De avondklok blijft van kracht zolang de noodtoestand geldt, die Moreno vorige donderdag uitriep. De autoriteiten en nationale politie zullen toezien op het naleven van de maatregel om de openbare orde te handhaven, luidde het voorts. De protesten, die nu al zes dagen aan de gang zijn, zijn onder andere een gevolg van het schrappen van veertig jaar oude subsidies op brandstof, in het kader van een akkoord tussen de regering en het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Dinsdag bezetten duizenden inheemse inwoners en andere demonstranten nog het centrum van de hoofdstad. Ze slaagden er ook in om voor korte tijd het parlement binnen te dringen. Voor woensdag staat er in Quito een grote manifestatie gepland. De regering heeft inmiddels voor een periode van zestig dagen de noodtoestand uitgeroepen en verhuisde de regeringszetel tijdelijk naar de stad Guayaquil. In totaal werden volgens de autoriteiten al ongeveer 570 mensen opgepakt. De meesten van hen werden inmiddels weer vrijgelaten. Hier en daar circuleren ook berichten over gewonden. De regering heeft voorts beloofd dat ze met de inheemse inwoners die zich niet bezondigen aan geweld zal praten, maar maakte tegelijk duidelijk dat ze niet wil terugkomen op haar beslissing om de subsidies af te schaffen. Om de stijging van de brandstofprijzen voor een deel te compenseren, bood Moreno wel onder andere aan om het openbaar vervoer te subsidiëren. De president beschuldigde maandag overigens zijn voorganger, Rafael Correa, en de Venezolaanse leider Nicolas Maduro ervan dat ze in zijn land onrust willen stoken. Correa heeft die aantijgingen al weerlegd in een video, die hij vanuit België, waar hij momenteel verblijft, op Twitter verspreidde. Hij verwijt Moreno een dictator te zijn die zijn tegenstanders brutaal onderdrukt. Moreno was in het verleden nog de vice-president van Correa maar distantieerde zich later van zijn voorganger en betichtte hem van corruptie. (Belga)