Oud-minister Leo Delcroix (72) overleden: een man van vele schandalen, die ook de dienstplicht opschortte

Leo Delcroix in 2016. © Belga

Oud-minister van Defensie Leo Delcroix is op 72-jarige leeftijd overleden. Onder zijn ministerschap werd de dienstplicht opgeschort. Delcroix kwam meerdere keren in opspraak, onder meer rond partijfinanciering, en met dossiers als de milieuboxen.

Het overlijden werd eerst gemeld door Het Laatste Nieuws en bevestigd in een overlijdensbericht. Delcroix was een Vlaams politicus voor de toenmalige CVP (huidige CD&V).

Volgens het overlijdensbericht op de website ingedachten.be overleed de oud-politicus woensdag, omringd door zijn geliefden. Op woensdag 9 november vindt in de parochiekerk O.L.V. van Fatima in Genk een publieke uitvaartplechtigheid plaats.

Delcroix werd in 1992 minister van Defensie, in de regering van premier Jean-Luc Dehaene. Hij is vooral bekend voor het opschorten van de dienstplicht.

Delcroix kwam meerdere keren in opspraak omwille van illegale partijfinanciering en, in de laatste fase van zijn carrière, omwille van het beheer van de Belgische paviljoenen op de Wereldtentoonstellingen.

Leo Delcroix werd in Kalmthout geboren op 21 november 1949 als vijfde zoon uit een gezin van elf. Zijn ouders hadden een veevoederbedrijf. Hij haalde diploma’s klassieke filologie en rechten aan de KU Leuven, en was een tijd assistent arbeidsrecht aan die universiteit.

Hij maakte ook carrière binnen de CVP. Hij leidde de CVP-Jongeren van Limburg. Hij was ook provinciaal secretaris van de partij, alvorens hij in 1984 nationaal secretaris werd op vraag van voorzitter Frank Swaelen. Delcroix zou er financieel orde op zaken stellen. Na de verkiezingen van 24 november 1991 werd Delcroix, die tot de rechtervleugel van de partij behoorde, gecoöpteerd als Senator.

Dienstplicht, stemmenwinst, ontslag

Bij de vorming van de regering-Dehaene in maart ’92 was hij een van de grote verrassingen. Hij werd minister van Defensie en officieus vicepremier van de CVP. Delcroix pakte snel uit met een grondig hervormingsplan voor het leger, gekoppeld aan de afschaffing van de dienstplicht en het bevriezen van het budget tot 1997. Militairen hadden heel wat kritiek op het hervormingsplan, maar de afschaffing van de dienstplicht legde Delcroix op electoraal vlak geen windeieren. Bij de Europese verkiezingen van juni 1994 stond hij voor het eerst op een lijst. Als eerste opvolger rijfde hij 119.000 voorkeurstemmen binnen. Ook bij de verkiezingen van oktober 1994 voor de gemeente- en provincieraden behaalde hij in Genk goede uitslagen als lijstduwer.
Al vrij snel tijdens zijn ministerschap werd Delcroix genoemd in de smeerpijpaffaire. Hij zou als CVP-secretaris op onrechtmatige wijze geld naar de partijkas hebben laten vloeien. Het Hoog Comité van Toezicht voerde een onderzoek naar de zaak, Delcroix ontkende elke onregelmatigheid.
In december 1994 kwam hij opnieuw onder vuur te liggen, nadat bleek dat hij in het weekblad Humo gelogen had over zijn villa in Zuid-Frankrijk, die in het zwart zou gebouwd zijn. Onder druk van de partij en van premier Jean-Luc Dehaene diende Delcroix op 8 december 1994 zijn ontslag in.

Milieuboxen


Bij de verkiezingen van mei 1995 raakte Leo Delcroix nog probleemloos verkozen voor het Vlaams Parlement, maar zijn politieke loopbaan ging er daarna snel op achteruit. De pers pakte regelmatig uit met nieuwe dossiers tegen hem (zoals de Atomaschriftjes en de affaires met Super Club, milieuboxen en de Kempense steenkoolmijnen) en zijn naam werd meer en meer een synoniem voor financieel gesjoemel.

Leo Delcroix met Jan Jambon en Kris Peeters op de Wereldtentoonstelling in Milaan, 2015. © Belga


Uiteindelijk werd Delcroix in vervolging gesteld, na een juridisch onderzoek naar de milieuboxen-affaire. Het bedrijf Plascobel mocht 40 procent produceren van die boxen, waarin klein gevaarlijk afval bewaard moest worden. In ruil daarvoor ontving de CVP illegale giften van dat bedrijf.
De correctionele rechtbank van Hasselt veroordeelde hem eind 2003 voor zijn aandeel in de zaak. Delcroix zou zich schuldig gemaakt hebben aan schriftvervalsing en gebruik van valse stukken. Maar het Antwerpse Hof van Beroep oordeelde in juni 2004 dat de feiten verjaard waren.
Delcroix verdiende na zijn politieke carrière een tijd de kost als vertegenwoordiger in dranken en was van 2001 tot 2003 directeur van de Maastricht School of Management.

Paviljoen (x2)


In 2008 benoemde de regering-Leterme hem tot adjunct-commissaris-generaal voor de wereldtentoonstelling van Shanghai in 2010, onder commissaris Robert Urbain. Toen die laatste afhaakte, werd Delcroix commissaris. Hij wist het project, dat te laat was opgestart, vlot te trekken, maakte winst in Shanghai en kon het paviljoen na afloop verkopen voor 4,6 miljoen euro.
Na de expo besloot het Rekenhof een onderzoek te starten naar de bankgegevens van Delcroix. Er waren vragen gerezen bij de openbare aanbesteding van het paviljoen en de verdeling van de opbrengst van de verkoop. De conclusie van het hof was vernietigend. Er werden zoveel regels met voeten getreden dat een controle van de financiën gewoon onmogelijk was, luidde het.
Desondanks benoemde de regering-Di Rupo Delcroix opnieuw tot commissaris van het Belgische paviljoen, voor de Wereldtentoonstelling in Milaan. Het kwam hem opnieuw op een vernietigend rapport van het Rekenhof te staan. Behalve voor de bouw van het paviljoen werd geen enkele overheidsopdracht geplaatst om medecontractanten te kiezen.
Eind 2018 kondigde Delcroix aan zijn mandaat bij de UHasselt te beëindigen omwille van ziekte. Hij was er voorzitter sinds 2010.

Partner Content