De Algemene Administratie van de Fiscaliteit (AAFISC), het federale orgaan dat de aangiftes van personenbelasting, vennootschapsbelasting en de btw beheert en controleert, haalt sinds 2014 minder geld op. Flink minder, zelfs. Dat blijkt uit het Jaarverslag 2016 van de FOD Financiën.
...

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit (AAFISC), het federale orgaan dat de aangiftes van personenbelasting, vennootschapsbelasting en de btw beheert en controleert, haalt sinds 2014 minder geld op. Flink minder, zelfs. Dat blijkt uit het Jaarverslag 2016 van de FOD Financiën. In de personenbelastingen daalde het bedrag aan inkomstenverhogingen (wat de AAFISC oplegt wanneer een belastingplichtige te lage inkomsten heeft aangegeven) met 348 miljoen euro. In de vennootschapsbelastingen daalde het met 306 miljoen euro. Voorts werd 182 miljoen euro minder aan btw nagevorderd. Dat zijn dalingen van respectievelijk 10, 11 en 18 procent in vergelijking met 2014. Ofwel: in totaal 836 miljoen euro minder inkomsten voor Vadertje Staat. In dezelfde periode is bij de AAFISC ook het aantal personeelsleden en het aantal voltijdse equivalenten gedaald, respectievelijk met 5,6 procent en 8,3 procent. Dat doet de wenkbrauwen fronsen bij oppositiepartij SP.A. Kamerlid Peter Vanvelthoven: 'Minister van Financiën en Fiscale Fraudebestrijding Johan Van Overtveldt heeft de mond vol van rechtvaardige fiscaliteit. Maar door minder controles te laten uitvoeren, creëert hij zelf een klimaat van straffeloosheid. En ik volg hem wanneer hij zegt geen heksenjacht te willen voeren - niet iedereen die een fout maakt is een fraudeur - maar wie eerlijk is, mag natuurlijk niet het gevoel krijgen dat anderen er de kantjes aflopen. Dat vergroot de verleiding om zelf oneerlijk te zijn.' De daling van die inkomstenverhogingen en de teruggevorderde btw is niet te verklaren door een efficiënter systeem of minder valsspelen bij het invullen van de belastingaangifte, meent Vanvelthoven. 'Terwijl de inkomsten zijn gekrompen, is de fiscale complexiteit gegroeid. Neem de aangifte: sinds 2014 zijn er daarin 156 codes bij gekomen.' Vanvelthoven verwijst bijvoorbeeld naar motoruitrusting, een recente aftrekpost. 'Tijdens de ministerraad waarop de regering daarover besliste, had Johan Van Overtveldt ervoor moeten zorgen dat ze dat niet via de fiscaliteit deed. Via subsidies kon het toch ook? Dat wijst erop dat deze kwestie voor hem geen prioriteit is.' Een ander teken aan de wand, aldus Peter Vanvelthoven, is dat controleurs van de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) volop worden ingezet voor regularisaties. Daarmee geeft de minister van Financiën volgens hem een fout signaal. 'Door zo veel in het regulariseren van grijs of zwart geld te investeren, zet je de poorten weer open.' Bovendien zijn de BBI-controleurs beter geschikt voor het zwaardere werk, meent het Kamerlid. Vanvelthoven: 'Regularisaties zijn relatief eenvoudig, en toch zet Van Overtveldt er de grote fraudejagers op. Bij de BBI hoor ik dat ze veel meer zouden kunnen binnenhalen, maar er nu simpelweg de tijd en de ruimte niet voor hebben.' Dat er bespaard wordt op het aantal controleurs, begrijpt Vanvelthoven niet. 'Belastingcontroleurs verdienen hun loon in veelvoud terug. De regering laat hier 836 miljoen euro liggen. De Belgische staat heeft recht op dat geld. En vooral: in tijden van begrotingstekorten kun je er veel mee doen.'