Het onderzoek naar Hubert en de IPF ging in december 2013 van start met een klacht door de toenmalige directeur van de Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid. Die betwistte de benoeming van Alain Hubert tot voorzitter van het Poolsecretariaat, alsook het partnerschap tussen de IPF en de Belgische Staat binnen het Poolsecretariaat, en meende dat er mogelijks sprake was van onrechtmatig gebruik van de overheidsgelden die bestemd waren voor het wetenschappelijke Zuidpoolstation Prinses Elisabeth. Hubert en zijn stichting baatten de poolbasis al ruim tien jaar uit. De speurders onderzochten of Hubert zich schuldig had gemaakt aan belangenvermenging en belastingfraude en volgens onderzoeksrechter Michel Claise, die Hubert en het IPF in verdenking stelde, waren er aanwijzingen dat behoorlijk wat geld was gefactureerd aan een vzw en vennootschappen die in handen waren van Hubert en zijn vrouw, toen de ondervoorzitter van het IPF. De raadkamer heeft begin januari echter beslist Hubert en de IPF buiten vervolging te stellen. De IPF en Alain Hubert reageren verheugd op de beslissing, die naar eigen zeggen hun bestendige loyaliteit bevestigt aan de overeenkomsten die met de Belgische regering werden aangegaan: "Hiermee komt een einde aan een periode van ongefundeerde aanvallen op de eerlijkheid en integriteit van de Foundation." (Belga)

Het onderzoek naar Hubert en de IPF ging in december 2013 van start met een klacht door de toenmalige directeur van de Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid. Die betwistte de benoeming van Alain Hubert tot voorzitter van het Poolsecretariaat, alsook het partnerschap tussen de IPF en de Belgische Staat binnen het Poolsecretariaat, en meende dat er mogelijks sprake was van onrechtmatig gebruik van de overheidsgelden die bestemd waren voor het wetenschappelijke Zuidpoolstation Prinses Elisabeth. Hubert en zijn stichting baatten de poolbasis al ruim tien jaar uit. De speurders onderzochten of Hubert zich schuldig had gemaakt aan belangenvermenging en belastingfraude en volgens onderzoeksrechter Michel Claise, die Hubert en het IPF in verdenking stelde, waren er aanwijzingen dat behoorlijk wat geld was gefactureerd aan een vzw en vennootschappen die in handen waren van Hubert en zijn vrouw, toen de ondervoorzitter van het IPF. De raadkamer heeft begin januari echter beslist Hubert en de IPF buiten vervolging te stellen. De IPF en Alain Hubert reageren verheugd op de beslissing, die naar eigen zeggen hun bestendige loyaliteit bevestigt aan de overeenkomsten die met de Belgische regering werden aangegaan: "Hiermee komt een einde aan een periode van ongefundeerde aanvallen op de eerlijkheid en integriteit van de Foundation." (Belga)