Bryce De Ruyver
...

Oordeel van de jury: Justitie is een van de zwaarste en ingewikkeldste ministerposten in de federale regering. De minister is verantwoordelijk voor het justitiebeleid, maar hij moet voortdurend rekening houden met de grondwettelijke scheiding der machten. Omdat de magistratuur over het algemeen erg afkerig staat tegenover inmenging en veranderingen, is het vaak over eieren lopen. Daarenboven is hij rechtstreeks verantwoordelijk voor de Staatsveiligheid en het gevangeniswezen en onrechtstreeks - via het Openbaar Ministerie - voor het politieapparaat waar het gaat om de uitoefening van gerechtelijke politietaken. Toch slaagt minister Geens er volgens de jury in om halverwege de regeerperiode een fraai rapport voor te leggen. 'Hij heeft een pragmatische en originele aanpak om het noodlijdende bedrijf dat de magistratuur is, te genezen.' Geens kiest niet voor een 'big bang', maar voor een gerichte aanpak via zijn zogenaamde potpourri-wetten die snel resultaat opleveren in belangrijke deelgebieden van justitie. 'Het departement kampt weliswaar met een budgettaire krapte, maar de minister maakt de juiste keuzes.' Hij is bezig met de noodzakelijke hertekening van het gerechtelijke landschap en begon met de modernisering van het strafwetboek en het wetboek van strafvordering. Als hij dat allemaal tot een goede einde brengt, wordt hij ongetwijfeld een van de beste ministers van Justitie die dit land de laatste decennia heeft gekend. 'Dan schrijft hij geschiedenis.' Alle vier de juryleden zijn het erover eens dat Koen Geens een uitstekend communicator is. Hij legt ingewikkelde zaken rustig en eenvoudig uit. Hij straalt rust en kalmte uit, wat noodzakelijk is in crisismomenten. In de strijd tegen het terrorisme houdt Geens een gezond evenwicht tussen een repressieve aanpak en het belang van de mensenrechten. Zijn aandacht voor de rechtsstaat is een democratische basisbezorgdheid. Het grote nadeel voor Geens is volgens een van de juryleden dat een minister van Justitie meestal maar één regering meegaat, onder meer vanwege de slopende opdracht. 'In elke kast die Geens opentrok op justitie, trof hij lijken aan.' Dat gebrek aan continuïteit bemoeilijkt een beleid op langere termijn, en laat nu net dat iets zijn waar justitie naar snakt. Johan Delmulle (°1963) is procureur-generaal in Brussel en was tot voor kort voorzitter van het College van Procureurs-generaal. Hij zit ook mee aan tafel bij de Nationale Veiligheidsraad, de centrale schakel in de Belgische veiligheidsarchitectuur. Dat, gekoppeld aan zijn ervaring als federaal procureur - van 2007 tot 2014 stond Delmulle aan het hoofd van het federaal parket - maakt van hem een topfiguur in de kringen van justitie en veiligheid. Bovendien heeft Delmulle kabinetservaring: van 1996 tot 1999 was hij adjunct-kabinetschef van de ministers van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) en Tony Van Parys (CD&V). De voorbije twee decennia heeft hij onder meer zijn stempel gedrukt op de strijd tegen terrorisme. Oordeel van de jury: 'Delmulle is korpschef van het parket-generaal in Brussel, niet bepaald het makkelijkste parket om te leiden. Maar er komt geen sleet op zijn drive', stelt een van de juryleden. Delmulle predikt geen revolutie in Brussel, maar hij krijgt de zaken wél in beweging. Delmulle kent de terrorismedossiers goed vanuit zijn vorige functie als federaal procureur, en als 'portefeuillehouder terrorisme' in het College van Procureurs-generaal. Hij heeft een geïntegreerde visie op justitie. Hij beschouwt zijn dienst niet als iets aparts, maar als onderdeel van een groter veiligheidssysteem. 'Een zegen voor België, zeker in deze moeilijke periode', zegt een ander jurylid. Delmulle heeft uitgesproken standpunten, maar die zijn altijd goed onderbouwd. Zo maakte hij in het verleden een grondige doorlichting van de illegale economie en de criminele uitwassen daarvan. Het resultaat van die analyse is een belangrijk onderdeel geworden van het zogenaamde Kanaalplan voor Molenbeek na de aanslagen van 22 maart. Delmulle speelde een belangrijke rol bij de uitbouw van het federaal parket. Hij communiceert goed en heeft het talent om sterke en slimme medewerkers rond zich te verzamelen. Sinds 1 april 2014 is Jaak Raes (°1960) administrateur-generaal van de Veiligheid van de Staat (VSSE), een van de twee inlichtingendiensten van ons land. Zijn dienst volgt onder meer radicalisme, terrorisme, spionage en cyberdreigingen op. Raes begon zijn loopbaan bij de gerechtelijke politie in Mechelen en stond in de jaren negentig aan het hoofd van de School voor Criminologie en Criminalistiek. Bij het grote publiek werd Raes vooral bekend als directeur-generaal van het Crisiscentrum (2003-2014), de ideale voorbereiding op zijn baan als grote baas van de Staatsveiligheid. Oordeel van de jury: De administrateur-generaal van de Staatsveiligheid heeft een grote sturende invloed op het veiligheidsbeleid, al is dat door buitenstaanders niet altijd even goed in te schatten vanwege de discrete rol die de dienst moet spelen. Raes vervult zijn taak op een rustige en professionele manier. De jury vindt dat de Staatsveiligheid over het algemeen de terrorismedossiers goed heeft aangepakt. Volgens de jury doet Jaak Raes bij de Staatsveiligheid wat hij voordien ook al deed bij de andere diensten die hij leidde: puin ruimen waar nodig en de dienst performanter maken. Hij erfde een Staatsveiligheid die jarenlang te weinig geld en personeel had. Raes durft op te komen voor zijn dienst en medewerkers. Hij staat bekend als een doener die de zaken gestructureerd aanpakt en in alle omstandigheden zijn lijn aanhoudt. Evenwichtig en beheerst. En een woord is een woord. Jan Jambon (°1960) was de eerste politicus in België die de titel 'minister van Veiligheid' kreeg. Onder meer de federale politie, het Crisiscentrum en het Orgaan voor de Coördinatie en Analyse van de Dreiging (OCAD) vallen onder Jambons directe verantwoordelijkheid.Jambon, licentiaat informatica, bouwde een carrière uit in de bedrijfswereld en werkte onder meer voor IBM, SD Worx en de Bank Card Company. In 2007 werd hij in het parlement verkozen voor de N-VA en nam hij ook een schepenmandaat op in Brasschaat, waar hij later burgemeester werd. In oktober 2014 trad hij aan in de regering-Michel als vicepremier en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken.Door zijn open communicatie is hij voor het publiek in Vlaanderen hét gezicht van het veiligheidsbeleid van de regering-Michel. Voor sommige uitspraken ('Ik ga Molenbeek opkuisen', 'Significant deel van moslimgemeenschap danste na aanslagen', 'Eén persoon uit het politieapparaat heeft geblunderd') kreeg hij veel kritiek.Oordeel van de jury:Een slimme minister, met een neus voor goede ideeën. Jambon groeide snel in zijn rol en zette heel wat nieuwe zaken op de rails, zoals de bestuurlijke handhaving in probleemzones (Kanaalplan in Molenbeek), de schaalvergroting en het kerntakendebat bij de politie. Nu is het zaak die ook af te werken.Strategisch gezien heeft Jambon als vicepremier van Vlaanderens grootste partij een sterke politieke positie. In tegenstelling tot zijn collega van Justitie Koen Geens is hij voorstander van de harde aanpak in verband met het veiligheidsprobleem. Vandaar dat de twee veiligheidsministers in deze federale regering vaker van mening verschillen dan de buitenwereld vermoedt.Catherine De Bolle (°1970) is de topvrouw van de federale politie. In 2015 werd ze nog gelauwerd als Overheidsmanager van het Jaar. In tijden van budgettaire krapte is het evenwel niet eenvoudig een politiedienst te leiden die geconfronteerd wordt met een aanhoudende terreurdreiging. Die legt een groot beslag op de capaciteit.Met een diploma rechten op zak volgde De Bolle een opleiding tot officier bij de Rijkswacht, waar ze in 1994 aan de slag ging als juriste. Later werd De Bolle benoemd tot korpschef van de lokale politie in haar thuisstad Ninove. Meer dan tien jaar leidde ze het korps. In maart 2012 trad De Bolle aan als de eerste vrouwelijke commissaris-generaal van de federale politie. Na een gunstige evaluatie werd haar mandaat eind vorig jaar verlengd.Oordeel van de jury:'Catherine De Bolle is incontournable door haar functie', zegt een jurylid. Ze leidt de geïntegreerde federale politie in zeer moeilijke omstandigheden, gelet op de bezuinigingen bij de overheid. Ze is het gezicht en het uithangbord van de politie en communiceert goed. Het is volgens een van de juryleden niet uitgesloten dat zij in de nabije toekomst de federale politie verlaat voor een internationale functie in het buitenland.Sinds drie jaar staat Frédéric Van Leeuw aan het hoofd van het federaal parket, dat een cruciale rol speelt in de bestrijding van terrorisme, cyberdreigingen en georganiseerde misdaad. In 2002 ging Van Leeuw aan de slag als substituut bij het Brusselse parket. In 2007 stapte hij over naar het federaal parket, waar hij referentiemagistraat voor de strijd tegen de informaticafraude werd. Onder Van Leeuw communiceert het federaal parket heel open met de buitenwereld: het verstuurt bijna dagelijks persberichten over allerhande lopende terreuronderzoeken.Oordeel van de jury:Frédéric Van Leeuw pakt de terrorismedossiers schrander aan, vindt de jury. Hij is géén paniekzaaier, maar een verfijnde magistraat met een humane aanpak en een verfrissende managementstijl. 'Het federaal parket is de beste uitvinding van justitie in de recente Belgische geschiedenis en Van Leeuw leidt de dienst op een professionele en evenwichtige manier. Hij communiceert goed en hij weet zich te omringen met goede mensen.' Het viel een jurylid ook op dat Van Leeuw indruk maakte op een internationaal forum: 'Hij werd gerespecteerd en straalde gezag uit.'Op 1 januari 2016 nam Paul Van Tigchelt (°1973) de leiding over van het Orgaan voor de Coördinatie en Analyse van de Dreiging (OCAD), de dienst die het dreigingsniveau van België bepaalt. Van Tigchelt scoorde in de selectieprocedure het best 'op strategisch, analytisch, managerieel en communicatief vlak'. Dat hij al vertrouwd was met de werking van het OCAD, was ook een pluspunt. Toen het OCAD in 2006 werd opgericht, behoorde Van Tigchelt als adjunct-kabinetschef bij minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open VLD) tot de inner circle van de besluitvorming.Bij het OCAD werken zo'n 70 mensen. De dienst speelt een belangrijke rol bij de opvolging van de Syriëstrijders, via de zogenaamde 'dynamische databank'. Voor Van Tigchelt het OCAD leidde, werkte hij onder meer als woordvoerder bij het Antwerpse parket-generaal.Oordeel van de jury:De baas van het OCAD heeft een zeer grote invloed op het veiligheidsbeleid. Van Tigchelt en zijn ploeg medewerkers bepalen het dreigingsniveau in ons land - dat momenteel nog op 3 staat (het op een na hoogste). Hij reageert op een rustige, afgewogen en scherpe manier op veranderende situaties, vindt de jury, en maakt een zakelijke indruk. Dat is ook nodig, 'want elk woord van hem wordt op een goudschaaltje gewogen'.Bij het grote publiek is Francisca Bostyn (°1977) geen bekend gezicht, maar achter de schermen van de veiligheidswereld speelt ze een belangrijke rol. Toen minister Geens zich na de aanslagen van 22/3 moest verantwoorden in het parlement zat zij aan zijn zijde. Als vicekabinetschef volgt ze onder meer de Staatsveiligheid op. Bostyn kan daarbij bogen op de ervaring die ze opdeed op tal van strategische posities. Ze werkte als politiek analist bij Defensie en ging onder meer op missie naar Congo en Kosovo. In Afghanistan werkte ze als adviseur van de NAVO-ambassadeur. Bostyn was vervolgens analist op het Orgaan voor de Coördinatie en Analyse van de Dreiging (OCAD) én veiligheidsadviseur van premiers Herman Van Rompuy (CD&V) en Yves Leterme (CD&V). Vanuit die functie gaf ze leiding aan het College voor Inlichtingen en Veiligheid, dat de inlichtingendiensten aanstuurt. Bostyn kent ook het Europese veiligheidsbeleid goed, want ze was jarenlang adviseur van Gilles de Kerchove, de EU-coördinator terrrorismebestrijding.Oordeel van de jury:De jury heeft veel waardering voor Francisca Bostyn. Zij is een belangrijke figuur op de achtergrond: ervaren, schrander, verbindend, proactief, leergierig en ondanks haar leeftijd toch zeer ervaren. 'Veel terreinkennis en bakken ervaring op sleutelposten', zo vat een jurylid het samen.In 2016 werd Ine Van Wymersch (°1980) door collega-woordvoerders en beroepsjournalisten verkozen tot Nederlandstalig woordvoerder van het jaar. Niet zo vanzelfsprekend voor een parketwoordvoerster, want het geheim van het onderzoek en het vermoeden van onschuld maken het soms lastig om te communiceren. Bovendien is Van Wymersch op het Brusselse parket geen voltijds woordvoerster, maar combineert ze die opdracht met een baan als parketmagistrate. Ze bijt zich vooral vast in zedenfeiten, jeugdcriminaliteit en onrustwekkende verdwijningen. Na de aanslagen van 22 maart werd Van Wymersch tijdelijk gedelegeerd naar het federaal parket, waar ze verantwoordelijk was voor de identificatie van de overleden slachtoffers en het onthaal van de nabestaanden.Oordeel van de jury:Ine Van Wymersch communiceert duidelijk en ook heel menselijk. Ook in de nasleep van de aanslagen in Brussel deed ze dat volgens de jury zeer goed. Het justitienieuws op zo'n manier brengen dat het publiek zich betrokken voelt én inzicht krijgt, draagt bij aan een betere waardering van justitie en dat is belangrijk in een democratie.Als directeur van het Centrum voor Cybersecurity België (CCB) staat Miguel De Bruycker (°1967) in voor de beveiliging van ons land tegen cyberdreigingen. Na zijn studie aan de Koninklijke Militaire School en een opleiding informatica aan de VUB startte hij zijn loopbaan als informaticus bij Defensie. Hij werkte mee aan grote projecten rond computernetwerken en beheerde onder meer de miljoenencontracten met Microsoft en Oracle. Een artikel over cyberveiligheid dat hij voor een defensiepublicatie schreef, trok de aandacht van de militaire inlichtingendienst ADIV. Die vroeg hem een beleid rond cyberveiligheid uit te werken voor Defensie. Tien jaar lang was De Bruycker dé cyberspecialist van de ADIV. Hij schreef ook mee aan de Nationale Cyber Security Strategie, de hoeksteen van het Belgische cyberveiligheidsbeleid. In augustus 2015 werd De Bruycker de eerste directeur van het gloednieuwe CCB. Hij geeft leiding aan 27 personen, onder wie de specialisten van het Computer Emergency Response Team.Oordeel van de jury:Door zijn bijzondere expertise inzake cyberveiligheid weegt De Bruycker volgens de jury inhoudelijk sterk op de veiligheidsagenda. Cyberveiligheid gaat niet alleen over internetcriminaliteit, maar ook over spionage, sabotage, terrorisme en oorlogsvoering. De privacy van de burger staat daarbij sterk onder druk. De taak van het Centrum voor Cybersecurity valt dus moeilijk te overschatten.