'Bestaat de psychiatrie nog als ze euthanasie bij psychisch lijden toelaat?'luidt de ondertitel van Dood op verzoek, het nieuwe boek van psychotherapeut Abe Geldhof. Voor de auteur is het een retorische vraag. 'De psychiatrie is langzaam aan het verdwijnen. Door euthanasie uit te voeren bij mensen die soms zware psychische crisissen doormaken, heffen psychiatrie en psychologische hulpverlening zichzelf op', zegt hij.
...

'Bestaat de psychiatrie nog als ze euthanasie bij psychisch lijden toelaat?'luidt de ondertitel van Dood op verzoek, het nieuwe boek van psychotherapeut Abe Geldhof. Voor de auteur is het een retorische vraag. 'De psychiatrie is langzaam aan het verdwijnen. Door euthanasie uit te voeren bij mensen die soms zware psychische crisissen doormaken, heffen psychiatrie en psychologische hulpverlening zichzelf op', zegt hij. Geldhof beklemtoont dat hij niet gekant is tegen euthanasie bij fysiek terminale patiënten. 'Ik heb het in mijn boek uitsluitend over euthanasie bij psychisch lijden. Ik ben zeer gealarmeerd door wat in de praktijk gebeurt. Als ze me daarom tot de anti-euthanasielobby rekenen, dan is dat maar zo. Ik wil de discussie verschuiven naar de vraag wat doordachte therapie en psychiatrie is. Die vraag is de voorbije jaren volledig ondergesneeuwd door alle aandacht voor de zogenaamd goede dood. Ik heb als psychotherapeut al ettelijke keren ervaren dat je patiënten die euthanasie vragen met zeer gerichte interventies uit hun psychische crisis kunt halen.' Dat therapie kan helpen betwist niemand, maar u betwist het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt om geen therapie meer te willen en liever te sterven. U noemt die zelfbeschikking, het fundament van de euthanasiewetgeving, zelfs onethisch en een schijnrecht. Abe Geldhof: Ik betwist niet dat zelfbeschikking bestaat. Grof gesteld is suïcide de ultieme zelfbeschikking. Maar bij euthanasie besteedt de patiënt die zelfbeschikking net uit aan de arts of psychiater die hem moet doden. Ik vind het dus zeer merkwaardig dat het zelfbeschikkingsrecht wordt ingeroepen om bij artsen de praktijk van het doden in te voeren. Het simpele feit dat bij euthanasie iemand de patiënt moet doden, bewijst dat die patiënt geen zelfbeschikkingsrecht heeft. Wie uitzichtloos lijdt en daarom wil sterven, moet het dan maar zelf doen? Een arts die euthanasie uitvoert, verleent vooral medische hulp om een patiënt die over zijn eigen levenseinde heeft beslist een waardige en zachte dood te geven. Dat is bij zelfdoding niet het geval. Geldhof: Dat is geen zelfbeschikking meer, maar hulp bij zelfdoding. Dat impliceert wel degelijk een actieve rol van de arts, terwijl het zijn taak is om mensen te beschermen tegen die neiging om zichzelf als waardeloos ding te amputeren. Wanneer je als therapeut euthanasie bij psychisch lijden accepteert, verdwijnt het fundament van elke therapie in het niets. Wie psychisch lijdt, stapt naar een psychiater of psycholoog met een bepaalde verwachting, namelijk dat hij of zij je uit je impasse en lijden helpt. De hulpverlener dwingen om te antwoorden op de vraag of je leed niet uitzichtloos is en euthanasie de oplossing, duwt hem in een onmogelijke positie. Geen enkele psychiater of therapeut kan op die vraag antwoorden. In uw boek wijst u erop dat euthanasie traumatiserend kan zijn voor de familie en omgeving van de patiënt. Is dat niet nog veel meer het geval bij zelfdoding, die soms erg gruwelijk is? Geldhof: Ik vergelijk de twee niet. Ik wijs er alleen op dat bij euthanasie het ondraaglijke lijden in zekere zin wordt doorgeschoven naar de familie, omdat het zelfs niet verplicht is om de familie bij een euthanasievraag te betrekken. Ook dat is een gruwelijk neveneffect van de wet en daar komen dus klachten en procedures van. Ik begrijp dat families wanhopig reageren of euthanasie proberen tegen te houden, zoals Knack onlangs naar buiten bracht. Volgens recente cijfers zijn er per jaar ongeveer 4700 suïcidepogingen, waarvan er ruim 1300 slagen. Dat zijn 3,6 doden per dag. Is euthanasie dan geen betere oplossing? Geldhof: Is het geen betere oplossing om alles op alles te zetten met therapie, in plaats van zelfdoding te proberen vervangen door euthanasie? Euthanasie bij psychisch lijden brengt artsen en hulpverleners in een moeilijk parket. U redeneert vanuit de hulpverlener, maar de wet is vooral bedoeld voor de patiënt, om hem meer rechten en mogelijkheden te geven om over zijn eigen levenseinde te beslissen. Geldhof: Ik bekijk het niet alleen van de kant van de hulpverlener. Integendeel zelfs, ik denk aan al de patiënten die mij en mijn collega's vertellen dat ze met de huidige wet nu wellicht overleden zouden zijn, als we ze niet met vol- gehouden therapie uit hun crisis hadden gehaald, ook al raakte hun probleem niet helemaal of definitief opgelost. Het probleem zit dus niet bij de patiënt die euthanasie wil, maar vooral bij de hulpverlener? Geldhof: Absoluut. Het intieme verlangen van de hulpverlener is toch om zijn patiënt te helpen en vooral te blijven helpen? Waarom ben je anders hulpverlener? De hele opdracht van de psychiatrie is mensen beschermen tegen de neiging om zichzelf te verliezen en hun leed radicaal op te lossen met hun dood. Ik kan u veel voorbeelden uit mijn praktijk geven van therapeutische interventies die het lijden tijdelijk stoppen, waardoor de patiënt weer kalmeert en doorgedreven therapie weer mogelijk wordt. Als hulpverlener zult u een patiënt die niet meer wil voortleven dus tot elke prijs blijven behandelen. Is dat geen zeer paternalistische houding? Geldhof: De euthanasielobby heeft het debat over psychisch lijden gepolariseerd. Een therapeut die niet wil meewerken aan euthanasie wordt meteen in die paternalistische hoek geduwd. De hele psychiatrie draait net rond bescherming van het leven van de patiënt. Dat is allesbehalve paternalisme. De therapeut moet een werkrelatie opbouwen met zijn patiënt waarbij het uiteindelijk de bedoeling is dat de patiënt zonder therapeut verder kan. Dat vraagt tijd, terwijl de euthanasiewet haast en spoed in ons werk heeft binnengebracht. Als een patiënt over euthanasie begint en de psychiater wil daar niet aan meewerken, dan is hij wettelijk verplicht om zijn patiënt binnen de zeven dagen door te verwijzen naar een andere arts die wel aan euthanasie meewerkt. U stelt het voor alsof elke patiënt binnen de zeven dagen wordt doorverwezen als de therapeut tegen euthanasie is. Dat klopt toch niet? Een therapie kan maanden of jaren lopen voor de patiënt vindt dat de behandeling niet meer helpt en hij euthanasie overweegt. Zegt u meteen bij een eerste consult tegen een patiënt dat hij bij u aan het verkeerde adres is als hij ooit euthanasie zou willen? Geldhof: Nee, dat zeg ik niet. Ik zal de euthanasievraag van een patiënt altijd onderzoeken en proberen te contextualiseren. Ik heb geen ideologische rol te spelen, maar een therapeutische. Ik zoek altijd oplossingen die de patiënt tegen zijn zelfdestructie beschermen. Kunt u altijd iedereen met een psychische aandoening helpen met therapie? Geldhof: Ik beweer niet dat ik iedereen kan helpen, maar wel dat ik er voor iedere patiënt zal zijn. Ik laat het leven van de patiënt niet los. Het zijn net de voorstanders van euthanasie die beweren dat ze iedereen kunnen helpen, desnoods met de dood als oplossing. Bent u gelovig? Geldhof: Nee, ik ben vrijzinnig. Maar goed dat u dat vraagt, want ik word met mijn standpunten soms in die hoek geduwd. Een patiënt die beslist dat hij niet langer wil leven en genoeg heeft van alle therapieën, wilt u desnoods jarenlang blijven behandelen. Is dat geen therapeutische hardnekkigheid? Geldhof: Therapeutische hardnekkigheid is het cliché dat wordt gebruikt om euthanasie te rechtvaardigen. Therapeuten kunnen toch niet hardnekkig genoeg zijn? Moet ik als therapeut tegen een patiënt zeggen dat behandeling zinloos is omdat het leven op zich ook iets zinloos heeft? (glimlacht) Ziet u dat ik niet gelovig ben? Therapie moet aan die zinloosheid van het leven een plaats proberen te geven en de patiënt daarmee leren omgaan. Elke wetenschappelijke discipline heeft grenzen, ook de geneeskunde. Euthanasie bij psychisch lijden erkent die grenzen niet, want de euthanasiearts zegt dat hij wél een oplossing heeft, namelijk de patiënt doden. Euthanasie is een gemakkelijkheidsoplossing. Het is als hulpverlener veel moeilijker om tegen je patiënt te zeggen: 'Kom morgen terug en volgende week en volgende maand en volgend jaar voor volgende sessies'. Desnoods doe je dat voor een lager tarief. Ik help ook patiënten die maar 5 euro kunnen betalen. Als hulpverlener moet je je borst natmaken en dat doe je niet meer als je meewerkt aan euthanasie. U biedt patiënten desnoods levenslange behandeling aan als toekomstperspectief? Geldhof: Als je een patiënt vertelt dat hij lange tijd in therapie zal moeten en die patiënt blijft komen, bewijst dat toch dat er een minimale levensenergie is? Dat volstaat voor u? Geldhof: Uiteraard. Ook al betekent dat voor de patiënt het vooruitzicht op een pijnlijk en lastig leven zonder enige garantie op genezing of zelfs maar beterschap? Geldhof: In humanistische kringen leeft het idee dat een patiënt eenduidige vragen stelt en perfect weet wat hij wil. Wel, een patiënt is altijd dubbelzinnig. Als hij zegt dat hij ondraaglijk lijdt en wil sterven, volstaat het uiten van die klacht vaak al om weer verder te kunnen leven. Als therapeut zeg je dan toch niet meteen: 'Oké, we zullen je klacht verhelpen door je te doden.'? U verzet zich tegen het feit dat de euthanasiewet zowel fysiek als psychisch lijden aanvaardt. Etienne Vermeersch zei ooit dat alle lijden uiteindelijk psychisch lijden is. Geldhof: De wet onderscheidt terminaal en niet-terminaal lijden en dat is soms vaag. Maar bij niet-terminaal fysiek lijden is er een waarneembaar letsel in je lichaam, waardoor een bepaalde prognose mogelijk is. Psychisch lijden kun je zo niet objectiveren of een prognose geven. Daarom is dat strikte onderscheid met fysieke aandoeningen nodig. Wanneer ben je terminaal als psychiatrisch patiënt? Dat weet niemand. Dát zou de wet duidelijk moeten stellen. U schrijft dat de wet euthanasie bij psychisch lijden promoot, waardoor er steeds meer gevallen zijn. Geldhof: Patiënten zeggen mij dat ze nooit zelfdoding zouden overwegen, maar eventueel wel euthanasie. Dat bewijst dat er een andere logica is ontstaan door de euthanasiewet. Zelfdoding is heel solitair, euthanasie vraag je aan de ander. Een zoveelste bewijs dat de vraag naar euthanasie bij psychisch lijden zeer dubbelzinnig is en daarom heel nauwgezet moet worden geïnterpreteerd door de therapeut. Euthanasie maakt de hulpverlener die erop ingaat medeplichtig. Het is dus onwaarschijnlijk riskant om als therapeut zelf tegen een patiënt over euthanasie als mogelijke oplossing te beginnen. Ook dat gebeurt helaas. Het is Russische roulette spelen met het leven van je patiënt. In 2020 werden ruim 2400 euthanasiegevallen geregistreerd, 22 daarvan voor ondraaglijk psychisch lijden. Dat lage cijfer is al jaren vrij stabiel. Geldhof: Die cijfers zijn ondoorzichtig omdat veel euthanasiegevallen geregistreerd worden als polypathologie, waar dus ook elementen van psychisch lijden inzitten. De promotie zit erin dat patiënten hun therapeut nu voor het blok kunnen zetten en eisen dat ze als onbehandelbaar of uitbehandeld worden gecatalogiseerd. Ik vind dat een zeer kwalijk neveneffect van de wet. Blijven leven en dus ook lijden is belangrijker dan een waardig levenseinde kiezen? Laat u patiënten dan niet in de steek? Geldhof: Het is net omgekeerd. Je laat je patiënt in de steek door niet te blijven zoeken naar een goede omgang met datgene dat ons mens maakt. De wet zegt dat voor euthanasie de toestand medisch uitzichtloos moet zijn. Als dat ook geldt voor psychische aandoeningen, schuift de psychiatrie zichzelf aan de kant als onderdeel van de fysieke geneeskunde en bestaat psychiatrie als aparte discipline niet meer. Psychisch lijden wordt veel te medisch bekeken en reduceert zo de complexiteit en ook subjectiviteit van psychische aandoeningen. U omschrijft het als een 'perverse mentaliteit in de hulpverlening'. Geldhof: De perversiteit zit in de euthanasiewet zelf die aanzet om mensen op te geven. Ik heb mijn boek geschreven vanuit een concrete angst. Ik was zwaar onder de indruk van die recente wetswijziging die artsen verplicht om hun patiënt door te verwijzen als ze zelf niet willen meewerken aan euthanasie. Als arts of therapeut kun je daardoor je therapeutische rol niet meer ten volle spelen. Onbehandelbaar of uitbehandeld bestaat voor u niet? Geldhof: De Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie zegt zelf in haar visietekst dat je geen eenduidige prognoses kunt geven bij psychisch lijden, maar de wetgever verwacht wel dat de psychiater toch een beslissing neemt over die uitzichtloosheid. Dat is toch absurd? Die visietekst gaat over zorgvuldigheid bij beoordeling van een euthanasievraag en legt de lat daarvoor hoog. Andere visieteksten van de Orde der Artsen, de Broeders van Liefde of het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek gaan ook in die richting. Die teksten impliceren dat ook psychische aandoeningen uitbehandeld of onbehandelbaar kunnen zijn. Geldhof: Die visieteksten proberen hiaten te vullen in een wet die hulpverleners dwingt zich uit te spreken over iets waarover niemand zich kan uitspreken. Nogmaals, psychisch leed valt niet te objectiveren zoals een fysieke aandoening. Omgekeerd beslist u als therapeut wel dat elke patiënt behandelbaar is en blijft. Geldhof: Het leven is niet behandelbaar. Ik weet alleen dat je patiënten uit een crisis kunt halen door te blijven proberen. Ik ben zelf bijna zestien jaar onafgebroken in psychoanalyse geweest en ik heb dus ervaring met de soms lange zoektocht en de enorme impact van therapie. Die ervaring heeft me doen besluiten om zelf therapeut te worden. Zou een patiënt die psychologische hulp zoekt niet vooraf moeten weten wat het mensbeeld van de therapeut of psychiater precies is? Na dit interview zult u wellicht niet veel patiënten over de vloer krijgen die aan euthanasie denken. Geldhof: Elke therapeut heeft recht op zijn mensbeeld, maar de patiënt kent dat inderdaad niet vooraf. Misschien moet je als patiënt niet te veel blind vertrouwen hebben in de hulpverlener, maar die eerst zelf eens ondervragen over zijn visie, dan ziet u meteen wie werkelijk bestand is tegen die vragen. U doet aan psychoanalyse en behoort bij de zogenaamde school van de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan, die in de traditie van Freud werkte. Volgens emeritus professor Jacques Van Rillaer, zelf jarenlang psychoanalyticus en eminent Freudkenner, is psychoanalyse pseudowetenschap. Geldhof: Sommigen gaan ervan uit dat de mens een rationeel wezen is dat weet wat het wil, ook van het leven en de dood. Anderen, zoals ik, gaan ervan uit dat de mens getekend wordt door hartstochten, emoties en neigingen waar hij rationeel geen greep op heeft en zichzelf soms in kan verliezen. Die twee mensbeelden zijn moeilijk verenigbaar en daarom noemen sommigen ons charlatans, wat wij vice versa ook zouden kunnen doen, maar dat zal ons niet uit impasses in de concrete praktijk halen. Mijn ideeën komen bovendien niet enkel uit die hoek en ik val niet zomaar terug op Lacan, die al veertig jaar dood is. Therapeuten met andere benaderingen delen trouwens vaak mijn opvatting over euthanasie. Ik hoop alleen dat mijn boek niet toegedekt wordt met clichés over Freud of Lacan, maar scherp debat oplevert. Ik hoop dat politici zich de vraag stellen of de euthanasiewet patiënten met een psychische aandoening wel echt beschermt en ik hoop dat psychiaters zich de vraag stellen of ze nog wel psychiater kunnen zijn als ze meewerken aan euthanasie.