De Commissie Grondverzet, onder leiding van de door de Vlaamse regering aangestelde opdrachthouder Karl Vrancken, kreeg de opdracht om te onderzoeken of de lopende werken aan de Oosterweelverbinding op Linkeroever op een correcte manier kunnen gebeuren wegens de PFOS-vervuiling. Bij de werken worden namelijk grote hoeveelheden grond verplaatst in een zone die door de activiteit van het bedrijf 3M verontreinigd werd met PFOS. Er moest dus eerst bekeken worden hoe dat grondverzet op een veilige manier kan gebeuren, zonder dat er verontreinigde grond verplaatst wordt naar niet-verontreinigde delen en zonder dat de gezondheid van de omwonende in gevaar wordt gebracht. De experten gingen in hun onderzoek uit van het 'stand still-principe', waarbij er alles aan gedaan wordt om in het geval van een verontreiniging de situatie niet erger te maken. Er mag dus geen bijkomend risico ontstaan voor de omgeving en het grondwater. De commissie focuste zich daarbij op drie domeinen: stof, bodem en grondverzet, en grond- en oppervlaktewater. Het rapport van de experten stelt vast dat Lantis al de veiligheidsprincipes voor het grondverzet toepast. Maar om de werken te kunnen laten doorgaan, geven de experten nog enkele aanbevelingen. Zo is er in verband met het stof nood aan regelmatige metingen van het opwaaiend stof op en rond het terrein zodat dit beter in kaart gebracht kan worden. Daarnaast mogen de toplagen van bermen die dicht bij bewoning gesitueerd zijn enkel uit zuivere grond bestaan. Ook moeten er meetcampagnes uitgerold worden zowel op de site als in de omliggende omgeving en moeten de omwonenden daarbij betrokken worden. Nog wil de commissie dat er een interactief communicatieplan is voor de buurtbewoners, met onder meer een meldpunt. Wat het grondverzet betreft, moet de werf ingedeeld worden in verschillende zones op basis van het aanwezige PFOS-gehalte. Zo zal de bodem niet worden aangevuld met grond met een hogere PFOS-concentraties. Daarnaast moeten de aangebrachte toplagen van bermen verwijderd worden waarin grond met meer dan 70 µg/kg droge stof (zwaar vervuilde grond) werd gebruikt. Concreet stellen de experten voor om de zwaarst vervuilde grond, met waardes van meer dan 70µg/kg droog stof, te concentreren in een berm, die op het bedrijfsterrein van 3M komt. Daarbij moet de grond boven en onder worden afgedekt zodat die geen impact heeft op de aanwezige bodem. Tot slot zijn er enkele aanbevelingen in verband met het grond- en oppervlaktewater. Zo moet het waterpeil en de waterkwaliteit goed opgevolgd worden. Daarnaast is het essentieel dat er geen nieuwe grondwaterstromingen ontstaan. Daarbij verwijst Vrancken naar de Palingbeek. Die beek aan 3M, die vlak naast het meest vervuilde deel van de site ligt, moet verbreed worden. In eerste instantie was het plan om die sterk te verbreden. Daarbij zou een groot volume grond uitgegraven en verplaatst moeten worden. Op vraag van de experten zal dat nu op een andere manier gebeuren. Aangezien die werken pas gepland waren in 2023-2024, is er tijd om de herberekening te maken, klinkt het. Het rapport van de Commissie Grondverzet, dat een dag vroeger klaar is dan initieel gepland, zal gepubliceerd worden op de website van de Vlaamse overheid. Vrancken wordt vrijdag verwacht in de parlementaire onderzoekscommissie waar hij duiding zal geven over het rapport aan de parlementsleden. Met die transparantie wil minister Peeters iedereen geruststellen dat "de uitvoering van de werken veilig kunnen verlopen". (Belga)

De Commissie Grondverzet, onder leiding van de door de Vlaamse regering aangestelde opdrachthouder Karl Vrancken, kreeg de opdracht om te onderzoeken of de lopende werken aan de Oosterweelverbinding op Linkeroever op een correcte manier kunnen gebeuren wegens de PFOS-vervuiling. Bij de werken worden namelijk grote hoeveelheden grond verplaatst in een zone die door de activiteit van het bedrijf 3M verontreinigd werd met PFOS. Er moest dus eerst bekeken worden hoe dat grondverzet op een veilige manier kan gebeuren, zonder dat er verontreinigde grond verplaatst wordt naar niet-verontreinigde delen en zonder dat de gezondheid van de omwonende in gevaar wordt gebracht. De experten gingen in hun onderzoek uit van het 'stand still-principe', waarbij er alles aan gedaan wordt om in het geval van een verontreiniging de situatie niet erger te maken. Er mag dus geen bijkomend risico ontstaan voor de omgeving en het grondwater. De commissie focuste zich daarbij op drie domeinen: stof, bodem en grondverzet, en grond- en oppervlaktewater. Het rapport van de experten stelt vast dat Lantis al de veiligheidsprincipes voor het grondverzet toepast. Maar om de werken te kunnen laten doorgaan, geven de experten nog enkele aanbevelingen. Zo is er in verband met het stof nood aan regelmatige metingen van het opwaaiend stof op en rond het terrein zodat dit beter in kaart gebracht kan worden. Daarnaast mogen de toplagen van bermen die dicht bij bewoning gesitueerd zijn enkel uit zuivere grond bestaan. Ook moeten er meetcampagnes uitgerold worden zowel op de site als in de omliggende omgeving en moeten de omwonenden daarbij betrokken worden. Nog wil de commissie dat er een interactief communicatieplan is voor de buurtbewoners, met onder meer een meldpunt. Wat het grondverzet betreft, moet de werf ingedeeld worden in verschillende zones op basis van het aanwezige PFOS-gehalte. Zo zal de bodem niet worden aangevuld met grond met een hogere PFOS-concentraties. Daarnaast moeten de aangebrachte toplagen van bermen verwijderd worden waarin grond met meer dan 70 µg/kg droge stof (zwaar vervuilde grond) werd gebruikt. Concreet stellen de experten voor om de zwaarst vervuilde grond, met waardes van meer dan 70µg/kg droog stof, te concentreren in een berm, die op het bedrijfsterrein van 3M komt. Daarbij moet de grond boven en onder worden afgedekt zodat die geen impact heeft op de aanwezige bodem. Tot slot zijn er enkele aanbevelingen in verband met het grond- en oppervlaktewater. Zo moet het waterpeil en de waterkwaliteit goed opgevolgd worden. Daarnaast is het essentieel dat er geen nieuwe grondwaterstromingen ontstaan. Daarbij verwijst Vrancken naar de Palingbeek. Die beek aan 3M, die vlak naast het meest vervuilde deel van de site ligt, moet verbreed worden. In eerste instantie was het plan om die sterk te verbreden. Daarbij zou een groot volume grond uitgegraven en verplaatst moeten worden. Op vraag van de experten zal dat nu op een andere manier gebeuren. Aangezien die werken pas gepland waren in 2023-2024, is er tijd om de herberekening te maken, klinkt het. Het rapport van de Commissie Grondverzet, dat een dag vroeger klaar is dan initieel gepland, zal gepubliceerd worden op de website van de Vlaamse overheid. Vrancken wordt vrijdag verwacht in de parlementaire onderzoekscommissie waar hij duiding zal geven over het rapport aan de parlementsleden. Met die transparantie wil minister Peeters iedereen geruststellen dat "de uitvoering van de werken veilig kunnen verlopen". (Belga)