'Vijf dagen per week poets ik de dienst intensieve zorg, waar covidpatiënten liggen. Ik dweil onder meer de vloer en maak de medicatiepompen en medische toestellen schoon. Op zo'n dienst moet je echt op alles letten. Soms zitten er bloedspatten op de muren of andere vlekken op plaatsen waar je ze niet verwacht. Dat moet allemaal worden gepoetst, want in het ziekenhuis is hygiëne heel erg belangrijk. Natuurlijk kom ik tijdens mijn werk vaak dicht bij de patiënten, want anders zou ik niet goed kunnen schoonmaken. Veel stelt dat niet voor - iemand moet het doen.
...

'Vijf dagen per week poets ik de dienst intensieve zorg, waar covidpatiënten liggen. Ik dweil onder meer de vloer en maak de medicatiepompen en medische toestellen schoon. Op zo'n dienst moet je echt op alles letten. Soms zitten er bloedspatten op de muren of andere vlekken op plaatsen waar je ze niet verwacht. Dat moet allemaal worden gepoetst, want in het ziekenhuis is hygiëne heel erg belangrijk. Natuurlijk kom ik tijdens mijn werk vaak dicht bij de patiënten, want anders zou ik niet goed kunnen schoonmaken. Veel stelt dat niet voor - iemand moet het doen. Ik ben niet bang om besmet te raken of het virus mee naar buiten te nemen. Nu toch niet meer. In het begin, toen ik net had gehoord dat er mensen met corona op onze afdeling zouden worden opgenomen, was ik wel een beetje ongerust. In die tijd wisten we nog niet echt hoe je het virus kunt oplopen en hoe gevaarlijk het precies is. Maar ik was al snel gerustgesteld, want hier in het ziekenhuis is alles heel goed geregeld. Er zijn veiligheidsprocedures uitgewerkt en als je je daaraan houdt, kan je niets gebeuren. Wij moeten ook altijd een speciaal pak, een muts, een mondmasker en dubbele handschoenen dragen. Zorgen maak ik me dus niet meer. Als het hier niet veilig zou zijn, was ik toch al in maart of april besmet geraakt? Schoonmaken met zo veel beschermkledij aan is wel niet makkelijk. Je kunt er niet vrij in bewegen en het is ook heel warm. Bovendien mag mijn schoonmaakkar de afdeling niet meer binnen. Dat zou niet veilig zijn. Daardoor moet ik mijn emmer op de grond zetten en moet ik de hele tijd bukken. Dat voel ik tegen het eind van de dag echt wel in mijn rug. Wat het werk ook lastiger maakt, is dat de keuken van onze afdeling nu gesloten is. Daardoor kunnen we tijdens onze shift niets drinken, want op de afdeling zelf mag je mondmasker niet af. En als we weer weggaan, moeten we al dat beschermingsmateriaal volgens een vaste procedure uittrekken. Al die dingen maken het werk zwaarder dan anders, maar dat is natuurlijk voor al het personeel op intensieve zorg zo. Eigenlijk is er niet zo veel hiërarchie. Iedereen, van de artsen en verpleegkundigen tot het poetspersoneel, werkt samen om het hier zo goed mogelijk te doen draaien. Wij zijn één ploeg. Nu misschien nog meer dan anders. Ik werk al zes jaar op de dienst intensieve zorg en dus ben ik het wel gewoon om met zwaar zieke mensen geconfronteerd te worden. Maar nu is het toch anders. Zeker in het begin was het raar om patiënten die in coma zijn in zo'n vreemde houding aan de beademing te zien liggen. Ondertussen ben ik daaraan gewend. Ik probeer ook zo weinig mogelijk op de patiënten te letten en me vooral op mijn werk te concentreren. Wel gebeurt het soms dat ik word aangesproken door iemand die nog maar net van de spoeddienst naar onze afdeling is overgebracht. Dat begrijp ik ook, want patiënten mogen geen bezoek ontvangen en hebben dus haast niemand om tegen te babbelen. Toch probeer ik zo'n gesprek altijd zo kort mogelijk te houden. Dan leg ik de patiënt vriendelijk uit dat hij beter niet kan praten omdat hij zijn energie zo veel mogelijk moet sparen. Het is heel belangrijk dat een coronapatiënt die heel zwaar ziek is rust. Al vier mensen met wie ik even heb gepraat, zijn daarna in coma gebracht en uiteindelijk overleden. Dat is natuurlijk wel zwaar om mee te maken. Gelukkig ben ik van nature een heel positieve mens. Piekeren doe ik haast nooit. Ik doe mijn werk zo goed mogelijk en als ik klaar ben, ga ik naar huis, neem ik een douche en denk ik er niet meer aan. Buiten het ziekenhuis praat ik ook nooit over mijn werk. Zo bijzonder is het niet. Ik zorg er gewoon voor dat onze afdeling helemaal proper is. Meer niet.'