PISA 2018 bracht het gevreesde slechte nieuws: de vaardigheden van onze 15-jarigen dalen verder. De neerwaartse trend die sinds 2006 is ingezet, gaat onverminderd voort. In 2003 was Vlaanderen nog wereldkampioen wiskunde, nu staan we op de tiende plaats. Voor taal zijn we afgezakt tot op het gemiddelde van 90 deelnemende landen. Op elk van de drie vaardigheidsgebieden (wiskunde, taal en wetenschappen) hinken onze 15-jarigen zowat een half jaar achterop vergeleken met hun (Vlaamse) leeftijdsgenoten uit 2006. In termen van schoolloopbanen spreken we van ca 5 à 6% verloren onderwijstijd; in termen van onderwijsuitgaven is dat een miljardenverlies.

PISA-resultaten voor Vlaanderen: niet alles is kommer en kwel.

De oorzaken zijn moeilijk exact te bepalen, maar er zijn wel verschillende vermoedens. De leescultuur gaat erop achteruit. De eindtermen zijn misschien niet veeleisend genoeg. De instroom in de lerarenopleidingen verzwakt. Het tekort aan leerkrachten doet scholen naar noodoplossingen grijpen, zoals grotere klassen of inzet van leerkrachten zonder de vereiste kwalificatie. De toenemende concentratie van anderstalige leerlingen in kansarme scholen betekent ook een extra belasting (geen teken van dalende kwaliteit).

Eén verklaring lijkt mij niet correct - namelijk dat het gelijkekansenbeleid van de voorbije decennia geleid zou hebben tot een neerwaartse nivellering, en dus oorzaak zou zijn van de gedaalde prestaties. Daar is geen enkel wetenschappelijk bewijs voor. Internationale vergelijkingen laten keer op keer zien dat er geen statistisch verband is tussen de mate van sociale rechtvaardigheid en het gemiddeld prestatieniveau van onderwijssystemen. Landen zoals Canada, Estland, Denemarken, Japan en Australië doen het tegelijk goed op beide criteria - terwijl andere landen het slechter doen op één van beide of beide vlakken.

Ook wanneer verschuivingen doorheen de tijd worden gemeten, is er geen statistisch verband tussen trends op het ene of het andere vlak. Het pleidooi van sommigen om het gelijke onderwijskansenbeleid terug te schroeven 'om terug meer nadruk te leggen op excellent onderwijs' berust op een imaginaire tegenstelling. In het Vlaamse onderwijs kan misschien zelfs nog veel meer leerwinst geboekt worden met leerlingen uit lagere sociale milieus dan met de sociaal bevoorrechte jongeren, die reeds tot de wereldtop behoren. Meer excellentie en meer gelijke kansen kunnen echt hand in hand gaan.

Maar wat moet er dan gebeuren om het Vlaamse onderwijs opnieuw te laten schitteren? Als het van Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts afhangt, zijn er drie recepten: taalbeleid, verscherping van de eindtermen en centrale examens. Akkoord - maar op de eerste plaats: sterkere leerkrachten. En dat is werk van (zeer) lange adem.

Taal is de sleutel tot succes in het onderwijs: de beleidsnota onderwijs schreeuwt het uit. En inderdaad, taal is erg belangrijk - niet het minst voor de groeiende groep van leerlingen met een migratie-achtergrond. We kunnen dit op basis van onze eigen analyses alleen maar beamen: ook na uitzuivering van alle andere kenmerken (zoals sociaal-economische status) heeft de gemiddelde anderstalige leerling meer dan een jaar leerachterstand ten opzichte van zijn Vlaamstalige medeleerlingen. De vraag is dus niet of men meer moet investeren in taalverwerving (dat is evident), maar wel hoe dat best gebeurt. Het taalbad-model is volgens deskundigen een 'noodzakelijk kwaad': je kan een anderstalige nieuwkomer niet zonder meer droppen in een Vlaamse klas. Maar je moet ook de beperkingen zien.

De ervaring met OKAN (onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers) leert dat deze nieuwkomers al te vaak onder een stulp gezet worden: totaal geïsoleerd van de Vlaamse leerlingen, en dit terwijl er geen beter middel bestaat om taal te leren dan de dagelijkse informele omgang met 'native speakers'. Bovendien missen de OKAN-leerlingen een groot deel van het gewone leerplan. Hou dus de taalbaden zo kort mogelijk; organiseer ze liefst tijdens de zomervakantie. Laat de betrokkenen zo snel mogelijk naar een gewone klas overstappen. Geef ze daar elk een Vlaamse buddy, en intensieve taalcoaching op maat. En gebruik hun moedertaal als een instrument voor taalsensibilisering bij onze Vlaamse leerlingen. Anderstaligheid is geen deficit maar een uitdaging.

Centrale toetsen hebben zeker hun nut in een zeer liberaal onderwijssysteem als het onze. Ze zijn één van de weinige instrumenten voor kwaliteitsmonitoring van scholen: ze kunnen helpen om tekorten te detecteren, zowel op school- als op systeemniveau. Internationaal onderzoek toont aan dat centrale toetsen zowel het gemiddelde prestatieniveau als de kansengelijkheid ten goede komen. Ook hier is het niet zozeer de vraag of ze er al dan niet moeten komen, maar wel hoe. Vermijd aub dat ze misbruikt worden als concurrentiewapen tussen scholen. Houd bij de resultaten altijd rekening met verschillen in sociaal en cultureel profiel van de leerlingenpopulatie, zodat je kansarme scholen niet afstraft voor omgevingsfactoren waar ze geen vat op hebben. Vermijd dat scholen leerlingen gaan uitsluiten om betere cijfers te kunnen halen. Het is mogelijk om dit alles op een slimme en rechtvaardige manier te organiseren.

PISA-onderzoek (ook het onze) heeft aangetoond dat de kwaliteit van leerkrachten bepalend is voor de prestaties van leerlingen - méér dan de uitgaven per leerling of de klasomvang. Versterk dus verder de lerarenopleidingen. Vermenigvuldig het aantal masters in het TSO/BSO en het lager onderwijs. Eis van elke leerkracht een minimum hoeveelheid navorming per jaar, en geef haar ook de tijd daarvoor. Investeer in ingroeibanen, visitaties en professionele leergemeenschappen. Responsabiliseer scholen en leerkrachten voor de prestaties van hun leerlingen, en beloon ze daarvoor. Trek de beste leerkrachten aan in de moeilijkste scholen.

Kortom, het is tijd voor nieuwe recepten en inspanningen. Daarom hoef je niet per se af te breken wat in de voorbije 20 jaar met zorg is opgebouwd. Laat het beleid vooral berusten op wetenschappelijke evidentie over wat werkt en wat beter kan.

Tot slot nog deze bedenking: ook al is PISA 2018 een echte wake-up call voor meer kwaliteit, toch is ons onderwijs geen zinkend schip. Het welbevinden van scholieren is sterk toegenomen, en dat is een voorwaarde voor excellentie. Het percentage vroegtijdige schoolverlaters ligt een stuk lager dan in 2006. Zowat de helft van de Vlaamse jongeren behaalt tegenwoordig een diploma van het hoger onderwijs: ook dat is een stuk beter dan in 2006, en zeer goed in internationale vergelijking. Onze universiteiten behoren tot de wereldtop, onze jonge wetenschappers zijn stukken beter geschoold dan hun voorgangers. Er is met andere woorden op verschillende fronten ook reden tot tevredenheid.

Ides Nicaise is hoogleraar onderwijs en samenleving aan de KU Leuven.

PISA 2018 bracht het gevreesde slechte nieuws: de vaardigheden van onze 15-jarigen dalen verder. De neerwaartse trend die sinds 2006 is ingezet, gaat onverminderd voort. In 2003 was Vlaanderen nog wereldkampioen wiskunde, nu staan we op de tiende plaats. Voor taal zijn we afgezakt tot op het gemiddelde van 90 deelnemende landen. Op elk van de drie vaardigheidsgebieden (wiskunde, taal en wetenschappen) hinken onze 15-jarigen zowat een half jaar achterop vergeleken met hun (Vlaamse) leeftijdsgenoten uit 2006. In termen van schoolloopbanen spreken we van ca 5 à 6% verloren onderwijstijd; in termen van onderwijsuitgaven is dat een miljardenverlies. De oorzaken zijn moeilijk exact te bepalen, maar er zijn wel verschillende vermoedens. De leescultuur gaat erop achteruit. De eindtermen zijn misschien niet veeleisend genoeg. De instroom in de lerarenopleidingen verzwakt. Het tekort aan leerkrachten doet scholen naar noodoplossingen grijpen, zoals grotere klassen of inzet van leerkrachten zonder de vereiste kwalificatie. De toenemende concentratie van anderstalige leerlingen in kansarme scholen betekent ook een extra belasting (geen teken van dalende kwaliteit).Eén verklaring lijkt mij niet correct - namelijk dat het gelijkekansenbeleid van de voorbije decennia geleid zou hebben tot een neerwaartse nivellering, en dus oorzaak zou zijn van de gedaalde prestaties. Daar is geen enkel wetenschappelijk bewijs voor. Internationale vergelijkingen laten keer op keer zien dat er geen statistisch verband is tussen de mate van sociale rechtvaardigheid en het gemiddeld prestatieniveau van onderwijssystemen. Landen zoals Canada, Estland, Denemarken, Japan en Australië doen het tegelijk goed op beide criteria - terwijl andere landen het slechter doen op één van beide of beide vlakken. Ook wanneer verschuivingen doorheen de tijd worden gemeten, is er geen statistisch verband tussen trends op het ene of het andere vlak. Het pleidooi van sommigen om het gelijke onderwijskansenbeleid terug te schroeven 'om terug meer nadruk te leggen op excellent onderwijs' berust op een imaginaire tegenstelling. In het Vlaamse onderwijs kan misschien zelfs nog veel meer leerwinst geboekt worden met leerlingen uit lagere sociale milieus dan met de sociaal bevoorrechte jongeren, die reeds tot de wereldtop behoren. Meer excellentie en meer gelijke kansen kunnen echt hand in hand gaan.Maar wat moet er dan gebeuren om het Vlaamse onderwijs opnieuw te laten schitteren? Als het van Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts afhangt, zijn er drie recepten: taalbeleid, verscherping van de eindtermen en centrale examens. Akkoord - maar op de eerste plaats: sterkere leerkrachten. En dat is werk van (zeer) lange adem.Taal is de sleutel tot succes in het onderwijs: de beleidsnota onderwijs schreeuwt het uit. En inderdaad, taal is erg belangrijk - niet het minst voor de groeiende groep van leerlingen met een migratie-achtergrond. We kunnen dit op basis van onze eigen analyses alleen maar beamen: ook na uitzuivering van alle andere kenmerken (zoals sociaal-economische status) heeft de gemiddelde anderstalige leerling meer dan een jaar leerachterstand ten opzichte van zijn Vlaamstalige medeleerlingen. De vraag is dus niet of men meer moet investeren in taalverwerving (dat is evident), maar wel hoe dat best gebeurt. Het taalbad-model is volgens deskundigen een 'noodzakelijk kwaad': je kan een anderstalige nieuwkomer niet zonder meer droppen in een Vlaamse klas. Maar je moet ook de beperkingen zien.De ervaring met OKAN (onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers) leert dat deze nieuwkomers al te vaak onder een stulp gezet worden: totaal geïsoleerd van de Vlaamse leerlingen, en dit terwijl er geen beter middel bestaat om taal te leren dan de dagelijkse informele omgang met 'native speakers'. Bovendien missen de OKAN-leerlingen een groot deel van het gewone leerplan. Hou dus de taalbaden zo kort mogelijk; organiseer ze liefst tijdens de zomervakantie. Laat de betrokkenen zo snel mogelijk naar een gewone klas overstappen. Geef ze daar elk een Vlaamse buddy, en intensieve taalcoaching op maat. En gebruik hun moedertaal als een instrument voor taalsensibilisering bij onze Vlaamse leerlingen. Anderstaligheid is geen deficit maar een uitdaging.Centrale toetsen hebben zeker hun nut in een zeer liberaal onderwijssysteem als het onze. Ze zijn één van de weinige instrumenten voor kwaliteitsmonitoring van scholen: ze kunnen helpen om tekorten te detecteren, zowel op school- als op systeemniveau. Internationaal onderzoek toont aan dat centrale toetsen zowel het gemiddelde prestatieniveau als de kansengelijkheid ten goede komen. Ook hier is het niet zozeer de vraag of ze er al dan niet moeten komen, maar wel hoe. Vermijd aub dat ze misbruikt worden als concurrentiewapen tussen scholen. Houd bij de resultaten altijd rekening met verschillen in sociaal en cultureel profiel van de leerlingenpopulatie, zodat je kansarme scholen niet afstraft voor omgevingsfactoren waar ze geen vat op hebben. Vermijd dat scholen leerlingen gaan uitsluiten om betere cijfers te kunnen halen. Het is mogelijk om dit alles op een slimme en rechtvaardige manier te organiseren. PISA-onderzoek (ook het onze) heeft aangetoond dat de kwaliteit van leerkrachten bepalend is voor de prestaties van leerlingen - méér dan de uitgaven per leerling of de klasomvang. Versterk dus verder de lerarenopleidingen. Vermenigvuldig het aantal masters in het TSO/BSO en het lager onderwijs. Eis van elke leerkracht een minimum hoeveelheid navorming per jaar, en geef haar ook de tijd daarvoor. Investeer in ingroeibanen, visitaties en professionele leergemeenschappen. Responsabiliseer scholen en leerkrachten voor de prestaties van hun leerlingen, en beloon ze daarvoor. Trek de beste leerkrachten aan in de moeilijkste scholen.Kortom, het is tijd voor nieuwe recepten en inspanningen. Daarom hoef je niet per se af te breken wat in de voorbije 20 jaar met zorg is opgebouwd. Laat het beleid vooral berusten op wetenschappelijke evidentie over wat werkt en wat beter kan.Tot slot nog deze bedenking: ook al is PISA 2018 een echte wake-up call voor meer kwaliteit, toch is ons onderwijs geen zinkend schip. Het welbevinden van scholieren is sterk toegenomen, en dat is een voorwaarde voor excellentie. Het percentage vroegtijdige schoolverlaters ligt een stuk lager dan in 2006. Zowat de helft van de Vlaamse jongeren behaalt tegenwoordig een diploma van het hoger onderwijs: ook dat is een stuk beter dan in 2006, en zeer goed in internationale vergelijking. Onze universiteiten behoren tot de wereldtop, onze jonge wetenschappers zijn stukken beter geschoold dan hun voorgangers. Er is met andere woorden op verschillende fronten ook reden tot tevredenheid. Ides Nicaise is hoogleraar onderwijs en samenleving aan de KU Leuven.