De pensioenhervorming van de federale regering blijft voor verwarring zorgen. De regering besliste vorige week om voor 50-plussers die langer dan een jaar werkloos zijn, het pensioen te blijven berekenen op basis van hun laatste verdiende loon. En dus niet, zoals eerder aangenomen, om dit pensioen te berekenen op basis van een minimum jaarrecht - al wil N-VA het dossier op termijn wel weer op tafel.

De socialistische vakbond nuanceert. Sommige 50-plussers worden wel degelijk geraakt door de pensioenhervormingen van de federale regering, klinkt het. Dat is het geval voor 50-plussers met loopbanen langer dan 45 jaar die werkloos worden of op brugpensioen gezet worden. Vroeger werd hun pensioen berekend op basis van de laatste 45 jaar van hun loopbaan, maar dat worden vanaf 2019 de eerste 45 jaren. Die eerste jaren lag hun inkomen natuurlijk lager dan op het einde van hun carrière, met als gevolg een lager pensioen.

Het gaat overwegend om mannelijke arbeiders die op 16de of jonger beginnen werken zijn. 'Door de regeringsmaatregel kunnen hun verliezen oplopen tot 113 euro per maand', aldus Celien Vanmoerkerke, pensioenspecialiste van het ABVV. Het gaat om een vrij grote groep: 35 procent van de mannen, 7 procent van de vrouwen die in 2019 op pensioen gaan, gaan erop achteruit. Het zou gaan om 16.500 rechthebbenden, waarvan 14.200 mannen. Eén vijfde van die mannen begon al te werken op hun 14de.

Bruggepensioneerden

Een tweede groep van 50-plussers die wordt geraakt zijn bruggepensioneerden: mensen die in het gewone stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag terechtkomen (SWT), of na een zeer lange loopbaan. 'In 2016 waren dat de twee grootste groepen van bruggepensioneerden', stelt het ABVV. Ook zij zullen voor die werkloze jaren slechts een pensioen op basis van het minimumrecht krijgen. Worden gespaard: bruggepensioneerden met het statuut van zwaar beroep en werknemers die op brugpensioen worden gestuurd na een herstructurering.

'Alle aandacht die nu terecht uitgaat naar de 50-plussers doet evenwel vergeten dat wie jonger is dan 50 en langer dan een jaar werkloos is, erop achteruitgaat. Voor veel jongeren wordt hun toekomstig pensioen weeral een stuk schraler', herinnert de vakbond er aan.

Bacquelaine weerlegt

Minister Bacquelaine weerlegt en noemt het bericht 'compleet van de pot gerukt'. Volgens hem 'bestaat er geen enkele reden om bijkomende pensioenrechten toe te kennen op basis van een periode van werkloosheid of brugpensioen nadat de persoon in kwestie al een volledige carrière van 45 jaar heeft doorlopen', en maakt de regering gewoon komaf met een achterpoortje in de wetgeving waardoor mensen na een volledige carrière toch nog kunnen verlengen met periodes van werkloosheid of brugpensioen om meer pensioen op te bouwen.

Het bedrag van 113 euro verlies per maand is 'compleet van de pot gerukt', meent de minister, omdat iemand dan al 53 jaar gewerkt moet hebben en meer dan 9 jaar werkloos geweest moet zijn na een volledige carrière om dergelijke bedragen te verliezen.

De pensioenhervorming van de federale regering blijft voor verwarring zorgen. De regering besliste vorige week om voor 50-plussers die langer dan een jaar werkloos zijn, het pensioen te blijven berekenen op basis van hun laatste verdiende loon. En dus niet, zoals eerder aangenomen, om dit pensioen te berekenen op basis van een minimum jaarrecht - al wil N-VA het dossier op termijn wel weer op tafel. De socialistische vakbond nuanceert. Sommige 50-plussers worden wel degelijk geraakt door de pensioenhervormingen van de federale regering, klinkt het. Dat is het geval voor 50-plussers met loopbanen langer dan 45 jaar die werkloos worden of op brugpensioen gezet worden. Vroeger werd hun pensioen berekend op basis van de laatste 45 jaar van hun loopbaan, maar dat worden vanaf 2019 de eerste 45 jaren. Die eerste jaren lag hun inkomen natuurlijk lager dan op het einde van hun carrière, met als gevolg een lager pensioen. Het gaat overwegend om mannelijke arbeiders die op 16de of jonger beginnen werken zijn. 'Door de regeringsmaatregel kunnen hun verliezen oplopen tot 113 euro per maand', aldus Celien Vanmoerkerke, pensioenspecialiste van het ABVV. Het gaat om een vrij grote groep: 35 procent van de mannen, 7 procent van de vrouwen die in 2019 op pensioen gaan, gaan erop achteruit. Het zou gaan om 16.500 rechthebbenden, waarvan 14.200 mannen. Eén vijfde van die mannen begon al te werken op hun 14de. Een tweede groep van 50-plussers die wordt geraakt zijn bruggepensioneerden: mensen die in het gewone stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag terechtkomen (SWT), of na een zeer lange loopbaan. 'In 2016 waren dat de twee grootste groepen van bruggepensioneerden', stelt het ABVV. Ook zij zullen voor die werkloze jaren slechts een pensioen op basis van het minimumrecht krijgen. Worden gespaard: bruggepensioneerden met het statuut van zwaar beroep en werknemers die op brugpensioen worden gestuurd na een herstructurering. 'Alle aandacht die nu terecht uitgaat naar de 50-plussers doet evenwel vergeten dat wie jonger is dan 50 en langer dan een jaar werkloos is, erop achteruitgaat. Voor veel jongeren wordt hun toekomstig pensioen weeral een stuk schraler', herinnert de vakbond er aan.Minister Bacquelaine weerlegt en noemt het bericht 'compleet van de pot gerukt'. Volgens hem 'bestaat er geen enkele reden om bijkomende pensioenrechten toe te kennen op basis van een periode van werkloosheid of brugpensioen nadat de persoon in kwestie al een volledige carrière van 45 jaar heeft doorlopen', en maakt de regering gewoon komaf met een achterpoortje in de wetgeving waardoor mensen na een volledige carrière toch nog kunnen verlengen met periodes van werkloosheid of brugpensioen om meer pensioen op te bouwen. Het bedrag van 113 euro verlies per maand is 'compleet van de pot gerukt', meent de minister, omdat iemand dan al 53 jaar gewerkt moet hebben en meer dan 9 jaar werkloos geweest moet zijn na een volledige carrière om dergelijke bedragen te verliezen.