Het Rubenhuis kwam de laatste jaren internationaal in de kijker met een enorme verrijking van zijn collectie door middel van enkele schitterende bruiklenen. Alleen al vorig jaar kreeg het museumhuis er topwerken bij van Anthony van Dyck, Jacopo Tintoretto en niemand minder dan Titiaan.
...

Het Rubenhuis kwam de laatste jaren internationaal in de kijker met een enorme verrijking van zijn collectie door middel van enkele schitterende bruiklenen. Alleen al vorig jaar kreeg het museumhuis er topwerken bij van Anthony van Dyck, Jacopo Tintoretto en niemand minder dan Titiaan. Niet alleen de Tintoretto, die ooit deel uitmaakte van de kunstcollectie van David Bowie, maar ook het fraaie damesportret van Titiaan trekt van over de hele aardkluit bezoekers aan. Dit drukt zich meteen ook uit in de bezoekersaantallen van het Rubenhuis, die vorig jaar met ruim dertig procent toenamen. Net deze bruiklenen lijken het verschil te maken. Je merkt dat alle grote buitenlandse musea tegenwoordig uitkijken naar topbruiklenen. Omdat de bruikleenprocedure in opspraak komt in ons land, door de zogenaamde collectie avant-garde kunst in het MSK in Gent, hadden we hierover een gesprek met de directeur van het Rubenshuis Ben van Beneden.Ben van Beneden: Vooreerst moeten we onderstrepen dat het de taak is van de musea om erfgoed te bewaren en te verzamelen. Maar dat laatste wordt moeilijk, zeker in ons land, omdat onze aankoopbudgetten zo beperkt zijn en we geen kostbare werken kunnen verzamelen. Let wel, dit is ook een mondiaal fenomeen, want ook elders hebben musea het daar moeilijk mee. Feit is ook dat de particulieren drukker verzamelen en sommigen hebben meer middelen. Komt ook bij dat de topkwaliteit erg schaars is en er dus weinig op de markt komt. En hou er ook rekening mee dat die zeldzame topstukken soms niet eens op de veiling of in de kunstgalerie verschijnen. Dit maakt het verwerven erg moeilijk. Dan is het in bruikleen geven door een verzamelaar een bijzonder alternatief, zeker voor een lange duur. Voor het Rubenshuis is dat minstens voor vijf jaar of langer. Sommige kunstwerken blijven soms hangen. Via de bruiklenen groeit er ook een band tussen de musea en de verzamelaars en soms leidt dat zelfs tot een legaat. Dat merk je in het buitenland wel meer dan hier.BvB: Omdat de musea in sommige landen een grotere onafhankelijkheid hebben. Hier hangen de musea meer af van een overheid, lokaal of regionaal, waardoor het beleid een grotere inpakt heeft op het reilen en zeilen. Men weet nooit of het beleid na een verkiezing niet verandert. De Vlaamse musea missen daardoor vaak een lange termijnplanning. In Nederland of de States daarentegen hebben de meeste musea een meer onafhankelijk statuut en merk je ook meer bruiklenen en legaten. In Nederland hangen de musea ook niet enkel af van de staatsubsidies, maar hebben ze ook deels een eigen inbreng. Zo zijn bijvoorbeeld het Rubenshuis en Rubenianum bezig met een masterplan voor de gehele site, maar alles wordt gefinancierd door de overheid. Dit in tegenstelling tot het Rembrandthuis in Amsterdam, waar men aan hetzelfde werkt, maar waar de eigen inbreng van het museum centraal staat.BvB: Er zijn veel meer bruiklenen in bijvoorbeeld de UK, Nederland en de States. Het is wel meer een Angelsaksisch fenomeen dat gelinkt lijkt aan de onafhankelijkheid van de musea. Maar dit gaat verder, want ook de relaties tussen de musea, de kunsthandel en de kunstverzamelaars liggen er anders. Daar werken al deze partijen samen en vullen ze elkaar zelfs aan. Je hebt bijvoorbeeld ook bij verzamelaars en kunsthandelaren heel wat kenners. Dit zorgt voor een kruisbestuiving en leidt tot grotere internationale uitstraling. Belangrijke tentoonstelling gaan via deze contacten vlugger de wereld rond. Natuurlijk moeten conservators geen handel beginnen drijven en heb je deontologische regels nodig, maar ze kunnen wel goed samenwerken.BvB: De authenticiteit is cruciaal voor musea en is zeker zo belangrijk voor bruiklenen . Het onderzoek ernaar is geen exacte wetenschap, maar je moet zoveel mogelijk onderzoeken. Al onze bruiklenen werden materieel zeer grondig onderzocht door onder meer het Kunstpatrimonium en op kosten van de bruikleengevers. Daarnaast dient men ook te bekijken of een bruikleen wel in de collectie past, wat bijvoorbeeld de band is met de kunstwerken die reeds in bezit zijn. En dan moet uiteraard ook de provenance of herkomst worden onderzocht vooraleer een schilderij wordt opgehangen. Zeker als het om werken gaat toegeschreven aan zo'n belangrijke namen, zoals waarover sprake was in Gent. Het is alsof men bij mij zou aankloppen met zes Titiaans, vier Tintoretto's en drie Veroneses, .... Daar droomt iedereen van, maar op zo'n moment gaan er een lichtje branden en steek je al je voelsprieten uit. Het is een aanleiding om de herkomst van elk stuk op voorhand gedetailleerd bestuderen.BvB: Dat hangt af van het kunstwerk. Echte topstukken kunnen ook voor de waardevermeerdering van een museum zorgen. Twee jaar geleden kreeg bijvoorbeeld het Metropolitan Museum of Art het werk 'Lot en zijn dochters' van Rubens in bruikleen, dat in 2016 voor meer dan 50 miljoen euro werd verkocht. Maar heeft dit dan de waarde van het MET verhoogd? In dit geval is dat relatief. Het gebeurt wel dat werken van kleinere meesters door in een belangrijk museum te hangen verhogen in appreciatie. Ik denk ook dat zo'n waardevermeerdering meer opgaat voor hedendaagse kunst, die via een bruikleen een museale uitstraling krijgt. Maar je kunt het ruimer bekijken, ook in de oude kunst kunnen musea tot waardevolle herontdekkingen en herwaarderingen leiden. Zo bijvoorbeeld met de tentoonstelling over het werk van de herontdekte vrouwelijke schilder Michaelina Wautier die deze zomer in het MAS wordt getoond in het kader van het Barokjaar. Tot voor enkele jaren was ze onbekend en nu blijkt ze een van de grote schilders van de 17de eeuw. Voor haar leidt zo'n museale expositie inderdaad tot een waardevermeerdering. Dat kan uiteraard net heel positief zijn.