Vrij kort na de ontdekking van de fotografie bleken ook kapitaalkrachtige belangstellenden zich aan het nieuwe medium te interesseren. Al was het toen nog een heel gedoe om met glasplaten en ingewikkelde chemische processen tot een resultaat te komen, toch groeide het aantal fotoamateurs vrij snel en ontstonden er fotoverenigingen die hun leden wegwijs maakten in vooral de technische problemen. Na Engeland en Frankrijk bleef België op dat domein niet achter en al op het einde van de 19e eeuw ontstond in Brussel de eerste amateurvereniging. Niet lang daarna volgden Antwerpen en Gent. Aanvankelijk ging het vooral om fotografen die met hun technische knowhow ook en vooral "mooie" beelden wilden maken. Eerst nog geïnspireerd door de schilderkunst en later met foto's die alle mogelijkheden van het medium exploreerden. Maar het bleven schilderachtige beelden tot, vooral in Duitsland, ruim geëxperimenteerd werd met nieuwe vormen.

Dat met het ontdekken van nieuwe handzame apparatuur en de geboorte van de rolfilm het heel wat eenvoudiger werd om foto's te realiseren groeide ook het aantal foto amateurs die zich verder gingen verenigen om gezamenlijk hun technieken te verfijnen maar ook kritisch te kijken naar de esthetiek van het beeld. Met de jaren groeide het aantal van deze "fotoclubs" zodat er nu in haast elke gemeente of bedrijf dergelijke organisaties bestaan. De opkomst van de digitale fotografie en de soms technisch uitstekende beelden die men met een mobiele telefoon kan bekomen heeft een stortvloed van "fotografen" teweeg gebracht. Het is lange tijd de teneur geweest dat het werk in fotokringen minderwaardig was en dat was ook zo. Technische bekwaamheid prevaleerde op de onderwerpkeuze en de esthetische waarde ervan.

Internationale kunstfotografen vs amateurs

Om enige orde te brengen in de honderden fotoverenigingen werd in Vlaanderen het centrum "Beeldexpressie" opgericht dat een tijdschrift uitgeeft waarin, ook voor amateur cineasten, een mogelijkheid geschapen werd om technische informatie en fotokritiek aan de leden kenbaar te maken. Aanvankelijk gebeurde dat laatste op een zachte manier en werden geit en kool gespaard maar langzaamaan werd zijn magazine kritischer en steeg de kwaliteit van gepubliceerde foto's. Bovendien organiseert het Centrum voor Beeldexpressie (CvB) sedert 2005 een groter evenement dat eerst de beste foto's van de aangesloten leden toonde maar langzaamaan ook ruimte gaf aan bekende en minder bekende kunstfotografen die de tentoonstellingen meer en meer bezienswaardig maakten.

Dit jaar is dit Photo Event in Mechelen aan zijn achtste editie en het moet gezegd dat het een tentoonstelling is geworden die er mag zijn tussen alle grote exposities die deze zomer te zien zijn overal in het land. Zoals ook al bij vorige edities zorgen een aantal internationale kunstfotografen voor de kern van de tentoonstelling met daarbij het beste werk van enkele amateurs die ditmaal een niveau bereikten dat kan wedijveren met de professionelen. De blikvanger is ongetwijfeld de mooie (overzichts)tentoonstelling van de Duits fotografe Friederike von Rauch (1967) in de Garage, een mooie grote heldere zaal tegenover de kathedraal waar haar werk uitstekend tot zijn recht komt, beter dan in de kleine galerie Fifty One in Antwerpen die haar vertegenwoordigd en waar ze in de herfst opnieuw aan bod komt. Von Rauch focust op diverse soorten oppervlakten die door de lichtinval en de keuze enigszins etherisch overkomen. Of het nu de houten achterzijde van een schilderij betreft of een lumineuze doorkijk van een venster of de gracieuze plooien van een half doorzichtig gordijn, het onderwerp doet er niet zozeer toe maar wel de verstilling die het bij de toeschouwer oproept.

Een andere soort verstilling evoceert Michael Kenna (1953) die, wereldwijd, vooral bomen vindt in een diverse context maar meestal op afgelegen plaatsen die als geheimzinnige signalen intrigeren. Ook de Koreaan Bae Bien-U (1950) kiest voor bomen en bossen en dan vooral dennen omdat in zijn land er een cultus rond ontstond. Een indrukwekkend spel van takken en stammen geven aan zijn foto's een grafisch aspect dat evenwel soms dreigend aanvoelt. Bij de aangesloten leden van het CvB is o.m. Dirk Jacobs (1964) een opvallend talent me zijn reeks "Insomnia". In donkere kleurbeelden op groot formaat toont hij, nauwelijks waarneembaar, industriële gebouwen waarbij in de duisternis een lichtpunt, een verlicht raam bijvoorbeeld, de beangstigende donkerte nog geaccentueerd wordt. Ook de andere leden verdienen veel aandacht, zowel door hun technische kwaliteit als door hun artistieke visie.

Beeldexpressie bewijst met deze tentoonstelling ten overvloede dat amateurfotografie verder wil kijken dan haar neus en dat het niveau van een segment van haar leden geëvolueerd is van kitsch naar kunst.

Tentoonstelling "Photo Event", Mechelen "De Garage" en Cultuurcentrum nog tot 21 augustus

Vrij kort na de ontdekking van de fotografie bleken ook kapitaalkrachtige belangstellenden zich aan het nieuwe medium te interesseren. Al was het toen nog een heel gedoe om met glasplaten en ingewikkelde chemische processen tot een resultaat te komen, toch groeide het aantal fotoamateurs vrij snel en ontstonden er fotoverenigingen die hun leden wegwijs maakten in vooral de technische problemen. Na Engeland en Frankrijk bleef België op dat domein niet achter en al op het einde van de 19e eeuw ontstond in Brussel de eerste amateurvereniging. Niet lang daarna volgden Antwerpen en Gent. Aanvankelijk ging het vooral om fotografen die met hun technische knowhow ook en vooral "mooie" beelden wilden maken. Eerst nog geïnspireerd door de schilderkunst en later met foto's die alle mogelijkheden van het medium exploreerden. Maar het bleven schilderachtige beelden tot, vooral in Duitsland, ruim geëxperimenteerd werd met nieuwe vormen.Dat met het ontdekken van nieuwe handzame apparatuur en de geboorte van de rolfilm het heel wat eenvoudiger werd om foto's te realiseren groeide ook het aantal foto amateurs die zich verder gingen verenigen om gezamenlijk hun technieken te verfijnen maar ook kritisch te kijken naar de esthetiek van het beeld. Met de jaren groeide het aantal van deze "fotoclubs" zodat er nu in haast elke gemeente of bedrijf dergelijke organisaties bestaan. De opkomst van de digitale fotografie en de soms technisch uitstekende beelden die men met een mobiele telefoon kan bekomen heeft een stortvloed van "fotografen" teweeg gebracht. Het is lange tijd de teneur geweest dat het werk in fotokringen minderwaardig was en dat was ook zo. Technische bekwaamheid prevaleerde op de onderwerpkeuze en de esthetische waarde ervan. Om enige orde te brengen in de honderden fotoverenigingen werd in Vlaanderen het centrum "Beeldexpressie" opgericht dat een tijdschrift uitgeeft waarin, ook voor amateur cineasten, een mogelijkheid geschapen werd om technische informatie en fotokritiek aan de leden kenbaar te maken. Aanvankelijk gebeurde dat laatste op een zachte manier en werden geit en kool gespaard maar langzaamaan werd zijn magazine kritischer en steeg de kwaliteit van gepubliceerde foto's. Bovendien organiseert het Centrum voor Beeldexpressie (CvB) sedert 2005 een groter evenement dat eerst de beste foto's van de aangesloten leden toonde maar langzaamaan ook ruimte gaf aan bekende en minder bekende kunstfotografen die de tentoonstellingen meer en meer bezienswaardig maakten. Dit jaar is dit Photo Event in Mechelen aan zijn achtste editie en het moet gezegd dat het een tentoonstelling is geworden die er mag zijn tussen alle grote exposities die deze zomer te zien zijn overal in het land. Zoals ook al bij vorige edities zorgen een aantal internationale kunstfotografen voor de kern van de tentoonstelling met daarbij het beste werk van enkele amateurs die ditmaal een niveau bereikten dat kan wedijveren met de professionelen. De blikvanger is ongetwijfeld de mooie (overzichts)tentoonstelling van de Duits fotografe Friederike von Rauch (1967) in de Garage, een mooie grote heldere zaal tegenover de kathedraal waar haar werk uitstekend tot zijn recht komt, beter dan in de kleine galerie Fifty One in Antwerpen die haar vertegenwoordigd en waar ze in de herfst opnieuw aan bod komt. Von Rauch focust op diverse soorten oppervlakten die door de lichtinval en de keuze enigszins etherisch overkomen. Of het nu de houten achterzijde van een schilderij betreft of een lumineuze doorkijk van een venster of de gracieuze plooien van een half doorzichtig gordijn, het onderwerp doet er niet zozeer toe maar wel de verstilling die het bij de toeschouwer oproept. Een andere soort verstilling evoceert Michael Kenna (1953) die, wereldwijd, vooral bomen vindt in een diverse context maar meestal op afgelegen plaatsen die als geheimzinnige signalen intrigeren. Ook de Koreaan Bae Bien-U (1950) kiest voor bomen en bossen en dan vooral dennen omdat in zijn land er een cultus rond ontstond. Een indrukwekkend spel van takken en stammen geven aan zijn foto's een grafisch aspect dat evenwel soms dreigend aanvoelt. Bij de aangesloten leden van het CvB is o.m. Dirk Jacobs (1964) een opvallend talent me zijn reeks "Insomnia". In donkere kleurbeelden op groot formaat toont hij, nauwelijks waarneembaar, industriële gebouwen waarbij in de duisternis een lichtpunt, een verlicht raam bijvoorbeeld, de beangstigende donkerte nog geaccentueerd wordt. Ook de andere leden verdienen veel aandacht, zowel door hun technische kwaliteit als door hun artistieke visie. Beeldexpressie bewijst met deze tentoonstelling ten overvloede dat amateurfotografie verder wil kijken dan haar neus en dat het niveau van een segment van haar leden geëvolueerd is van kitsch naar kunst.