'Jij ook, kind': met die laatste woorden zou de Romeinse heerser Julius Caesar, die zag dat zijn geliefde Brutus hem samen met een groep samenzweerders wilde doden, het leven hebben gelaten. Naar de historische correctheid is het gissen. Dat geldt trouwens ook voor recentere overlijdens. De kans dat Winston Churchill echt zijn laatste adem gebruikte om te zeggen dat hij het allemaal beu was ('I'm bored with it all') lijkt eerder klein. Nee, dan lijkt Dylan Thomas waarachtiger met zijn ' I've had eighteen straight whiskies - I think that's the record.' Of de laatste woorden van Apple-topman Steve Jobs: 'Oh wow. Oh wow. Oh wow.' Maar zelfs dat is nog vrij optimistisch, zegt Wim Distelmans, professor in de palliatieve geneeskunde aan de VUB en voorvechter voor het recht op euthanasie. 'De meeste mensen sterven onverwacht, of bevi...

'Jij ook, kind': met die laatste woorden zou de Romeinse heerser Julius Caesar, die zag dat zijn geliefde Brutus hem samen met een groep samenzweerders wilde doden, het leven hebben gelaten. Naar de historische correctheid is het gissen. Dat geldt trouwens ook voor recentere overlijdens. De kans dat Winston Churchill echt zijn laatste adem gebruikte om te zeggen dat hij het allemaal beu was ('I'm bored with it all') lijkt eerder klein. Nee, dan lijkt Dylan Thomas waarachtiger met zijn ' I've had eighteen straight whiskies - I think that's the record.' Of de laatste woorden van Apple-topman Steve Jobs: 'Oh wow. Oh wow. Oh wow.' Maar zelfs dat is nog vrij optimistisch, zegt Wim Distelmans, professor in de palliatieve geneeskunde aan de VUB en voorvechter voor het recht op euthanasie. 'De meeste mensen sterven onverwacht, of bevinden zich voor hun overlijden in een subcomateuze toestand. Ze zijn meestal te zwak om nog te praten, laat staan om nog iets verstaanbaars te uiten. Al die heroïsche verhalen over gevleugelde laatste woorden moet je met een korrel zout nemen.' Distelmans zag al heel wat mensen sterven, en vaak ziet hij op het einde een soort regressie. 'Die mensen zijn dan ergens tussen waken en slapen en vallen terug op hun diepste waarden. Vaak mompelen ze nog de naam van hun moeder, vader, zus, broer of echtgenoot. Meestal mensen die zelf al lang overleden zijn, maar die heel belangrijk voor hen zijn geweest. Soms schrikt de familie daarvan: waarom zegt hun moeder nu ineens de naam van haar zusje, dat als kind is gestorven? Maar daaruit blijkt dat zo iemand toch heel prominent aanwezig is gebleven in de emotionele leefwereld van die vrouw.' Maar vaak zijn de laatste woorden ook heel banaal. '"Goed studeren, jongen", bijvoorbeeld. Uit bezorgdheid. Misschien wil die man vooral zeggen wat zijn kinderen voor hem hebben betekend, maar denkt hij dat hij daar de komende dagen nog tijd voor zal hebben. Wat helaas niet altijd het geval is.' Er is natuurlijk één situatie waarin mensen wél heel bewust hun laatste woorden kunnen uitspreken: euthanasie. 'Wie bewust voor zijn eigen overlijden kiest, zit eigenlijk mee aan zijn koffietafel', zegt Distelmans. 'Dat is vaak mooi om te zien: mensen halen dan nog flessen champagne, oesters of hun favoriete gebakje. Zo wordt het een soort afscheidsviering, met hun favoriete muziek erbij. Dat verloopt trouwens niet altijd zo rustig als je zou denken. Sommigen willen nog eens stevig uit de bol gaan, op Willy Sommers bijvoorbeeld. Ook de laatste woorden zijn heel afhankelijk van persoon tot persoon. Het valt me altijd op dat ze perfect passen bij de persoonlijkheid van mensen: ik heb nog nooit een totale stijlbreuk gezien. Mensen die voor euthanasie kiezen, hebben vaak veel gevoel voor humor en een groot relativeringsvermogen. Ze zeggen dan bijvoorbeeld dat ze hopen dat die 72 maagden voor hen zullen klaarstaan in het paradijs. Terwijl er ook mensen zijn die angstig reageren. Zij vragen in alle ernst om goed te controleren of ze wel écht dood zijn, zodat ze zeker niet ontwaken tijdens de crematie. Maar ik blijf toch vooral verwonderd over het feit dat mensen zo bewust met hun einde omgaan. Ze weten dat ze nog vijf minuten hebben, en willen heel bewust nog een aantal zaken zeggen. Daar moet je toch een bijzondere mindset voor hebben.' Ook de partner, kinderen, familieleden en vrienden willen vaak nog iets kwijt. 'Helaas beseffen ze niet dat wat ze zeggen echt het afscheid is', merkt Distelmans op. 'Ze blijven hopen dat er nog een nieuwe dag zal komen, en proberen dus vooral hoopgevende dingen te zeggen. Het blijft heel moeilijk om de waarheid onder ogen te zien als het over sterven gaat. Mensen vragen me ook vaak of hun familielid dat in coma ligt of gesedeerd is hen nog kan horen. Dat is meestal onduidelijk, de kans is eerder klein. Maar toch biedt het voor de naasten troost om te blijven praten.' Ook over kleine dingen. Dichter Herman De Coninck wist het al: 'Zelfs als ik sterf/ Zal je wel zien dat ik niet genoeg adem meer heb/ voor mijn laatste woorden ('Über allen Gipfeln/ ist Ruh') zodat iedereen het met mijn/ voorlaatste zal moeten stellen ('Geef me de bedpan eens, Marie').