Bij de combinatie van radio- en immunotherapie worden de radioactieve stoffen die gebruikt worden bij klassieke kankerbehandelingen gekoppeld aan nanobodies, heel kleine en stabiele antilichamen. Deze antilichamen worden intraveneus, via een spuit in een ader, toegediend. Ze zullen zich in het lichaam van de patiënt binden aan macrofagen, een veelvoorkomende celtype dat vaak voorkomt in regio's van de tumor die resistent zijn tegen bestraling. Op die manier kunnen de radioactieve stoffen tot in de kern van de tumor gebracht worden. De eerste testen bij borsttumoren zijn al veelbelovend. Door het gebruik van de therapie groeien de tumoren trager en de therapie slaat aan bij tumoren die resistent zijn tegen andere vormen van therapie. Verder onderzoek moet nu uitwijzen of deze gecombineerde behandeling ook werkt bij andere vormen van kanker. "Het belangrijkste voordeel is dat we zo de bestraling heel doelgericht naar de plaats in de tumor kunnen brengen waar die het hardste nodig is. Dit is zeker een belangrijke stap voorwaarts die de overlevings- en genezingskansen van kankerpatiënten kan vergroten" besluit Prof. Van Ginderachter. (Belga)