1. In welke mate kunnen de regeringspartijen CD&V, Open VLD en MR electoraal profiteren van hun aanpak van de crisis?
...

1. In welke mate kunnen de regeringspartijen CD&V, Open VLD en MR electoraal profiteren van hun aanpak van de crisis?Stefaan Walgrave: In het algemeen leiden crisisperiodes tot meer populariteit van de leider. Dat is het zogenaamde rally-'round-the-flag-effect. Maar in onze situatie vandaag is er niet echt een vlag om rond te verzamelen. Voor velen is premier Sophie Wilmès (MR) nog steeds een nobele onbekende. Bovendien is er een soort vacuüm, waarbij de oppositiepartijen de regering in het zadel houden. Het belonen van regeringspartijen hangt bovendien sterk samen met vertrouwen in de politiek. Vóór de coronacrisis was dat vertrouwen al heel laag in vergelijking met 2014 en 2009. Het politieke getouwtrek rond de formatie moet enorme sporen hebben nagelaten. We vertrekken vanaf een bodemkoers en ik vraag me af of die crisis er goed aan heeft gedaan. 2. Kunnen zij dan helemaal niet rekenen op een populariteitsboost?Walgrave: Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat er haast een mechanisch effect bestaat tussen de zichtbaarheid van een politicus en diens populariteit. We kunnen de persoonlijke verkiezingsuitslag redelijk goed voorspellen door te tellen hoe vaak iemand op televisie verschijnt. Of Wouter Beke (CD&V) hier veel plezier zal aan beleven is nog maar de vraag, maar ik ben er vrij zeker van dat Maggie De Block (Open VLD) aan populariteit zal winnen. Kijk ook naar Philippe De Backer (Open VLD). Hij zal alsnog in de politiek moeten blijven (lacht). Al is het verre van zeker of die persoonlijke populariteit zal afstralen op hun partijen. Met andere woorden: De Backer zou een goed resultaat kunnen neerzetten in Antwerpen, terwijl Open VLD er elders niet van profiteert. 3. En wat met de grootste partij, de N-VA?Walgrave: Het was volgens mij een tegenvaller voor de partij toen die doorhad dat de minderheidsregering de crisis zou gaan aanpakken. Ze voert federale oppositie met de handen op de rug. Tegelijk zit Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) onder de stolp van de Nationale Veiligheidsraad. Dat is een zeer ongemakkelijke situatie.4. Zou het geen goed idee zijn om nieuwe verkiezingen te organiseren eens de crisis gaat liggen? Walgrave: Ik denk dat nieuwe verkiezingen rampzalig zouden kunnen zijn. Het wantrouwen zal alleen maar leiden tot meer extreme stemmen, en daarna dus automatisch tot nog lastigere onderhandelingen. Nu zit je met de N-VA en de PS. Dat zijn de meest extreme partijen als je ze plaatst op de socio-economische én de culturele dimensie. Niet verwonderlijk dus dat ze geen akkoord konden vinden. Wat gaat dat worden met een versterkt Vlaams Belang in Vlaanderen en een grote PTB in Wallonië? Een gewone politieke crisis zou zo kunnen uitgroeien tot een regimecrisis.5. Hoe zal de crisis het politiek discours beïnvloeden? Walgrave: Cru gezegd: de eerstvolgende jaren gaan we ons ironisch genoeg misschien geen zorgen meer maken over het begrotingstekort. Dat tekort zal sowieso enorm zijn en de controle vanuit de Europese Commissie zal versoepelen. Dat verandert het spel. Het tekort op de begroting hing als een zwaard van Damocles boven de plannen van alle partijen. Die budgettaire dwangbuis valt nu even weg misschien. Linkse partijen zouden kostelijke, herverdelende plannen kunnen voorstellen, rechtse partijen dure belastingverlagingen. In het huidige bezweren van de crisis speelt ideologie een kleine rol, alle regeringen en alle partijen doen hetzelfde, maar na de gezondheidscrisis komt ideologie vollenbak terug, misschien nog meer dan voorheen. Het wordt ook een heel belangrijke periode waarin de lijnen voor vele jaren worden uitgezet.Ook de discussie rond de betaalbaarheid van de gezondheidszorg zal wijzigen. We zullen allemaal anders praten over de zorgsector. Er zal een soort onaantastbaarheid gelden. Besparen in de zorg, en misschien wel in de sociale zekerheid in haar geheel, zal moeilijk zijn. In die zin beleven we vandaag de zaak-Dutroux van de gezondheidszorg.