Minister Gatz amendeert eigen tekst na kritiek Rekenhof

Sven Gatz. © Belga

Brussels minister van Begroting Sven Gatz dient een amendement in op zijn ontwerpordonnantie over de begroting 2023 na kritiek van Rekenhof. Door een nauwere samenwerking tussen regering en het Hof bij de opmaak van de begroting, dreigt volgens het Rekenhof de autonomie van de instelling in gevaar te brengen en zelfs de scheiding der machten. De minister kondigde maandag bij de voorstelling van de begroting in commissie aan de tekst te zullen amenderen.

Minister Gatz wees er in zijn uiteenzetting op dat de Brusselse regering de afgelopen 2,5 jaar met drie crisissen geconfronteerd werd: COVID, de Russische inval in Oekraïne en de stijgende energieprijzen en inflatie. ‘Gelukkig zijn er de eerste signalen dat de stijging van de inflatie aan het vertragen is’, aldus de minister, die erop wees dat het Planbureau in zijn recentste prognose uitgaat van één in plaats van twee indexoverschrijdingen in 2023. ‘Ik meen dat we op basis van de gekende economische parameters een realistische begroting hebben neergelegd die uiteraard onderhevig zal zijn aan een strikte monitoring en opvolging’, aldus nog Gatz. 

Het begrotingsresultaat bedraagt -1,124 miljard euro, wat voor de minister overeen komt met het vooropgestelde begrotingsdoel uit de meerjarenraming. Dat bedrag wordt teruggebracht tot -485 miljoen door begrotingscorrecties van 888,9 miljoen: 210 miljoen aan onderbenuttingen, en het uit de begroting houden van 428,9 miljoen aan strategische investeringen, 50 miljoen voor Oekraïne en 200 miljoen aan energiemaatregelen.

De hoge inflatie en energiekosten zorgen voor een meer uitgaven voor de overheid. De opeenvolgende loonindexeringen zorgen voor een extra uitgave van 183,7 miljoen; de indexering van de dotaties van de  gemeenschapcomissies, sectorale akkoorden (ziekenhuizen, rusthuizen, lokale besturen en OCMW’s ), indexering Geco-contracten is goed voor 99,6 miljoen extra, de stijging van de rentelasten voor 67,5 miljoen euro. Voor de stijging van de eigen energiekosten, wordt een provisie van 100 miljoen aangelegd. 

Voorts wordt 200 miljoen vrijgemaakt voor steun aan de ondernemingen en burgers: 120 miljoen voor de ondernemingen, 27 miljoen voor de non-profit, 20 miljoen voor de OCMW’s, 15 miljoen voor lokale besturen, 10 miljoen voor energetische renovaties inde sociale huisvesting en 18 miljoen voor de energiepremies.

De begroting bevat voor 163 miljoen euro aan besparingen. Daarvan komt 60 miljoen van Optiris, het project voor de optimalisatie en transitie van de diensten en de instellingen van het Gewest. De afspraken om 3 procent te snoeien in de facultatieve subsidies moet 7 miljoen opbrengen. Voorts levert het terugdraaien van de COVID-middelen 30 miljoen en van de relancemaatregelen 25,6 miljoen euro, terwijl de regering kan rekenen op een eenmalige ontvangst van 40 miljoen uit de verkoop van overheidsgebouwen. 

Zoals de voorgaande jaren wees het Rekenhof er maandag op dat de neutralisering van de bedragen voor de structurele en strategische investeringen – voor onder meer mobiliteit en de tunnels – niet mogelijk is ‘omdat ons land zich niet in de positie bevond om de flexibiliteitsclausule te mogen toepassen’.  

Minister Gatz was maandag scherp voor N-VA-fractieleidster Cieltje Van Achter: ‘Ik pik het niet dat u mij een leugenaar noemt. Dit is niet de manier waarop het democratisch debat gevoerd wordt’. Van Achter stelde op de sociale media dat de minister de begroting opsmukte door te liegen over 20 miljoen  aan fictieve inkomsten waarvoor het Hof de minister op de vingers tikt in zijn analyse van de begroting 2023.

De N-VA-politica hekelde ook dat de minister onrealistische perspectieven biedt: hij belooft een begrotingsevenwicht in 2024, maar geeft niet aan hoe de 523,9 miljoen besparingen worden gerealiseerd in het verkiezingsjaar 2024. Van Achter verwees ook naar de kritiek van het Rekenhof op het uit de begroting houden van een reeks uitgaven en vraagt zich af hoe efficiëntiewinsten 40 miljoen moet opleveren.

Partner Content