook in mijn privéleven ben ik geen ruziezoeker. Roepen of schelden zal ik nooit doen. Ik blijf altijd beleefd. Maar ik zal wel zeggen waar het op staat. Ik laat mij niet doen. Zwijgen om de lieve vrede is niet iets wat u kent? Demaré: Ik heb dat vroeger veel te veel gedaan. In relaties, bedoel ik. Het heeft me vaak ongelukkig gemaakt. Ik deed te veel toegevingen uit angst om niet meer geliefd te zijn. Het heeft lang geduurd voor ik dat besefte. Weet je, soms lijkt het alsof ik nu pas begin door te hebben hoe het leven in elkaar zit. Verlicht ons, mevrouw Demaré. Demaré: Wel, het is maar wat het is. Zo belangrijk is het allemaal niet. Soms dwing ik mezelf ertoe om het leven zelfs als een spelletje te zien. Pas op, dat lukt niet altijd. Mijn ontslag kon ik in het begin allesbehalve relativeren. Ik woon alleen, ik heb geen spaarpot, en ik zag mezelf regelrecht in de armoede belanden. Mensen susten me dan door te zeggen dat het wel goed zou komen, maar ik was daar niet zo zeker van. U hebt geen spaarpot, zegt u. Hebt u een gat in uw hand? Demaré: Helemaal niet. Een groot deel van mijn leven heb ik alleen gewoond, en dat is nu eenmaal duur. Mensen denken dat je veel geld verdient omdat je een bekende kop bent, maar ik heb altijd een gewoon loon gehad. Vandaag zullen radiosterren meer verdienen, zeker degenen die de ochtend presenteren, maar in mijn tijd waren er geen vedettelonen. In het schnabbelcircuit ben ik ook nooit actief geweest. Voor de duidelijkheid: ik ben niet arm, maar een reserve heb ik niet. Mijn huis ben ik ook nog altijd aan het afbetalen. Werken is dus echt nodig. U bent het boegbeeld van Radio Donna geweest. De diva van Donna, zo werd u genoemd. Bent u een diva? Demaré: (lacht) Helemaal niet. Er heeft mij ook nooit iemand gezegd dat ik het hoog in mijn bol had. Ik liet me wel gelden op de redactie, denk ik. Maar de mensen met wie ik toen samenwerkte, zien me nog altijd graag, dus zo erg zal het niet geweest zijn. U hebt ook kritiek moeten verduren. 'Oppervlakkig' was het woord dat weleens met u geassocieerd werd. Demaré: De combinatie van Donna en Het Swingpaleis heeft daarin meegespeeld. Het is mijn succes geweest, maar het heeft mij ook parten gespeeld. Toen ik in 2006 naar de commerciële zender overstapte, die voor velen synoniem stond met oppervlakkigheid, werden er heel wat deuren definitief gesloten voor mij. Ik heb alles heel graag gedaan, ook Het Swingpaleis, maar ik zou alles nu vooraf wel beter overwegen. Het gekke is dat iemand als Thomas Vanderveken vandaag wel moeiteloos zowel Alleen Elvis kan presenteren als 1 jaar gratis, toch ook geen programma dat het moet hebben van de grote diepgang. Blijkbaar is die spreidstand nu makkelijker dan twintig jaar geleden. In 2004 werd u al eens aan de kant geschoven bij Donna, omdat u toen al niet meer bij het 'frisse' imago van de zender zou passen. Het moet heel onaangenaam zijn om dat te horen te krijgen. Demaré: Dat is ook zo. In 2004 was ik ocharme 42. (lacht) Een paar maanden later hebben ze me trouwens teruggevraagd omdat ze mij niet konden missen, en mocht ik ineens de ochtend presenteren. Maar dat gaat over perceptie. En het gevecht tegen perceptie kun je nooit winnen. Eerlijk: ik vind dat ik op mijn 58e veel frisser klonk dan sommige radiomakers die een pak jonger zijn dan ik. Het lijkt erop dat andere mensen meer bezig zijn met uw leeftijd dan u. Demaré: Ondertussen word ik zelf helaas ook weleens geconfronteerd met mijn 58 jaar. (lacht) Ik heb stramme knieën en heb meer slaap nodig dan vroeger. Ik zou ook een paar kilo's moeten kwijtraken. Ik eet nochtans niet veel. Ik zeg altijd tegen mijn dochter: 'Ik verdien het niet om dik te zijn, want ik eet weinig en gezond.' (lacht) Nu ja, ik zou kunnen gaan sporten, maar ik doe dat niet graag. Wandelen en fietsen wel, maar echt sporten? Het zegt me niks. Zelfs niet in de zomer. Ik zit veel liever te lezen op mijn terras. (gniffelt) Voor iemand die oppervlakkig is, lees ik wel heel veel. In welk boek ik momenteel bezig ben? De Jacobsboeken van Nobelprijswinnares Olga Tokarczuk. U hebt jarenlang in Het Swingpaleis meegedraaid: gooit u nog geregeld de benen los? Demaré: Ik moet bekennen dat ik eigenlijk echt geen danser ben. Zingen heb ik wel altijd heel graag gedaan. Vreselijk vals, maar in een klassiek koor zingen lijkt me fantastisch. Ik luister ook veel naar klassieke muziek. Bach en Prokofjev zijn mijn favoriete componisten. U hebt niks met dansen, zegt u, maar u bent ooit toch bijna bij het Ballet van Vlaanderen terechtgekomen? Demaré: Als kind deed ik ballet en nadat ik op mijn twaalfde auditie had gedaan bij het Ballet van Vlaanderen mocht ik er van de toenmalige directrice Jeanne Brabants inderdaad beginnen. Maar mijn ouders raadden het af. Ik weet eigenlijk niet precies waarom. Nu ja, ik had de discipline er ook niet voor. Het is in elk geval geen frustratie. Uw vader is drie jaar geleden gestorven, zei u daarstraks. Had u een goede band met hem? Demaré: Heel goed. Er gaat nog altijd geen dag voorbij waarop ik niet aan hem denk. Mijn vader las heel veel en filosofeerde graag. Hij zou zich kapot gedacht hebben over deze coronatijd. Hij is 90 jaar geworden, en was nog ontzettend helder van geest. Mijn moeder daarentegen is aan het dementeren. Ze is 91 jaar nu, en ze herkent mij nog, maar ze heeft geen besef meer van tijd en ruimte. We bellen bijna elke dag, en via het rusthuis Facetimen we af en toe, maar ik moet elke keer opnieuw uitleggen wat er aan de hand is. Hebt u lichamelijke mankementen? Demaré: Ik sukkel al een paar jaar met ontstoken achillespezen. Lastig, want ik ga graag wandelen, en na 10 kilometer ben ik kreupel. Soms heb ik ook last van het prikkelbaredarmsyndroom. Die aandoening heeft veel te maken met de dingen niet kunnen loslaten, las ik ooit. Hoe hard ik de dingen ook relativeer, loslaten is soms heel moeilijk voor mij. Dat kan over onnozele dingen gaan. Bijvoorbeeld: mijn dochter moet binnenkort verhuizen, en ik kan dan een hele nacht wakker liggen van het feit dat haar zetel onmogelijk de trap op kan. (lacht)U hebt ooit ook huidkanker gehad? Demaré: In 2000 had ik een kwaadaardig melanoom dat al tamelijk ver gevorderd was. Een paar jaar later had ik er een dat precancereus was. Angstig word ik er niet van, maar ik hou de moedervlekken op mijn lijf wel heel goed in de gaten. En als ik iets zie wat ik niet vertrouw, ga ik direct naar de dermatoloog. Heeft het hart al veel averij opgelopen? Demaré: Ik heb een paar relaties gehad die op niets zijn uitgedraaid, maar ik ben daar zeker niet getraumatiseerd uitgekomen. Het lijkt eerder alsof de liefde van mijn leven aan mij voorbijgegaan is. Ik weet ook niet of het nog komt. Ik zit er zeker niet op te wachten. Af en toe mis ik het wel. Bij mijn ontslag, bijvoorbeeld, werd ik heel erg geconfronteerd met het feit dat ik geen klankbord had thuis. Alleen op reis gaan vind ik ook niet evident. En wat ik echt niet tof vind, is alleen arriveren op een feest. Daar iemand voor inhuren is geen optie? Demaré: (schatert) Een gigolo, bedoel je? Nee, iemand betalen voor seks, dat zou echt niks voor mij zijn. Een van de belangrijkste aspecten van seks is toch net de verleiding, en je begeerd voelen. Er moet echt wel een connectie zijn voor ik met iemand vrij. Wanneer was de laatste keer dat u tot over uw oren verliefd was? Demaré: (denkt na) Dat zal in 2007 geweest zijn, vlak voor ik trouwde. Sindsdien niet meer. Hebt u beslist om het hart op slot te doen? Demaré: Ik heb niks beslist, het gebeurt gewoon niet. Maar ik zit er ook niet mee. De laatste tijd ben ik veel naar Franse chansons aan het luisteren, en Adamo heeft een nummer waarin hij zingt: 'C'est ma vie/c'est pas l'enfer/mais c'est pas l'paradis'. Zo kijk ik ook tegen het leven aan. Ik bedoel dat niet fatalistisch, bitter of gedesillusioneerd. Het is gewoon wat het is. En ik ben best gelukkig.