Ann Peuteman

‘Een privéchauffeur voor elke minister? Dan liever verplichte therapie’

Volgens actrice Helena Bonham Carter zou elke politicus in therapie moeten voor hij minister mag worden. ‘Zo gek is dat nog niet. Zo zouden politici niet alleen met een schonere lei aan de job beginnen, ze zouden hun werk ook beter kunnen volhouden’, schrijft Knack-redactrice Ann Peuteman in haar wekelijkse column De Zoetzure Dinsdag.

Het was een korte e-mail. De minister liet weten dat mijn woorden hem deugd hadden gedaan. Ik was toen nog politiek journalist en mocht af en toe het editoriaal van Knack schrijven. Daarin had ik het die week over de bakken kritiek die de minister in kwestie over zich heen kreeg. Er werd beweerd dat hij moe was en mentaal niet tegen zijn grote verantwoordelijkheden was opgewassen. In dat bewuste opiniestuk schreef ik dat het zijn goed recht was om wat mistroostig te zijn en er even zwaar de pest in te hebben: ‘Het leven is niet alleen maar leuk. En dat betekent vanzelfsprekend dat we ook andere mensen hun ongeluk moeten gunnen. Zelfs politici.’

Zoveel jaar later is er niet veel nieuws onder de zon. Ministers of staatssecretarissen die zich slecht voelen en tegen hun eigen grenzen aanlopen, worden nog altijd wat meewarig bekeken. Onder al het medeleven dat collega’s en opiniemakers in kranten en journaals verwoorden, blijkt al te vaak een zeker misprijzen en zelfs wantrouwen schuil te gaan. Zijn die zogenaamde mentale problemen geen manier om de aandacht van haar manke beleid af te leiden? Is hij niet simpelweg te zwak om zo’n hoge functie te bekleden? Zoekt ze niet gewoon een manier om het zinkende schip te ontvluchten?

Daar moest ik aan denken toen ik vorig weekend een interview met de heerlijke Helena Bonham Carter in The Times las. Daarin pleit de Britse actrice ervoor om elke politicus die een belangrijk uitvoerend mandaat wil opnemen verplicht naar een psychotherapeut te sturen. ‘Politici denken dat macht hen zal helen’, zegt ze. ‘Maar als je de problemen die je met je meedraagt niet aanpakt, zullen er alleen maar meer breuklijnen in jezelf ontstaan. En dan is het de rest van de wereld die te maken krijgt met de problemen die je nooit hebt aangepakt.’

Ergens heeft ze een punt. Heel wat toppolitici zouden veel meer gebaat zijn bij een psycholoog dan bij een privéchauffeur of kabinetskok. Niet alleen om met een schonere lei aan de job te beginnen, maar ook om het onderweg vol te houden.

Hoe smalend er ook over wordt gedaan, politiek is en blijft een loodzware stiel. Niet alleen omdat je dan keihard moet werken, de hele tijd hachelijke beslissingen moet nemen en amper nog thuis bent, maar ook omdat elke stap die je zet in de scherpste bewoordingen wordt becommentarieerd en iedereen ervan uitgaat dat je een olifantenhuid hebt.

Dat zal wel, hoor ik u denken, maar die politici krijgen daar veel macht, prestige en een dik loon voor in de plaats. We hoeven ook helemaal geen medelijden met hen te hebben, maar we hebben er wel alle belang bij dat ze hun job naar behoren kunnen blijven doen.

‘Stel dat ministers verplicht zouden worden om elke maand een vol uur met een steengoede therapeut te praten.’

Het voorstel van Bonham Carter mag dan weinig realistisch zijn, het idee erachter is echt wel interessant. Stel dat ministers elke maand verplicht een vol uur met een therapeut moeten praten. Dan zullen ze wellicht eerder onder ogen zien dat ze tegen hun grenzen aan zitten.

In tegenstelling tot de meeste andere mensen met wie ze omgaan, zal zo’n psycholoog hen niet naar de mond praten, hun woorden niet tegen hen gebruiken en geen perslekken organiseren. Die gesprekken zouden politici ook kunnen helpen om met beide voeten stevig op de grond te blijven staan. Iedereen die het reilen en zeilen in de Wetstraat langere tijd volgt, heeft al weleens een bescheiden en hardwerkend parlementslid zien doorgroeien, de top bereiken en vervolgens alle realiteitszin verliezen. Stel u eens voor dat zo iemand wettelijk verplicht zou zijn om maandelijks met een steengoede therapeut te praten.

In mijn werkkamer hangt sinds jaar en dag de iconische foto The Loneliest Job, die de Amerikaanse fotograaf Georges Tames in 1961 in de Oval Office van het Witte Huis maakte. Je ziet president John F. Kennedy vanop de rug terwijl hij met beide handen op zijn werktafel leunt. Alsof hij haast bezwijkt onder de enorme verantwoordelijkheid die hij helemaal in zijn eentje moet dragen.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

De werkelijkheid was enigszins anders. Op de foto staat de president gewoon de krant te lezen.

Tientallen keren vertelde de fotograaf de ware toedracht aan journalisten van over de hele wereld, maar toch negeren we die liever. Het verhaal van de machtige politicus die onder zijn verantwoordelijkheid gebukt gaat, is zoveel mooier. We houden er nu eenmaal van om de menselijke kant van zo’n man of vrouw te zien.

Tot de politicus in kwestie aangeeft dat hij tegen zijn grenzen aanloopt en hulp nodig heeft. Dan vervangen we hem zo snel mogelijk door een kandidaat die steviger in zijn schoenen staat. En net daarom reppen ministers, staatssecretarissen en schepenen met geen woord over de problemen waar ze mee worstelen. Tot ze écht niet meer kunnen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content