De directe uitstoot van lokale polluenten (stikstofoxiden en fijnstof met een diameter kleiner dan 2,5 micrometer) zal tegen 2040 dan weer sterk zijn afgenomen. Dat blijkt uit de studie 'Vooruitzichten van de transportvraag in België tegen 2040' van het Federaal Planbureau en de FOD Mobiliteit en Vervoer.

De directe emissies (bij het gebruik van het transportmiddel) vertegenwoordigen 81 procent van de totale broeikasgasemissies, aldus het Planbureau. Het leeuwendeel van de emissies komt van het wegvervoer.

Het Planbureau herinnert eraan dat de Europese Unie tegen 2050 een reductie met 60 procent van de uitstoot van de transportsector heeft opgelegd tegenover 1990. Met dat in gedachten vindt het Planbureau het nuttig om de evolutie van de broeikasgasuitstoot door het transport te analyseren bij een beleid dat niet wijzigt.

Federaal minister van Mobiliteit François Bellot, die aanwezig was bij de voorstelling van de studie, merkt op dat maatregelen die na 2017 zijn beslist, niet mee in rekening zijn genomen in de studie.

De toename met 2,8 procent van de directe uitstoot van broeikasgassen, is volgens het Planbureau het resultaat van twee tegengestelde evoluties. Enerzijds stijgt de transportvraag die de emissies doet stijgen. Anderzijds verbeteren de milieuprestaties van voertuigen. 'De verwachte stijging van de transportvraag wordt niet volledig gecompenseerd door de technologische verbeteringen en de genomen maatregelen', stelt het Planbureau.

Minder fijn stof

Daar staat tegenover dat de directe uitstoot van stikstofoxiden (NOx) en fijnstof met een diameter kleiner dan 2,5 micrometer (PM2,5) in 2040 respectievelijk 74 prcent en 71 procent onder het niveau van 2015 zullen liggen. Dat komt vooral door de verminderde uitstoot van auto's, vrachtwagens en bestelwagens naar aanleiding van de strengere Euronormen en in mindere mate door nieuwe, vooral elektrische, motoraandrijvingen.

Het Planbureau verwacht verder nog dat het totale aantal reizigerskilometers in het personenvervoer tussen 2012 en 2040 met 9,8 procent zal groeien, van 149,8 miljard kilometer naar 164,6 miljard kilometer. 'De demografische groei alleen is verantwoordelijk voor het grootste deel van deze evolutie', stelt het Planbureau. De wagen blijft het belangrijkste transportmiddel, met een aandeel van meer dan 80 procent.

De totale vraag naar goederenvervoer stijgt sneller, door de internationale handel. Volgens de projectie zal het aantal tonkilometers (een kilometer afgelegd door een ton goederen) met 25,2 procent toenemen van 84 miljard naar 105,2 miljard. De handel met buitenland kent een sterkere groei. Het Planbureau verklaart dat door de aanwezigheid van grote zeehavens en infrastructuur met goede internationale verbindingen. Voor goederen nemen het spoorvervoer en de binnenvaart sneller toe dan het wegvervoer (vrachtwagens en bestelwagens). Het wegvervoer maakt wel het grootste aandeel van goederenvervoer in 2040 uit (ongeveer 80 procent).

Vertraagd verkeer

De toename van het personen- en goederenvervoer over de weg leidt tot een toename van het verkeer. Zonder nieuwe maatregelen en bij een constante infrastructuur leidt dat tot een daling van de snelheid op het Belgische wegennet met gemiddeld 2 procent voor de wagens op een doorsneedag. In de meest gevoelige zones voor congestie dalen de snelheden gemiddeld met 5,8 procent tijdens de daluren en met 7,8 procent tijdens de spitsuren. De daling is het grootste in de regio van Antwerpen, waar de gemiddelde snelheid in de projectie met ongeveer 13 procent daalt op de belangrijkste assen.