Roger Housen

‘Het leger in de Antwerpse haven? Stuur de cavalerie!’

Roger Housen Legerkolonel buiten dienst en defensiespecialist.

‘Het leger gebruiken voor wat eigenlijk een job is voor Binnenlandse Zaken en het politiekorps, is geen goede oplossing’, schrijft Roger Housen naar aanleiding van het aanhoudend drugsgerelateerd geweld in Antwerpen. Hij brengt het essentieel onderscheid tussen de politie en het leger in herinnering.

Send in the cavalry – Stuur de cavalerie – is een metafoor die verwijst naar de inzet van de snelste of sterkste middelen om een crisis te beteugelen. Over het algemeen wordt tot deze maatregel overgegaan als men de wanhoop nabij is en van geen hout meer pijlen weet te maken.

Kennelijk is het daarom dat burgemeester Bart De Wever nu, na de dood van een onschuldig kind van elf ten gevolge van de drugsoorlog, oproept to send in the cavalry: “Stuur het leger om de haven te bewaken”. Ook de MR van Georges-Louis Bouchez vindt dat het leger dient ingezet te worden om tegen de drugsmaffia te vechten. Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden daarentegen verwerpt dit idee. Volgens haar zijn de militairen “niet juist opgeleid en uitgerust om aan terreinbezetting te doen”.

Als er nu één taak is waarvoor de gevechtseenheden van de landmacht juist wel goed getraind zijn en voorzien van het geschikte materieel, dan is het wel de controle van het terrein. Het argument van de minister slaat dus nergens op, doch haar afwijzing van de inzet van het leger is wel terecht. Maar om compleet andere redenen.

Ten eerste omdat Defensie en Politie een gans andere finaliteit hebben. In synthese komt het erop neer dat de ene tot doel heeft geweld te voorkomen en te beteugelen en de andere om geweld te gebruiken, en dan meestal nog om te doden. Dit vereist van hun personeel een compleet andere ingesteldheid en andere opleiding. Hiertussen heen- en weer schakelen is niet zo evident en zou wel eens tot niet-gewenste toestanden kunnen leiden.

Ten tweede is er de mankracht. Na dertig jaar van massale inkrimpingen van de getalsterkte, bezit het leger simpelweg niet meer voldoende geschikte soldaten om dit soort bewakingsopdrachten over een langere periode vol te houden. Temeer omdat gelijktijdig voor een grotere Belgische militaire aanwezigheid in Oost-Europa en voor stand by-eenheden voor de oorlog in Oekraïne moet gezorgd worden. Het cynische is dat de politieke partijen die mee beslist hebben over de massale personeelsafslankingen bij Defensie, nu roepen om de inzet van de soldaten die ze indertijd weg bespaard hebben. Tot groot jolijt van Vladimir Poetin, overigens.

Ten derde bezitten militairen geen politionele bevoegdheden. Militairen mogen geen mensen tegenhouden, aanhouden noch fouilleren, en evenmin hun identiteitskaart vragen of hun rugzak controleren. Ze mogen enkel optreden bij daadwerkelijk gevaar voor geweld en in geval van wettige zelfverdediging. Stel dat patrouillerende militairen in een containerhaven enkele verdachte personen zouden opmerken, wat moeten ze dan doen? De politie oproepen en betrokkenen vriendelijk verzoeken te wachten tot de combi arriveert? En ondertussen machteloos toekijken hoe valiezen vol met cocaïne in de koffer van een auto geladen worden?

Waar meneer De Wever naar mijn mening mee te maken heeft, is wat de Canadese wetenschapper Frank P. Harvey het Homeland Security Dilemma noemt. Het kan samengevat worden in deze contra-intuïtieve stelling: hoe meer veiligheid je hebt, hoe meer veiligheid je nodig hebt. Oftewel: steeds meer escaleren met bijkomende geweldsinstrumenten – in dit geval de inzet van het leger – werkt niet.

Harvey deed zijn vaststellingen naar aanleiding van de overheidsaanpak in de VS en Canada na de aanslagen van 9/11. Hieruit bleek dat hoe groter de financiële kosten, de publieke opoffering en het politieke kapitaal dat in veiligheid geïnvesteerd wordt, hoe hoger de verwachtingen van de bevolking en de bijbehorende normen voor het meten van prestaties worden en hoe groter het gevoel van onveiligheid bij de mensen na elke mislukking. En bijgevolg, paradoxaal genoeg, hoe groter de druk op regeringen en burgers om nog meer te investeren en op te offeren om de perfecte veiligheid te bereiken.

Escaleren met ‘straffere’ geweldsinstrumenten werkt dus niet; het creëert alleen maar niet-invulbare verwachtingen bij de bevolking. Je krijgt er het probleem niet mee uitgeroeid; meestal verschuift het gewoon naar een andere plaats, over het algemeen naar andere steden of regio’s. Maar het zou van teveel cynisme van mijn kant getuigen om te denken dat dit laatste de voorkeuroplossing is van meneer De Wever.

Veel beter kunnen dus de bestaande instrumenten geoptimaliseerd, versterkt en beter ingezet worden. Naast de Douane en de diensten voor Maritieme Beveiliging, denk ik hierbij ook aan de Directie van de Beveiliging van de Politie, die eind 2015 op aangegeven van toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon opgericht werd. Deze dienst is ten andere nu reeds verantwoordelijk voor, onder meer, de beveiliging van de kritieke infrastructuur.

Het leger gebruiken voor wat eigenlijk een job is voor Binnenlandse Zaken en het politiekorps, is geen goede oplossing. Het gebruik van strijdkrachten moet in een rechtsstaat een uitzondering blijven. Zo was de inzet van het leger na de aanslagen van 22 maart 2016 wel te verdedigen, omdat het terrorisme-extremisme een reële bedreiging vormde voor onze samenleving; dat is bij de narcoticamisdaad in Antwerpen vooralsnog niet het geval. Het is bovendien belangrijk om een onderscheid te maken tussen de functies van de politie en het leger. Het is niet omdat de politie de veiligheid in Antwerpen niet aankan, dat het leger er naartoe gezonden moet worden.

Trouwens, de cavalerie van generaal George Custer die naar de slag van Little Bighorn in de Amerikaanse Wild West gezonden werd in 1876, heeft het ook niet kunnen waarmaken tegen de indianen.

Partner Content