Portret: Elio Di Rupo

Elio Di Rupo (PS), premier.

Elio Di Rupo zou met lichte zin voor overdrijving de Belgische Barack Obama kunnen genoemd worden. Hij is de eerste migrantenzoon die het tot Belgische premier schopt. Wat zijn verhaal nog opmerkelijker maakt, is dat Di Rupo ook de eerste homoseksuele premier is. Of toch de eerste van wie ‘het’ geweten is.

De weg naar de Belgische politiek ging echter niet over rozen. Hij is de enige zoon in het Italiaanse migrantengezin Di Rupo die geboren werd in België. Hij verloor zijn vader toen hij een jaar oud was. Zijn moeder kwam alleen te staan en moest uit financiële noodzaak drie van haar kinderen – Pietro, Franco en Mario – afstaan aan een weeshuis.

Auteur, journalist en Wallonië-kenner Pascal Verbeken schrijft in De Standaard Weekblad in zijn portret van Di Rupo dat het onduidelijk is hoe hij bij de PS kwam. Robert Urbain, PS-minister die Di Rupo de partij inloodst, zegt dat hij een brief kreeg van de chemiestudent, waarin hij vroeg hoe hij lid kon worden. Di Rupo zegt dan weer dat Urbain hem gevraagd had, maar, citeert Verbeken: “Et moi, je ne voulais pas!”

Hoe hij ook de PS intuimelde, hij was er niet welkom. Zoals hij op school en als tiener al opviel door zijn afwijkende stijl – een echte dandy, klinkt het bij een jeugdvriend – zo irriteerde hij met zijn persoonlijke stijl de apparatsjiks van de PS van Bergen-Borinage. Een doctor in de scheikunde, die sterk onafhankelijk dacht: dat was niet meteen het klassieke PS-profiel. Komt daarbij dat er, zo zei de toenmalige voorzitter van de Bergense Jongsocialisten Jean-Paul Moerman tegen Verbeken, in die tijd een “latent racisme tegen Italianen (bestond), ook in de partij.”

Vernieuwer

Als Di Rupo in 1982 dan verrassend veel voorkeurstemmen haalt met een persoonlijke campagne, een radicale breuk met de traditie in de partij, toont hij zich meteen als “vernieuwer”, weet Moerman. In Verbekens profiel komt dat vernieuwende – en de daar bijhorende botsingen met de partij – duidelijk naar voren. In 1988 haalt de mijnwerkerszoon dubbel zoveel stemmen als burgemeester Maurice Lafosse. Hoewel hij door de partij al was aangeduid om zichzelf of te volgen, schrijft Verbeken, eist Di Rupo in een publieke manifestatie het burgemeesterschap op.

Ondertussen maakt hij carrière als cabinetard, in het Europees Parlement en de Senaat. Hij komt terecht in de Waalse regering als minister van Onderwijs, waar hij “onbetaalbare” ervaring opdeed als onderhandelaar, zegt Di Rupo in gesprekken met Francis Van de Woestyne, journalist bij La Libre Belgique en auteur van ‘Elio Di Rupo. Leven en Visie’, waarvoor hij urenlange gesprekken met Di Rupo had.

Fragiel

Als de Agusta-affaire in 1994 de socialisten Guy ‘Dieu’ Spitaels, Guy Mathot en Guy Coëm, tot ontslag dwingt, komt Di Rupo op aangeven van Busquin in de regering Jean-Luc Dehaene I terecht. Hij wordt meteen vicepremier en krijgt de portefeuille Verkeer en Overheidsbedrijven. Geen cadeau, meent Busquin, want de besparingen onder Dehaene waren zwaar voor de PS en Di Rupo kreeg moeilijke dossiers als Sabena voor de kiezen.

Verbeken laat ook SP.A-minister van Binnenlandse Zaken in de regering Dehaene I Johan Vande Lanotte aan het woord, die Di Rupo’s optreden “fragiel” vond en zag dat hij “nog niet de sterkste figuur binnen de PS was.”

Macht en wraak

Dat zou in de loop der jaren wel veranderen, want Di Rupo, zo blijkt heel sterk uit het portret van Verbeken is een machtsmens, een machtspoliticus pur sang. Hij vecht voor zijn plaats en zijn doel, premier worden van België. Dat hij zo hard kan vechten en zo ambitieus is, menen mensen uit zijn entourage, komt door de vele tegenslagen en tegenwind die Di Rupo heeft moeten overwinnen.

Te beginnen bij zijn afkomst: ‘Le Macaroni’, opgegroeid in troosteloze barakken, werd beschimpt om zijn afkomst. Een PS-politicus zegt dat Di Rupo, “een homoseksueel. Een dikkerdje.”, leeft in een “logica van wraak.” Misschien wel terecht, want Di Rupo wordt als minister onder Dehaene in 1996 beschuldigd van pedofilie. Een vreselijke beschuldiging, zeker omdat ze geuit werd zo’n maand nadat Marc Dutroux gearresteerd werd, en twee dagen nadat diens slachtoffers Sabine en Laetitia bevrijd, en de lichamen van Julie en Mélissa opgegraven, werden.

De beschuldigingen worden snel teruggebracht tot hun ware proporties: de verzinsels van een fantast, Olivier Trusgnach. Vande Lanotte noemt de hele zaak “manipulatie”. Hoewel Di Rupo op veel steun kon rekenen van premier Dehaene en ministers Herman Van Rompuy, Melchior Wathelet en Vande Lanotte, noemt advocaat Marc Uytendaele, die Di Rupo in die tijd bijstond, hem in het portret van Verbeken “un homme seul”.

De hele affaire dwong Di Rupo ook tot een outing over zijn seksuele geaardheid en dat was ingrijpend, want de tijdsgeest was anders dan die vandaag, herinnert Vande Lanotte zich. Die zaak heeft Di Rupo gevormd, weten intimi. Zijn bijna legendarische achterdocht, zijn gebetenheid en controledrang: ze zijn er enkel sterker op geworden.

Het netwerk

De altijd aimabele Elio Di Rupo, met zijn eeuwige glimlach en steeds verzorgde uiterlijk, is een niet te onderschatten politieke tegenstrever. Een man met een enorm netwerk, schrijft Verbeken. Niet alleen heeft hij de G9 rond zich, waarin partijkleppers als Paul Magnette, Rudy Demotte, Philippe Moreau en Laurette Onkelinkx zitten, hij kan op een groep van 200 à 250 mensen rekenen die hem bijstaan in specifieke dossiers. En ook met het koningshuis onderhoudt Di Rupo “warme contacten”, dixit Verbeken.

Zijn imago is ook zorgvuldig, een controlefreak waardig, gecultiveerd: zijn strikje is hij gaan dragen als “une mise en scène”, zegt Busquin. ‘Het merk Di Rupo’, noemt Verbeken het. En daar hoort ook geduld bij, oneindig veel geduld. Intimus Paul Magnette, de ‘kroonprins’ van de PS of soms ook Di Rupo genoemd, roemt dat geduld: “Elio dwingt nooit een akkoord af,” zegt hij aan Verbeken. Hij verandert ook zelden van positie en blijft zijn visie uitleggen, weet Magnette.

Charmante façade

Dat Elio Di Rupo nu de eerste socialistische en Waalse premier sinds 1974 wordt, nadat Edmond Leburton aftrad, is geen toevalligheid, maar de uitkomst van keihard werken en timmeren aan de weg naar de Zestien. Controle, geduld en macht zijn daarbij de sleutelwoorden, ook al noemen de Vlaamse onderhandelaars met wie hij aan tafel zat, hem steevast “charmant” (Wouter Beke), “heel charismatisch (Caroline Gennez), en “een man die veel luistert” (Vincent Van Quickenborne).

Journalist en Wallonië-kenner Guido Fonteyn vat het in een zin samen: “Achter die charmante façade zit een ijzersterke persoonlijkheid.” (SD)

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content