Onderzoekers van de VUB hebben 27 jongeren tussen 12 en 18 jaar uitgebreid geïnterviewd over verschillende aspecten van pleegzorg: hun eigen traject, gevoelens en relaties met hun pleeggezin en eigen familie, school, participatie en hun toekomst. Uit het onderzoek blijkt dat alle bevraagde jongeren pleegzorg voor hen de beste optie vinden. "Ook het pleeggezin, de pleegzorgbegeleiding en de instanties waarmee ze tijdens hun traject te maken krijgen, worden opvallend positief geëvalueerd en gewaardeerd", concludeert onderzoekster Ann Clé. De meeste van de bevraagde pleegkinderen vertellen dat ze "het pleegkind zijn" voornamelijk als iets "gewoons" ervaren en dat ze het liefst als gewone kinderen willen worden bejegend. "Enerzijds zijn kinderen en jongeren die al geruime tijd zijn geplaatst, zodanig gewend aan het leven in een pleeggezin dat ze er niet meer zo vaak bij stilstaan. Anderzijds geeft het leven in een pleeggezin hen de kans om in een 'gewoon' gezin op te groeien en een leven te leiden zoals 'gewone' kinderen. Dat zorgt voor positieve gevoelens van blijdschap, trots en dankbaarheid", legt Clé uit. Negatieve gevoelens zoals verdriet, kwaadheid en schaamte worden vaak gelinkt aan de confrontatie met het "anders zijn", bijvoorbeeld op school of bij de jeugdrechter. "Voor Jongerenwelzijn en Pleegzorg Vlaanderen is dit een boeiend en positief rapport dat pleegzorg positief in de kijker zet", zegt Peter Jan Bogaert van Jongerenwelzijn. Eind 2015 waren er 5.657 pleegzorgsituaties in Vlaanderen. "Toch zijn warme en geëngageerde pleegouders nog altijd welkom én nodig", aldus Bogaert. (Belga)

Onderzoekers van de VUB hebben 27 jongeren tussen 12 en 18 jaar uitgebreid geïnterviewd over verschillende aspecten van pleegzorg: hun eigen traject, gevoelens en relaties met hun pleeggezin en eigen familie, school, participatie en hun toekomst. Uit het onderzoek blijkt dat alle bevraagde jongeren pleegzorg voor hen de beste optie vinden. "Ook het pleeggezin, de pleegzorgbegeleiding en de instanties waarmee ze tijdens hun traject te maken krijgen, worden opvallend positief geëvalueerd en gewaardeerd", concludeert onderzoekster Ann Clé. De meeste van de bevraagde pleegkinderen vertellen dat ze "het pleegkind zijn" voornamelijk als iets "gewoons" ervaren en dat ze het liefst als gewone kinderen willen worden bejegend. "Enerzijds zijn kinderen en jongeren die al geruime tijd zijn geplaatst, zodanig gewend aan het leven in een pleeggezin dat ze er niet meer zo vaak bij stilstaan. Anderzijds geeft het leven in een pleeggezin hen de kans om in een 'gewoon' gezin op te groeien en een leven te leiden zoals 'gewone' kinderen. Dat zorgt voor positieve gevoelens van blijdschap, trots en dankbaarheid", legt Clé uit. Negatieve gevoelens zoals verdriet, kwaadheid en schaamte worden vaak gelinkt aan de confrontatie met het "anders zijn", bijvoorbeeld op school of bij de jeugdrechter. "Voor Jongerenwelzijn en Pleegzorg Vlaanderen is dit een boeiend en positief rapport dat pleegzorg positief in de kijker zet", zegt Peter Jan Bogaert van Jongerenwelzijn. Eind 2015 waren er 5.657 pleegzorgsituaties in Vlaanderen. "Toch zijn warme en geëngageerde pleegouders nog altijd welkom én nodig", aldus Bogaert. (Belga)