Het zijn nog maar de tweede presidentsverkiezingen in de geschiedenis van het land en de stembusgang wordt dan ook gezien als een belangrijke test voor de jonge democratie. De verkiezingen zouden normaal gezien in november plaatsvinden, maar door het overlijden van president Beji Caid Essebsi in juli, moest de stembusslag vervroegd worden. Tunesië is het enige land dat als democratie uit de Arabische Lente in 2011 is gekomen. De opstand werd toen getriggerd door het autoritarisme van de voormalige leider Zine al-Abidine Ben Ali, maar ook door de hoge prijzen voor bijvoorbeeld brood. Vandaag is de economie er echter op veel vlakken erger aan toe, wat regelmatig leidt tot protesten en een wijdverspreid gevoel van vervreemding ten opzichte van de politiek. Zesentwintig kandidaten doen een gooi naar de macht. Onder hen bevinden zich drie voormalige premiers en twee vrouwen. Acht van de kandidaten hadden banden met Nidaa Tounes, de partij van de overleden president Essebi die erg verzwakt is door innerlijke conflicten. De partij zelf stelt geen kandidaten voor. De islamistische Ennahda-partij schuift interim-parlementsvoorzitter Abdelfattah Mourou naar voren, die erom bekend staat de beweging te willen opentrekken naar de buitenwereld. Wie de winnaar wordt, is niet duidelijk; de verkiezingscommissie heeft het publiceren van peilingen verboden. Volgens studies die circuleren, zou de controversiële mediamagnaat Nabil Karoui de favoriet zijn. Die zit echter sinds 23 augustus in voorhechtenis vanwege witwaspraktijken, volgens velen een politieke afrekening. (Belga)