Dit portret verscheen op 8 mei 2019 in Knack, toen Jambon nog kandidaat-premier was.
...

Op de kandidaatstelling van Jan Jambon voor het premierschap van België valt wel wat af te dingen. Dat bleek ook tijdens het communautaire verkiezingsdebat dat Knack vorige week organiseerde. 'Hoe kan een communautaire hardliner die ijvert voor een onafhankelijk Vlaanderen in alle ernst premier van België willen worden?' vroeg iemand in de zaal. Maar het valt ook te bezien of traditionele Vlaams-nationalisten zitten te wachten op een Belgische premier van hun politieke strekking. Vijf jaar geleden zette de N-VA haar communautaire standpunten tijdens de regeringsonderhandelingen on hold in ruil voor een 'sociaal-economische herstelregering'. Moet dat nogmaals gebeuren om de premier te mogen leveren? Een decennium lang communautair stilzwijgen? De Volksunie werd destijds voor veel minder afgemaakt door de eigen achterban. Uit een rondvraag bij vroegere en huidige bondgenoten in de Vlaamse Beweging blijkt niettemin dat er nauwelijks wordt getwijfeld aan de kracht van Jambons overtuiging en zijn ideologische beginselvastheid. 'Wat hij nu doet, is niet de keuze van zijn hart, het is een zuiver strategische zet', zegt Pieter Bauwens, hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde opiniewebsite Doorbraak, die Jambon leerde kennen bij de Vlaamse Volksbeweging. De kandidaat-premier, die als jonge dertiger de Vlaamse Volksbeweging resoluut op het spoor van de Vlaamse onafhankelijkheid zette, kan bij de doorgaans kritische Vlaams-nationalistische achterban op veel krediet rekenen. Knack sprak met mensen die Jan Jambon kennen van toen hij nog een Vlaams-nationalistische ultra was. Jan Jambon, geboren in 1960 en opgegroeid in een buitenwijk van Genk, werd begin de jaren 1980 politiek actief bij de Volksunie-jongeren (VUJO). Huidig Open VLD-politicus Luk Van Biesen, een leeftijdsgenoot van Jambon, zat samen met de gewezen minister van Binnenlandse Zaken bij de VUJO. 'Hij kwam vaak bij mij over de vloer en ik bij hem', vertelt Van Biesen. 'Jan heeft het Vlaams-nationalisme van thuis uit meegekregen. Wij reden als jongemannen samen met de fiets naar de IJzerbedevaart, vanuit Limburg naar Diksmuide.' Zowel Jambon als Van Biesen ging in Brussel aan de VUB studeren. Jambon volgde er informatica en werd op grond van zijn organisatietalent tot preses van de Wetenschappelijke Kring verkozen. (Hij schreef toen ook het studentenlied voor die club, waaruit dit fragment: 'En als we weer gaan rollen/ Zet het gerstenat maar klaar/ Wij zullen het niet laten/ Gelooft U dat maar/ Zolang men het café niet sluit/ Krijgt men de WK er niet uit'.) De gespannen taalsituatie in het toenmalige Brussel, de halsstarrige weigering van veel Franstaligen om de tweetaligheid van de hoofdstad te erkennen 'versterkte nog onze Vlaamse overtuiging', aldus Van Biesen. 'Het radicaalste was in die tijd nog niet radicaal genoeg voor ons. Jan dacht toen heel zwart-wit. Voor België had hij geen goed woord over. Op dat gebied is hij volgens mij ook niet veel veranderd. In persoonlijke gesprekken maakt hij nog altijd dezelfde scherpe analyses als toen.' Ook Luc Luwel, gedelegeerd bestuurder van de Antwerpse Kamer van Koophandel, afkomstig uit Limburg en destijds ook bij de Volksunie actief, kent Jambon al van in zijn studententijd aan de VUB. 'Jan behoorde tot de rechtse strekking in de Volksunie, ik tot de links-liberale. Jan was toen compromisloos. Ik moest dan ook glimlachen toen hij vicepremier werd in de regering-Michel. Hij deed wat Hugo Schiltz in 1988 had gedaan, maar in de ogen van de jonge Jambon zou dat volstrekt not done zijn geweest. Ik zie dus wel degelijk een evolutie. Ook in zijn openheid vandaag op het vlak van diversiteit, in zijn liberale opvattingen. Jan is een pragmaticus geworden.' Maar toen dus, in zijn jonge jaren, was Jambon rebels, onbuigzaam en radicaal. In de jaren zeventig en tachtig woedde in de Voerstreek de taalstrijd. De Walen wilden Voeren, dat na de vastlegging van de taalgrens bij Limburg was gevoegd, opnieuw naar de provincie Luik overhevelen. Bij confrontaties werden heuse veldslagen uitgevochten tussen Vlaamse demonstranten en Waalse activisten. Gewezen VU-politicus (vandaag CD&V) Johan Sauwens, die geregeld in Voeren ging demonstreren, herinnert zich dat 'de imposante fysieke verschijning' van de jonge Jambon daar regelmatig opdook. Na zijn studie aan de VUB verhuisde Jambon naar Antwerpen. Hij trad als VUJO-voorzitter van de provincie Antwerpen toe tot het nationale bestuur van de VUJO en begon aan een succesvolle loopbaan in het bedrijfsleven, waar hij het tot algemeen directeur van Bank Card Company zou schoppen. Hij gold in die jaren als ambitieus en politiek gedreven, maar zag met lede ogen aan hoe zijn partij onder toenmalig voorzitter Jaak Gabriels naar links opschoof. Samen met politieke wapenbroeder en goede vriend Peter De Roover, met wie hij vandaag in de N-VA tot de top behoort, maakte hij destijds naam als rechtse dissident die vaak in de contramine was met de officiële partijkoers. Open VLD'er Bart Tommelein was in die tijd nationaal VU-jongerenvoorzitter. 'Ergens in 1987 had Jambon zonder me in te lichten een vlammend opiniestuk geschreven voor ons ledenblad WIJ, tégen een eventuele deelname van de VU en Hugo Schiltz aan een Belgische regering. Ik heb toen de persen laten stilleggen. Niet veel later is Jambon vertrokken. Net zoals Peter De Roover kort vóór hem.' De spreekwoordelijke druppel voor Jambon en De Roover was het feit dat Jaak Gabriels en Antwerps boegbeeld Hugo Schiltz een buitenstaander als Herman Lauwers, de gewezen verbondscommissaris van het Vlaams Verbond van Katholieke Scouts, een verkiesbare plaats op de Antwerpse VU-Kamerlijst hadden aangeboden. 'Jan had - uiteraard en begrijpelijk - zelf de ambitie om naar het parlement te gaan', vertelt Lauwers. 'En toen werd ik daar gedropt, met de steun van Schiltz, die volgens Jan sowieso communautair een zachtgekookt ei was.' Jambon en De Roover haalden alles uit de kast om de kandidaatstelling van Lauwers te dwarsbomen, maar trokken aan het kortste eind. In de VUJO had Jan Jambon niet alleen vriend voor het leven Peter De Roover leren kennen, maar ook zijn toekomstige ex-vrouw, Mieke Huybrechts, destijds voorzitster van de Antwerpse VUJO en een goede vriendin van De Roover. Mieke Huybrechts was de zus van Pieter Huybrechts, een radicale VMO'er die in 1975 tijdens een gewelddadige betoging een oog had verloren en die toen getrouwd was met de dochter van Karel Dillen, de oprichter van het Vlaams Blok. Die partij, een afsplitsing van de Volksunie, brak in 1988 lokaal door met een combinatie van radicaal Vlaams-nationalisme en vreemdelingenhaat. Na zijn huwelijk verhuisde Jambon naar Brasschaat. De komst van Herman Lauwers deed in 1988 ook de lokale VU-afdeling daar op haar grondvesten daveren, omdat Lauwers, net verkozen als parlementslid, op bevel van hogerhand ook de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen zou gaan aanvoeren. Dat leidde tot een definitieve breuk, waarbij Jambon en lokale medestanders zoals Luc Sevenhans vertrokken. Om de VU een hak te zetten, ging Sevenhans met de plaatselijke VU-ledenlijst onder de arm aanbellen bij de eveneens in Brasschaat wonende Gerolf Annemans, met het aanbod om een gemeentelijke Vlaams Blok-afdeling op te richten. Annemans was net voor het eerst namens het Blok verkozen in de Kamer, en kon Sevenhans lokaal goed gebruiken. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1988 deed het Vlaams Blok in Brasschaat dan ook voor het eerst mee, aangevoerd door Sevenhans. 'Jan had zeker niets tegen het Vlaams Blok toen', vertelt Luc Sevenhans ons vanuit zijn Spaanse vakantieadres. 'Vergeet ook niet dat er in die jaren nog geen cordon sanitaire bestond. Het Vlaams Blok was voor ons een partij voor mensen die vonden dat de VU haar principes had verraden. Gerolf Annemans en Filip Dewinter woonden toen in Brasschaat, wij liepen elkaar geregeld tegen het lijf. Maar Jan was nooit actief bij het Vlaams Blok. Nadat hij bij de VU gedesillusioneerd was opgestapt, wilde hij niets meer te maken hebben met partijpolitiek.' Antwerps Vlaams Belang-boegbeeld Filip Dewinter vertelt dat hij in die jaren 'goed bevriend' was met Jambon: 'Wij zagen elkaar in dezelfde Vlaams-nationalistische organisaties, wij bezochten dezelfde cafés. Jan was one of the guys.' Vandaag herkent Dewinter Jambon naar eigen zeggen niet meer. 'Ik kende hem als een principiële Vlaams-nationalist, niet als de Belgische machtspoliticus die hij nu is.' Over die periode doet het gerucht de ronde dat ook Jambon achter de schermen actief was bij het Vlaams Blok in Brasschaat. De Wikipedia-pagina van de kandidaat-premier vermeldt zelfs dat hij de afdeling van de partij in Brasschaat hielp oprichten, maar dat klopt niet. 'Ik wás het Vlaams Blok in Brasschaat', zegt Gerolf Annemans. 'Ik zou het dus wel geweten hebben als wij een grote vis zoals Jambon hadden binnengehaald. Jambon stond inhoudelijk en politiek-ideologisch wel dicht bij ons. Het zou kunnen dat hij later, als secretaris van de Vlaamse Volksbeweging, zowel een VU- als een VB-lidkaart bezat, zoals toen bij VVB'ers gebruikelijk was. Maar hij is nooit actief geweest als Vlaams Blokker. Wij vertrouwden hem ook niet. In zijn DNA vonden wij hem heel schiltziaans. En als je vandaag zijn politieke parcours bekijkt, was dat wantrouwen terecht.' Openlijk engagement voor een extreemrechtse partij als het Vlaams Blok had de professionele carrière van Jambon ook geen goed gedaan, al sluiten sommigen niet uit dat hij in die jaren weleens op het Blok heeft gestemd. 'In die periode stemden veel Vlaams-nationalisten die teleurgesteld waren in de VU op het Vlaams Blok', zegt Koen Dillen daarover, die Jambon vanwege de familiebanden niet alleen in verenigingen zoals 'de Vlaams-nationale debatclub' maar ook 'op communiefeesten' zag. 'Uit balsturigheid heb ik weleens op het Blok gestemd', zegt Peter De Roover daarover. 'Over Jan kan ik me niet uitspreken. Maar zeker is wel dat die partij voor ons geen echte optie was. Als we hadden gewild, waren Jan en ik al 30 jaar parlementslid geweest.' Na de breuk met de VU verplaatste Jan Jambon zijn politieke engagement naar het Vlaamse verenigingsleven. Samen met Peter De Roover maakte hij zijn intrede bij de Vlaamse Volksbeweging (VVB) - De Roover als voorzitter, hij had als leraar het meeste vrije tijd, Jambon als secretaris. In de jaren 1960 en 1970 was de VVB nog een kweekvijver van politieke toptalenten, zoals Maurits Coppieters en Wilfried Martens, maar eind jaren 1980 was het een vergrijzende, ingedommelde club met nauwelijks nog maatschappelijke invloed. 'Wij hebben daar niet onze vaders maar onze grootvaders opgevolgd', vertelt De Roover. 'Ik was 27 toen ik voorzitter werd. Wij vonden dat de Vlaamse Beweging minder romantisch en rationeler moest worden. Jan en ik hoefden ons niet te verantwoorden voor een collaboratieverleden in de familie. En dus hadden wij ook geen complexen. Wij hielden ons niet in.' Jambon staat bij mensen die hem goed kennen niet te boek als een ideoloog, en evenmin een groot spreker, maar hij is wel een ijzersterke organisator. Volgens zijn medestanders is hij op de eerste plaats een economische Vlaams-nationalist, de zakenman of ceo van de Vlaamse Beweging, zeg maar, die de Vlaamse onafhankelijkheid met cijfers in de hand en op sociaal-economische gronden beargumenteert. 'Jambon was bij de VVB ook de eerste met een laptop', vertelt Pieter Bauwens. 'Hij weet van aanpakken en heeft die organisatie een stuk professioneler gemaakt.' Vanuit de VVB namen Jambon en De Roover de Volksunie fel onder vuur. De staatshervormingen van 1988 en 1989, waarbij de faciliteiten voor de Franstaligen in de Rand in de grondwet werden opgenomen en Brussel een derde gewest werd, waren vloeken in de traditionele Vlaamse kerk. Het VVB-congres van Kortrijk in 1991 geldt in Vlaams- nationalistische kringen als een mijlpaal. Jambon en De Roover kozen er zonder omwegen voor Vlaamse onafhankelijkheid, een standpunt dat op dat moment maar door één politieke partij werd gedeeld: het Vlaams Blok. Beide heren werkten zich uit de naad om met studies, boeken en congressen de in hun ogen noodzakelijke Vlaamse onafhankelijkheid op een zakelijke manier te onderbouwen. 'Eind jaren 1980 zat de klad in de VVB en eigenlijk in de hele Vlaamse Beweging', vertelt uitgever en Vlaams-nationalistisch publicist Karl Drabbe. 'Er waren veel verenigingen maar weinig leden, en er was geen wervend verhaal meer. De boodschap was uiterst technisch geworden, het ging alleen nog over grondwetsartikelen. Met hun eis voor Vlaamse onafhankelijkheid, waar niemand in de mainstream toen mee bezig was, wisten De Roover en Jambon opnieuw jonge mensen aan te spreken. Zij hebben de Vlaamse onafhankelijkheid uit het verdomhoekje van het Vlaams Blok gehaald.' Het waren communautair bewogen jaren: de temperatuur steeg geregeld naar het kookpunt. In 1991 beleefde het Vlaams Blok zijn grote doorbraak, in 1993 maakten de Sint-Michielsakkoorden van België een federale staat. Maar ook tegen die voor Vlaanderen zo belangrijke communautaire akkoorden ging de VVB onder De Roover en Jambon fel tekeer. Om hun nuchtere, onttoverde versie van het Vlaams-nationalisme te verspreiden doorkruisten Jambon en De Roover avond na avond heel Vlaanderen. Geen vereniging was hen te klein, geen gezelschap te extremistisch - de gave van het onderscheid was hen kennelijk vreemd. Althans, zo moeten we ook volgens de betrokkenen zelf de toespraak zien van Jambon namens de VVB op een bijeenkomst van het Sint-Maartensfonds, een organisatie van gewezen oostfrontstrijders waar menigeen de collaboratie verheerlijkt. Ook toenmalig Vlaams minister van Binnenlandse Zaken Johan Sauwens was in 2001 op die viering aanwezig, en moest in de heisa die daarop volgde ontslag nemen. Bij het aantreden van de Zweedse coalitie in 2014 werden de foto's van een speechende Jambon opnieuw opgerakeld, samen met andere oude plaatjes van zijn aanwezigheid bij een lezing van FN-kopstuk Jean-Marie Le Pen. Dat zorgde zeker aan Franstalige kant voor grote verontwaardiging. Het hielp ook niet dat Jambon als kersverse Belgische vicepremier in een interview zei dat de collaborateurs 'zo hun redenen hadden'. PS-kopstuk Laurette Onkelinx hoorde ' le bruit des bottes', het geluid van de militaire laarzen, tot in de Kamer. Als Jambon werkelijk premier wordt, zullen Franstalige politici - althans degenen in de oppositie - opnieuw hyperbolen tekortkomen. Het laat zich raden dat van deze onwaarschijnlijke kandidaat voor het ambt een soort Belgische geloofsbelijdenis zal worden verwacht. Intussen wakkerden de new radicals van de VVB in de jaren negentig ook de verdeeldheid in de Vlaamse Beweging aan. Een voor Vlaams-nationalisten bijzonder pijnlijke episode was het dispuut rond de IJzerbedevaart, de jaarlijkse viering voor de Vlaamse soldaten die omkwamen tijdens de Eerste Wereldoorlog. In het midden van de jaren negentig stonden gematigde en radicale Vlaams-nationalisten aan de oevers van de IJzer recht tegenover elkaar, en kwam het uiteindelijk zelfs tot vechtpartijen. 'Jan en Peter hebben in mijn ogen in al die jaren maar één fout gemaakt,' zegt Karl Drabbe, 'namelijk heel zwaar inzetten op de radicalisering van de IJzerbedevaart. Er is toen enorm veel tijd en energie gestoken in vragen als: van wie is de IJzertoren? Hoe radicaal moet je zijn om er een herdenking te mogen organiseren? Dat was in mijn ogen een volstrekt zinloze discussie.' De VVB van De Roover en Jambon schaarde zich uiteindelijk helemaal achter de radicale Vlaams-nationalisten, tégen het IJzerbedevaartcomité, dat onder leiding van de latere Spirit- politicus Lionel Vandenberghe de IJzerbedevaart wilde moderniseren en uitdrukkelijk afstand nam van uiterst rechts. In 1995 richtte de VVB mee het IJzerbedevaartforum op, dat druk uitoefende om het IJzerbedevaartcomité opnieuw in de richting van de klassieke Vlaamse eisen te sturen. Daar werd toen ook de zogenaamde werkgroep Radicalisering bij betrokken, een disparaat clubje van Vlaamse Bewegers uit extreemrechtse hoek. Ondanks verzoeningspogingen van politicoloog Bart Maddens en journalist Manu Ruys bleven het comité en het forum op voet van oorlog verkeren. Met als resultaat dat Jambon en De Roover tijdens de IJzerbedevaart van 1995 op de rechteroever van de IJzerbedevaartweide stonden te protesteren met gele petjes, fluitjes en ballonnen. In 1996 kwam het door de tussenkomst van extreemrechtse knokploegen zelfs tot gevechten, maar toen hadden De Roover en Jambon zelf ook afgehaakt in het besef dat de radicalisering rond de IJzerbedevaart was doorgeschoten. Vandenberghe heeft alles uit die periode opgeschreven, maar wil er vooralsnog niet over praten. 'Te delicaat', zegt hij kort aan de telefoon. Eigenlijk wil hij pas met zijn versie van de feiten komen als 'Jambon en De Roover allebei dood zijn'. Rationeel, nuchter, zakelijk: waarnemers in de Vlaamse Beweging benadrukken dat het discours waarmee de N-VA de grootste partij van Vlaanderen werd veel gelijkenissen vertoont met de vertogen die Jan Jambon en Peter De Roover in de jaren negentig hielden. In het weekblad Humo vertelde voorzitter Bart De Wever enkele jaren geleden hoezeer zij hem tijdens zijn studententijd in Leuven hadden geïnspireerd. 'Als jonge kerel van 22 wou ik er absoluut bij zijn toen die twee, De Roover en Jambon, plotseling opdoken met hun boodschap: we moeten de dingen bij hun naam noemen en zeggen waar we in the long run voor gaan: een natievormend project', aldus De Wever toen. Het vervolg is bekend. In 2007 maakte Jambon de overstap naar de N-VA. Hij werd al snel een van de top dogs van de partij. Als minister van Binnenlandse Zaken in de regering-Michel maakte hij over het algemeen een goede beurt, en wist hij zelfs een stuk van de Franstalige publieke opinie voor zich in te nemen. En nu stuurt de N-VA hem dus als kandidaat-premier naar het front. Al trok Jambon er op de persconferentie wel een gezicht bij alsof hij het zelf niet echt gelooft. Ook zijn vroegere partijgenoot Bart Tommelein heeft zo zijn twijfels. 'Jambon is een Vlaams-nationalist pur sang. Mannen zoals hij hopen uiteindelijk maar één ding: de geschiedenis ingaan als degene die België mee heeft ontmanteld.' Maar de kans dat Jambon straks als vertegenwoordiger van de grootste Vlaamse partij het premierschap kan opeisen, is reëel, zij het misschien niet in de coalitie van zijn dromen. Een heruitgave van een centrumrechtse federale regering, het plan A van de N-VA, lijkt gezien de peilingen onwaarschijnlijk. En ook het plan B, de invoering van het confederalisme, lijkt door het Kamerbrede gebrek aan politieke medestanders niet haalbaar. De vraag is dan of er voor de N-VA aan het premierschap enige eer te behalen valt. Er doen dan ook scenario's de ronde waarin Jambon eigenlijk voorbestemd zou zijn als de volgende Vlaamse minister-president. Waardoor Bart De Wever partijvoorzitter en burgemeester van zijn geliefde Antwerpen kan blijven. En toch. Kennelijk hoopt de N-VA erop dat ze haar politieke doelstellingen kan bereiken door met een federaal pro-Vlaams sociaaleconomisch beleid de Franstaligen tot wanhoop te drijven. Bij uitblijven van een communautaire big bang moet België voor het karretje van de Vlaamse economie worden gespannen - zoiets. Politiek realisme is vandaag het N-VA-codewoord. In die zin is de Jambon van vandaag ver verwijderd van de radicale dagdromers in de Vlaamse Beweging waartoe hij in zijn jonge jaren behoorde, die de Vlaamse staat hier en nu tot stand willen brengen. 'Ik ben, ik blijf en ik zal sterven als Vlaams-nationalist', zei Jambon ook tijdens het communautaire verkiezingsdebat van Knack. Maar aangezien een onafhankelijk Vlaanderen niet voor morgen is, moeten er andere methodes worden ingezet, legde hij uit, om voor Vlaanderen het onderste uit de kan te halen - tot en met de Wetstraat 16 toe. Al benadrukte hij ook dat hij premier wil worden van Oostende tot Aarlen en niet aanstuurt op onbestuurbaarheid of een politieke impasse, om België te doen barsten. 'Jan was vroeger veel extremer', besluit zijn oude vriend Luc Luwel, de voorzitter van de Antwerpse Kamer van Koophandel. 'Vandaag zie ik een intelligente strateeg, die compromissen kan sluiten met het oog op een hoger doel.' Maar is het toch niet het toppunt van politieke ironie dat een gestaalde separatist als Jan Jambon premier van België wil worden? 'In 1987 vonden Jan en ik dat Schiltz en de VU te weinig hadden binnengehaald voor regeringsdeelname', besluit Peter De Roover. 'In 2014 vonden wij het voor de N-VA wél genoeg om mee te doen. We zullen zien wat het na 26 mei wordt. Maar wij zijn hier geen politieke satire aan het bedrijven, hoor. Wij gaan die afweging in alle ernst maken.'