Het vastgoedbedrijf Renewable Energy Construct Arlon 67 in de chique Brusselse Aarlenstraat, waarvan prins Laurent zijn vrouw Claire in augustus aan het hoofd zette, zit in slechte papieren. Virtueel failliet gaan in een van de duurste buurten van Brussel getuigt niet bepaald van veel zakelijk inzicht. Het prinselijk paar zou te hoge huurgelden vragen volgens de huurders. Burggraaf Davignon wordt er in allerijl bijgeroepen om de meubelen te redden. En dat zal nodig zijn, want op het vlak van geldzaken is de realiteitszin van onze royals wel vaker zoek.

Nog pijnlijker is het feit dat de Gewestelijke Investeringsmaatschappij Brussel mee participeert in deze vennootschap. En dit voor 188.500 euro kapitaal en 431.500 euro lening. Op de GIMB-webstek lezen we hierover: 'De vennootschap is een actieve promotor van het milieu en stelt hiervoor aan Europese beroepsverenigingen voor duurzame ontwikkeling een voorbeeldgebouw ter beschikking.' Waar dit voorbeeldgebouw dan te vinden zou moeten zijn, blijft een raadsel. Brussel heeft dus een aardige duit veil voor Laurent's vastgoedfratsen. Met dergelijke misinvesteringen valt het te begrijpen dat Brussel steevast om extra Vlaams geld komt bedelen.

Prins Laurent, de vrijmoedige vastgoedmagnaat

Theo Francken

De regering kan niet zeggen dat ik ze hiervoor niet verwittigde. Tijdens de parlementaire bespreking van de Koninklijke dotatiewet stelde ik meerdere vragen over de vastgoedactiviteiten van onze Tervuurse prins. Volgens artikel 6 van deze dotatiewet is het ontvangen van de dotatie niet verenigbaar met een belastbaar inkomen uit een "beroepswerkzaamheid". Dat lijkt een stap in de goede richting, maar is zoals vele artikels van de nieuwe wet veel te vaag.

Wat is immers een "beroepswerkzaamheid"? Dat begrip kan men zeer beperkend interpreteren. We weten bovendien hoe creatief de koninklijke familie kan zijn als het op geld aankomt. Door de huidige onduidelijkheid van de wet is voor een dotatiegerechtigde als Laurent mogelijk om handelsactiviteiten te ontwikkelen.

Het kan toch niet dat Laurent een dotatie krijgt wanneer hij dividenden uitgekeerd krijgt uit vennootschappen? Als Laurent zich geroepen voelt om de Brusselse vastgoedkoning te worden, mij niet gelaten, maar dan moet de regering zijn dotatie van 312.000 euro per jaar intrekken. Het is kiezen of delen.

Prins Laurent is misschien niet de beste zakenman, maar hij is ook niet dom

Theo Francken

Uiteraard zal prins Laurent daar nooit zelf voor kiezen. Hij is misschien niet de beste zakenman, maar hij is ook niet dom. We moeten de wet verder verstrengen. Via een nieuw wetsvoorstel wil ik een cumulatieverbod op het ontvangen van een dotatie en het drijven van handel, het optreden als zaakwaarnemer of het deelnemen aan de leiding of het beheer aan handelsvennootschappen. Ik vind hiermee het warm niet uit. Mijn voorstel is immers gebaseerd op de huidige regeling voor magistraten.

Het vastgoedbedrijf Renewable Energy Construct Arlon 67 in de chique Brusselse Aarlenstraat, waarvan prins Laurent zijn vrouw Claire in augustus aan het hoofd zette, zit in slechte papieren. Virtueel failliet gaan in een van de duurste buurten van Brussel getuigt niet bepaald van veel zakelijk inzicht. Het prinselijk paar zou te hoge huurgelden vragen volgens de huurders. Burggraaf Davignon wordt er in allerijl bijgeroepen om de meubelen te redden. En dat zal nodig zijn, want op het vlak van geldzaken is de realiteitszin van onze royals wel vaker zoek. Nog pijnlijker is het feit dat de Gewestelijke Investeringsmaatschappij Brussel mee participeert in deze vennootschap. En dit voor 188.500 euro kapitaal en 431.500 euro lening. Op de GIMB-webstek lezen we hierover: 'De vennootschap is een actieve promotor van het milieu en stelt hiervoor aan Europese beroepsverenigingen voor duurzame ontwikkeling een voorbeeldgebouw ter beschikking.' Waar dit voorbeeldgebouw dan te vinden zou moeten zijn, blijft een raadsel. Brussel heeft dus een aardige duit veil voor Laurent's vastgoedfratsen. Met dergelijke misinvesteringen valt het te begrijpen dat Brussel steevast om extra Vlaams geld komt bedelen.De regering kan niet zeggen dat ik ze hiervoor niet verwittigde. Tijdens de parlementaire bespreking van de Koninklijke dotatiewet stelde ik meerdere vragen over de vastgoedactiviteiten van onze Tervuurse prins. Volgens artikel 6 van deze dotatiewet is het ontvangen van de dotatie niet verenigbaar met een belastbaar inkomen uit een "beroepswerkzaamheid". Dat lijkt een stap in de goede richting, maar is zoals vele artikels van de nieuwe wet veel te vaag. Wat is immers een "beroepswerkzaamheid"? Dat begrip kan men zeer beperkend interpreteren. We weten bovendien hoe creatief de koninklijke familie kan zijn als het op geld aankomt. Door de huidige onduidelijkheid van de wet is voor een dotatiegerechtigde als Laurent mogelijk om handelsactiviteiten te ontwikkelen.Het kan toch niet dat Laurent een dotatie krijgt wanneer hij dividenden uitgekeerd krijgt uit vennootschappen? Als Laurent zich geroepen voelt om de Brusselse vastgoedkoning te worden, mij niet gelaten, maar dan moet de regering zijn dotatie van 312.000 euro per jaar intrekken. Het is kiezen of delen.Uiteraard zal prins Laurent daar nooit zelf voor kiezen. Hij is misschien niet de beste zakenman, maar hij is ook niet dom. We moeten de wet verder verstrengen. Via een nieuw wetsvoorstel wil ik een cumulatieverbod op het ontvangen van een dotatie en het drijven van handel, het optreden als zaakwaarnemer of het deelnemen aan de leiding of het beheer aan handelsvennootschappen. Ik vind hiermee het warm niet uit. Mijn voorstel is immers gebaseerd op de huidige regeling voor magistraten.