Binnen het Vlaams Parlement was al langer eensgezindheid over het optrekken van de pensioenleeftijd. Vlaams Parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) had die intentie overgemaakt binnen de Interparlementaire Conferentie, waar afgevaardigden van de verscheidene parlementen in ons land samenkomen. Uiteindelijk bleken niet alle parlement op dezelfde lijn te zitten, waarna het Vlaams Parlement aankondigde desnoods eenzijdig de nieuwe regeling in te voeren.

Na een vergadering vandaag van de fracties in het Vlaams Parlement is de invoering zo goed als rond - woensdag volgt de definitieve bekrachtiging op de plenaire zitting. Het is de bedoeling dat vanaf 2030 de pensioenleeftijd op 67 jaar komt te liggen, waarbij een loopbaan van 45 jaar als voorwaarde voor een volledig pensioen geldt. Momenteel is dat 36 jaar, en kan een parlementariër al op zijn 62e op pensioen. Die regeling kwam er in 2014 - voordien had een parlementariër voldoende aan een loopbaan van 20 jaar, waarna hij op 52-jarige leeftijd op pensioen kon.

Voorzitter Jan Peumans noemt de beslissing een 'logische aanpassing van de pensioenregeling voor parlementariërs. Het is maar normaal dat de parlementaire pensioenen dezelfde evolutie volgen als de pensioenen van alle andere burgers.'

Voor het zover komt, is er wel een aanloopfase waarbij de pensioenleeftijd geleidelijk aan opschuift. Wie na de verkiezingen van 2019 voor het eerst in het Vlaams Parlement zetelt, zal tot zijn 65e aan de slag moeten blijven. In 2025 wordt dat 66 jaar, om in 2030 op dezelfde hoogte te komen als de pensioenleeftijd bij ambtenaren en werknemers. Ook over vervroegd pensioen gelden dan afspraken die overeenkomen met die voor niet-parlementairen. Voor mensen die voor 2019 zetelden, geldt een overgangsregeling.

Binnen het Vlaams Parlement was al langer eensgezindheid over het optrekken van de pensioenleeftijd. Vlaams Parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) had die intentie overgemaakt binnen de Interparlementaire Conferentie, waar afgevaardigden van de verscheidene parlementen in ons land samenkomen. Uiteindelijk bleken niet alle parlement op dezelfde lijn te zitten, waarna het Vlaams Parlement aankondigde desnoods eenzijdig de nieuwe regeling in te voeren.Na een vergadering vandaag van de fracties in het Vlaams Parlement is de invoering zo goed als rond - woensdag volgt de definitieve bekrachtiging op de plenaire zitting. Het is de bedoeling dat vanaf 2030 de pensioenleeftijd op 67 jaar komt te liggen, waarbij een loopbaan van 45 jaar als voorwaarde voor een volledig pensioen geldt. Momenteel is dat 36 jaar, en kan een parlementariër al op zijn 62e op pensioen. Die regeling kwam er in 2014 - voordien had een parlementariër voldoende aan een loopbaan van 20 jaar, waarna hij op 52-jarige leeftijd op pensioen kon.Voorzitter Jan Peumans noemt de beslissing een 'logische aanpassing van de pensioenregeling voor parlementariërs. Het is maar normaal dat de parlementaire pensioenen dezelfde evolutie volgen als de pensioenen van alle andere burgers.'Voor het zover komt, is er wel een aanloopfase waarbij de pensioenleeftijd geleidelijk aan opschuift. Wie na de verkiezingen van 2019 voor het eerst in het Vlaams Parlement zetelt, zal tot zijn 65e aan de slag moeten blijven. In 2025 wordt dat 66 jaar, om in 2030 op dezelfde hoogte te komen als de pensioenleeftijd bij ambtenaren en werknemers. Ook over vervroegd pensioen gelden dan afspraken die overeenkomen met die voor niet-parlementairen. Voor mensen die voor 2019 zetelden, geldt een overgangsregeling.