Tweeëntwintig van de slachtoffers van deze grootste mijnramp in de Belgische geschiedenis waren mannen uit Manoppello. Het is dan ook in dat dorp dat de ceremonie plaatsvond voor de herdenking van de tragedie, zestig jaar geleden. Op uitnodiging van de gouverneur van de regio Abruzzo vertegenwoordigt prinses Astrid de koning, liet het paleis weten. Ze zal er de tentoonstelling "1956-2016. Marcinelle" openen en 's avonds een concert bijwonen. Op het programma staan verschillende sprekers, onder wie de burgemeester van Pescara, de gouverneur van de Abruzzen, de Belgische ambassadeur en Elio Di Rupo. "In 1948 verliet mijn vader Nicola de Abruzzen voor België. Hij is vertrokken met een eenvoudige valies als bagage. Zoals miljoenen Italianen na de oorlog, leefde hij in een donkere ellende. Het is om die armoede te ontvluchten, om werk te vinden, dat hij alles achterliet waar hij van hield", vertelde de voormalige eerste minister, aldus de tekst van zijn uiteenzetting, doorgespeeld door zijn woordvoerder. "Net aangekomen, werd hij ondergebracht in een kantine met een grote slaapruimte. Daarna vervoegden mijn moeder en zijn zes kinderen hem. (...) Vader, moeder en kinderen, voelden zich een beetje als gevangenen: gevangenen van de koude, gevangenen van de regen, gevangenen van een land dat men het 'zwarte land' noemde." Voor Di Rupo herinneren "rampen als die van Marcinelle ons, elk jaar op dezelfde dag, eraan dat de Italianen een zware prijs hebben moeten betalen voor het recht op respect". (Belga)

Tweeëntwintig van de slachtoffers van deze grootste mijnramp in de Belgische geschiedenis waren mannen uit Manoppello. Het is dan ook in dat dorp dat de ceremonie plaatsvond voor de herdenking van de tragedie, zestig jaar geleden. Op uitnodiging van de gouverneur van de regio Abruzzo vertegenwoordigt prinses Astrid de koning, liet het paleis weten. Ze zal er de tentoonstelling "1956-2016. Marcinelle" openen en 's avonds een concert bijwonen. Op het programma staan verschillende sprekers, onder wie de burgemeester van Pescara, de gouverneur van de Abruzzen, de Belgische ambassadeur en Elio Di Rupo. "In 1948 verliet mijn vader Nicola de Abruzzen voor België. Hij is vertrokken met een eenvoudige valies als bagage. Zoals miljoenen Italianen na de oorlog, leefde hij in een donkere ellende. Het is om die armoede te ontvluchten, om werk te vinden, dat hij alles achterliet waar hij van hield", vertelde de voormalige eerste minister, aldus de tekst van zijn uiteenzetting, doorgespeeld door zijn woordvoerder. "Net aangekomen, werd hij ondergebracht in een kantine met een grote slaapruimte. Daarna vervoegden mijn moeder en zijn zes kinderen hem. (...) Vader, moeder en kinderen, voelden zich een beetje als gevangenen: gevangenen van de koude, gevangenen van de regen, gevangenen van een land dat men het 'zwarte land' noemde." Voor Di Rupo herinneren "rampen als die van Marcinelle ons, elk jaar op dezelfde dag, eraan dat de Italianen een zware prijs hebben moeten betalen voor het recht op respect". (Belga)