Antwerpen-Linkeroever. Ergens in een van de vele identieke torenflats moet oud-burgemeester Bob Cools wonen. Onze chauffeur grijnst als de naam valt. Bob Cools, de man die Sörensen ooit in volle gemeenteraad vroeg of ze misschien de late shift had gedraaid toen ze met lichte vertraging haar zitje op 't Schoon Verdiep kwam innemen. Een goede verstaander had maar een half woord nodig. Patsy Sörensen kwam recht van kantoor in het Schipperskwartier. Van bij Payoke dus, destijds in de wandelgangen bekend als de hoerenvakbond.

Nee, de partijgenoten Cools en Sörensen waren geen kameraden. Maar bestaat er wel zoiets als vriendschap in de politiek? Na haar periode bij de Antwerpse socialisten werd Sörensen verruimingskandidaat bij Agalev. De oversteek leverde haar een schepenmandaat op, gevolgd door een verblijf in het Europees Parlement. Een thuisgevoel heeft ze er evenwel nooit gevonden. Politieke warmte komt haar tegenwoordig zelfs uit een heel andere windstreek aanwaaien. Sörensen, in binnen- en buitenland gelauwerd voor haar strijd tegen mensenhandel, wordt steeds inniger aan de borst gedrukt door de N-VA. Vorige week nog bracht burgemeester Bart De Wever een bezoek aan Payoke om zijn steun toe te zeggen in de strijd tegen het fenomeen van de loverboys. De Wevers passage kreeg ruime media-aandacht.

'De Wever had mij een extreemlinkse trotskiste genoemd: bepaald geen koosnaampje uit zijn mond. En díe man zou burgemeester worden?'

Ze parkeert voor haar deur, een voormalige groentewinkel in een uitgestorven straat. Ze woont graag op Linkeroever, al was de verhuizing uit het drukke Schipperskwartier geen vrije keuze. 'Ik had het toen aan de stok met het Albanese milieu', vertelt ze. 'Een heftige tijd. Ik liep permanent met een kogelvrij vest rond, net als mijn man en kinderen. Slapen deden we in de kelder, met een baseballknuppel naast ons bed. Dat was geen paranoia. We ontvingen geregeld doodsbedreigingen, er werd meermaals bij ons ingebroken. We konden geen stap buiten zetten of er stonden mannetjes op de loer. Het was geen leven meer.'

De Nederlandse Bende van de Miljardair, de Georgische en Russische criminelen van het Falconplein, Albanese pooiers en Hongaarse gangsters: aan vijanden heeft het haar nooit ontbroken. Sinds november is ze officieel met pensioen, maar vanuit het Payoke-kantoor zet ze de strijd onverminderd voort. Tegelijkertijd levert ze op het thuisfront een ander gevecht, als mantelzorgster. Haar man Staf lijdt al drie jaar aan MSA, een zeldzame en dodelijke spierziekte die Vlaanderen pas leerde kennen toen N-VA-Kamerlid Flor Van Noppen eraan stierf. Dat ze intussen een dynamisch bestuurslid van de Belgische MSA-patiëntenvereniging is geworden, hoeft niet te verbazen. Dat de peter van diezelfde vereniging N-VA-minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon is, heet dan weer toeval.

Géén toeval was de komst van Bart De Wever naar het Payoke-hoofdkwartier. Maakt de burgemeester zich zorgen over het fenomeen loverboys?

Patsy Sörensen: Ja, en met reden, want het probleem escaleert. Payoke heeft het zowat ontdekt, meer dan twintig jaar geleden. Kasten vol rapporten hebben we erover volgeschreven, maar op het terrein gebeurt er weinig of niets. Beste bewijs: we hebben op dit moment vijftig dossiers in behandeling. Samen met Child Focus hebben we een rapport geschreven voor de Stuurgroep Tienerpooiers die Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) heeft opgericht. Een wat misleidende naam; ik verkies de term loverboys. De pooiers zijn immers geen tieners, de gemiddelde leeftijd schommelt tussen 18 en 25 jaar. Tieners, dat zijn de slachtoffers, die vaak onherroepelijk beschadigd raken als ze in de klauwen van een loverboy vallen.

Onze voornaamste eis is de oprichting van een gespecialiseerd opvangcentrum. We zijn dan ook erg blij dat De Wever zich daarachter heeft geschaard. Als burgemeester, maar ook als partijvoorzitter. Dat is geen detail, want zo'n centrum hoeft niet per se in Antwerpen te staan. Liever niet zelfs: hoe meer afstand tussen slachtoffers en pooiers, hoe beter.

'Mijn vrees bleek ongegrond. Het nieuwe stadsbestuur heeft zich van meet af aan constructief opgesteld.'

Bestaat er dan geen opvang voor slachtoffers?

Sörensen: Toch wel: ze belanden in de bijzondere jeugdbijstand, in gesloten instellingen als Beernem of Mol. Helaas werkt dat totaal niet. Slachtoffers hebben niet alleen psychosociale en pedagogische begeleiding nodig, maar ook politioneel toezicht. Nu staan de pooiers hen letterlijk bij de poort op te wachten als ze worden ontslagen. In Mol zitten daders en slachtoffers zelfs samen, sommige loverboys zetten er hun handeltje gewoon verder. Ze geven met de gsm instructies aan handlangers: zorg ervoor dat meisje x zich vanavond naar adres y begeeft. Het gebeurt ook dat slachtoffers als daders worden behandeld, zoals meisjes die door hun loverboy werden verplicht om andere meisjes te rekruteren. We roepen al jaren om een gespecialiseerd centrum, zoals dat bij ons bestaat voor slachtoffers van internationale mensenhandel.

Dat is het schrijnende van de zaak: met Payoke kunnen we wel Nigeriaanse of Albanese slachtoffers helpen en opvangen, maar voor Belgische minderjarige slachtoffers kunnen we niets doen.

Ik kan me inbeelden dat die wantoestand bij de N-VA een gevoelige snaar raakt. Net zoals ik me kan voorstellen dat de hele missie van Payoke ingepast kan worden in de strijd tegen de internationale mensensmokkel, een uitwas van de migratiecrisis waarvan enkele N-VA-excellenties hun stokpaardje hebben gemaakt. Loert daar geen gevaar voor politieke recuperatie?

Sörensen: Je m'en fous! Natuurlijk heeft de N-VA een eigen agenda, zo werkt dat in de politiek. Maar waarom zou ik daarvan wakker liggen als die agenda mijn zaak dient? Ik volg de politiek op de voet, ik heb op verkiezingslijsten gestaan en mandaten opgenomen. Maar ik ben nooit een echte politica geweest, politiek was voor mij altijd een middel. En jawel, ik heb er veel mee bereikt. De uitbouw van Payoke, nationale en zelfs Europese wetgeving inzake mensenhandel. Maar ik ben binnen mijn eigen partij vaak op muren en tegenkanting gebotst, bij de socialisten en later ook bij Agalev. Hoe dan ook, ik was er niet gerust in toen de N-VA hier in 2012 de verkiezingen won. De Wever had mij in een interview een extreemlinkse trotskiste genoemd, bepaald geen koosnaampje uit zijn mond. En die man zou burgemeester worden?

Welnu, mijn vrees bleek ongegrond. Het nieuwe stadsbestuur heeft zich van meet af aan constructief opgesteld. Zo hebben we een uitstekend contact met OCMW-schepen Fons Duchateau. Ik kan het ook niet helpen, maar de N-VA doet echt moeite voor ons. Niet alleen in Antwerpen, Zuhal Demir vecht als staatssecretaris voor onze financiering. Broodnodig, want de huidige regeling verplicht ons ieder jaar weer om voor onze werkingssubsidies te bedelen. Ook dat hebben we vorige week bij De Wever aangekaart, en hij heeft beloofd er wat aan te doen.

Patsy Sörensen: 'Ik ben van nature nieuwsgierig. Als een onbekende me na zonsondergang op een afgelegen plek wil spreken, dan ga ik.' © Hatim Kaghat

Zijn bezoek is trouwens flink uitgelopen. De Wever staat bekend als een koele kikker, maar bij ons was hij een en al empathie. Ook met Jan Jambon en Theo Francken schiet ik goed op, ze zijn zich al allebei uitvoerig over onze werking komen informeren.

Hebt u al een partijkaart overwogen? Kost bij de N-VA maar 12,50 euro.

Sörensen: (lacht)No way, ik sta op mijn onafhankelijkheid. Het is niet omdat ik met Theo Francken praat, dat ik zijn standpunten over migratie onderschrijf. Fort Europa is niet mijn ideaal. Het blokkeren van alle legale migratiekanalen duwt duizenden Afrikanen in de armen van mensenhandelaars, dat zul je niet gauw uit Franckens mond horen. Overigens, Payoke heeft ook een prima verstandhouding met het kabinet van minister van Justitie Koen Geens. Moet ik dan misschien ook een CD&V-partijkaart kopen? Nee, toch?

Klopt de bewering van De Wever dat hij de allereerste Antwerpse burgemeester is die een werkbezoek aan Payoke brengt?

Sörensen: Ongelooflijk, vind je niet? Koning Boudewijn is in 1992 bij ons geweest, jaren later ook koningin Paola. We hebben ministers over de vloer gehad, buitenlandse delegaties volgen elkaar op. Maar onze eigen burgemeester? Daarvoor hebben we moeten wachten tot vorige week.

Payoke en Antwerpse burgemeesters, dat is altijd een moeilijk verhaal geweest. Voor Bob Cools was ik de gebeten hond. Met zijn opvolgster Leona Detiège kwam ik beter overeen, ik was toen schepen voor Agalev. Maar ook zij is nooit bij Payoke langs geweest. Met Patrick Janssens had ik dan weer nauwelijks contact. Ja, hij is een keer bij ons over de drempel geraakt. Per ongeluk haast: Janssens leidde die dag een Waals politicus rond in het Schipperskwartier. Zijn naam ontglipt me, maar ik had hem kort voordien tijdens het nationaal defilé op 21 juli leren kennen. Toen de delegatie onze voordeur passeerde, wilde hij per se even gedag zeggen. Met een zuur kijkende burgemeester in zijn kielzog, hij is zelfs de trap niet op gelopen. Janssens vond dat ons werk beter door het OCMW of andere overheidsinstellingen kon worden gedaan.

'Mijn man, kinderen en ik liepen met een kogelvrij vest rond. Slapen deden we in de kelder, met een baseballknuppel naast ons bed.'

Waarom die animositeit? Payoke is snel doorgegroeid van een soort vakbond voor prostituees tot een internationaal erkend expertisecentrum inzake mensenhandel. Daar kan een progressieve burgemeester toch trots op zijn?

Sörensen: Tja, waar is het scheef gelopen? Botsende karakters zullen wel een rol gespeeld hebben. Naar het schijnt ben ik niet altijd even diplomatisch. (lacht) Maar natuurlijk was er meer aan de hand. Bob Cools is een intelligent man, maar hij had het moeilijk met een partijgenoot die het openlijk voor prostituees opnam. En vooral: hij nam me kwalijk dat ik zijn plannen voor de opkuis van het Schipperskwartier tegenwerkte. Het ging om mijn eigen buurt, ik denk dat ik alle vierduizend inwoners persoonlijk kende, uiteraard ook de prostituees, in die tijd vooral Belgische, Franse en Nederlandse meisjes. Ik zag de overlast en de problemen, een sanering was noodzakelijk. Maar ik verzette me tegen de willekeur van Cools: hij wilde in sommige straten met één pennentrek alle bars en ramen schrappen.

Het bezoek van koning Boudewijn aan Payoke heeft onze relatie geen deugd gedaan. Cools was er niet bij, maar de hele demarche werd als een signaal geïnterpreteerd, een striemende terechtwijzing van de burgemeester en andere falende instanties. We spreken hier over de periode toen ik samen met Chris De Stoop de Bende van de Miljardair op de kaart heb gezet, het echte startschot in de strijd tegen de mensenhandel. Die affaire heeft uiteindelijk tot een complete breuk met de socialistische partij geleid.

Legt u eens uit?

Sörensen: Ik heb er in 1994 een boek over geschreven, Maskers af. Daarin noem ik man en paard, ook de namen van partijleden die zich door het prostitutiemilieu hadden laten corrumperen. Niet alleen de Antwerpse partijtop was boos, ook voorzitter Frank Vandenbroucke reageerde woedend. Pijnlijk, want ik brainstormde destijds samen met onder meer Steve Stevaert, Johan Vande Lanotte en Anne Van Lancker in de Dominogroep over de partijvernieuwing. Na de breuk hebben Paul Goossens en Tom Lanoye me de weg naar Agalev gewezen. Zo ben ik dus schepen geworden en heb ik het Antwerpse prostitutiebeleid in een nieuwe bedding kunnen leggen.

Het was een spannende periode, vooral de besprekingen over de toekomst van het Schipperskwartier, die in het grootste geheim verliepen. Lastig als je zelf in de buurt woont en werkt. Ik wist perfect wie bij het plan zou winnen en wie zou verliezen, maar ik mocht geen woord lossen. Uiteindelijk raakte het plan, dat ook al voorzag in de komst van een megabordeel, vlak voor mijn vertrek naar het Europees Parlement goedgekeurd. Eindelijk verlost van die lastpak, moeten ze in Antwerpen hebben gedacht. Ook bij Agalev, want het is geen geheim dat ik niet bijster goed opschoot met Mieke Vogels.

'Mensenhandel zal nooit verdwijnen. Het is net als met drugs: er valt veel te veel mee te verdienen.'

Onder Patrick Janssens zijn de relaties met de stad alleen maar verslechterd. De contacten verliepen via OCMW-voorzitster Monica De Coninck, die ik al lang kende. Toch heeft uitgerekend zij geprobeerd ons uit het pand in Leguit te zetten, een eigendom van de stad. Gelukkig stond er toen hoog bezoek gepland: koningin Paola. Er moeten beelden van bestaan: Paola die Monica De Coninck voor de camera vraagt hoe het nu zit met de huisvesting van Payoke...

Was dat een ingeving van het moment?

Sörensen: Laten we zeggen dat de koningin haar huiswerk goed had gemaakt. En dat wij haar daarbij een handje hebben geholpen. (schaterlacht) Feit is dat haar bezoek zijn effect niet heeft gemist. Ineens hing De Coninck aan de lijn met de vraag om de uitzettingsbrief te verscheuren. We hebben er niets meer van gehoord en zitten nog altijd in Leguit.

Payoke heeft blijkbaar een rechtstreekse lijn met Laken. Wijlen koning Boudewijn was geschokt door de verhalen die Chris De Stoop in dit blad publiceerde over moderne slavernij in de rosse buurten van zijn rijk. Op 28 oktober 1992 bracht hij een verrassingsbezoek aan Payoke. Hoe belangrijk was dat?

Sörensen: Enorm belangrijk, het heeft alles veranderd. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Eerst dat verrassende telefoontje: van Ypersele, de kabinetschef van Boudewijn, aan de lijn. Dat de koning Payoke wilde bezoeken. En of wij een scenario konden bedenken? Ik ben toen naar Laken moeten rijden om alle details te bespreken. Voor de buitenwacht was het een verrassingsbezoek, maar in feite kwam er geen improvisatie aan te pas. Na Boudewijns passage gingen ineens alle deuren open. Ministers, staatssecretarissen, topambtenaren en hoge politieofficieren, ze stonden in de rij om met ons te praten. Boudewijn heeft veel meer gedaan dan een luisterend oor verlenen aan enkele gewezen prostituees, hij heeft zich met zijn volle gewicht achter onze eis geschaard om slachtoffers van mensenhandel een verblijfsstatuut en opvang te geven. Met resultaat: dat statuut is er opvallend snel gekomen.

Mede dankzij Boudewijn is ons land een koploper geworden in de strijd tegen mensenhandel, met Payoke als expertisecentrum. Nee, nu overdrijf ik niet. In 2014 hebben de Belgische, Nederlandse en Hongaarse justitie een bende opgerold die in twee jaar tijd vierhonderd meisjes in Gent en Den Haag had geplaatst. Het Belgische deel van het onderzoek: dat hebben wij samen met het Gentse parket gevoerd. Als het over mensenhandel gaat, komt ook het federaal parket haast altijd bij Payoke aankloppen. Ik ben de voorbije 25 jaar de halve wereld rondgereisd om onze aanpak toe te lichten. Europol, Frontex, de VN-blauwhelmen, ik ben overal gaan spreken. Cuba heeft me uitgenodigd, rechtstreeks via Castro's dochter. Ik heb in China, Afghanistan, Nigeria, Albanië en Irak gewerkt. Vijf jaar heb ik heen en weer gereisd naar Syrië, tot daar de burgeroorlog uitbrak.

Wat deed u daar?

Sörensen: De Syrische ambassadeur bij de Europese Unie had me gevraagd. Het was de bedoeling om twee vluchthuizen uit de grond te stampen, in Damascus en Aleppo. Het plan kreeg de rechtstreekse steun van het regime, vooral mevrouw Assad was er nauw bij betrokken. We kregen dus alle medewerking, maar tegelijkertijd voelde je dat er iets niet in de haak was. Syrië was een echte politiestaat. Iedereen wantrouwde iedereen, ook wij werden constant in de gaten gehouden.

Ik heb er zelf de stekker uit getrokken kort voor de burgeroorlog uitbrak, maar er waren al langer tekens aan de wand. Vlak naast ons opvanghuis in Damascus was er een pand waar de politie opposanten folterde, we konden het gewoon horen. Een van onze meisjes, pas bevallen na een verkrachting, werd weggehaald en naar het martelcentrum gebracht. Omdat haar broer een terrorist was, werd gefluisterd. Dat fluisteren mag je letterlijk nemen, want door de angstcultuur durfde niemand hardop te praten. We hadden een arts in dienst, een Mexicaanse die met een Syriër was getrouwd. Soms werd ze door de buren opgevorderd om gemartelde slachtoffers weer op te lappen of bij te brengen.

Patsy Sörensen

- 1952: geboren in Antwerpen

- Studeert plastische kunsten, werkt een tijd als lerares

- 1987: sticht Payoke, oorspronkelijk als inloophuis voor prostituees en buurtbewoners van het Schipperskwartier. Al snel wordt het een opvang- en begeleidingscentrum voor slachtoffers van mensenhandel

- Verwerft nationale bekendheid met haar strijd tegen de Bende van de Miljardair.

- Werkt mee aan Ze zijn zo lief, meneer, het ophefmakende boek van Chris De Stoop

- 1988-1994: Gemeenteraadslid SP

- 1995-1999: Schepen Emancipatiebeleid en Burgerlijke Stand Agalev

- 1999-2004: Europarlementslid Agalev

- 2005: Grootofficier in de Kroonorde

- Geeft lezingen over mensenhandel in binnen- en buitenland

Sterke anekdotes genoeg uit uw carrière: u bent met de dood bedreigd, aangevallen met een bunsenbrander, u raakte verwikkeld in nachtelijke achtervolgingen in de Limburgse bossen, ... Allemaal echt gebeurd of een beetje aangedikt?

Sörensen: Allemaal echt gebeurd. Kijk, ik ben van nature nieuwsgierig. Als een onbekende me belt en zegt dat hij me na zonsondergang op een afgelegen plek wil spreken, dan ga ik ernaartoe. En wees er maar zeker van: ik heb nog niet alles verteld. Zoals die keer in dat megabordeel in Szentendre, een stad vlak bij Boedapest. Het moet in 1995 zijn geweest, ik had me er binnen gebluft als eigenares van een Luxemburgs bordeel op zoek naar nieuwe meisjes. In feite wilde ik er een spoor natrekken, het had te maken met hardcore pornovideo's. Ik zie die club nog zo voor me: tientallen meisjes, het krioelde er van de Russische maffiosi. Ik heb toen nog een meisje helpen ontsnappen dat aan een pooier zou worden doorverkocht.

Na dertig jaar kunt u de balans opmaken: is de mensenhandel op zijn retour?

Sörensen: Nee. Het is net als met drugs, er valt zoveel geld mee te verdienen dat het nooit zal verdwijnen. We hebben de voorbije dertig jaar natuurlijk een enorme weg afgelegd. Helaas loopt het de laatste tijd weer wat stroever, omdat de strijd tegen het terrorisme bij de politie veel energie en mankracht heeft weggezogen.

Prostitutie trekt de meeste aandacht, maar in feite is dat misleidend. Mensenhandel gaat veel breder, Payoke vangt tegenwoordig meer slachtoffers van economische dan van seksuele exploitatie op, vooral mannen zelfs. Ook daar hoor je schrijnende verhalen. Mannen en vrouwen die op weg naar Europa mishandeld en vernederd zijn en vervolgens hier in abominabele omstandigheden uitgebuit worden. Ze wassen auto's in de carwash, kloppen marathondiensten in nachtwinkels en restaurants, maken wc's schoon, als ze al niet gedwongen worden om te bedelen. Altijd voor een hongerloon, want het echte geld gaat naar de mensenhandelaars. Het is je reinste slavernij.

Veel feministen ijveren voor een verbod op prostitutie. In Zweden worden klanten van prostituees vervolgd. U hebt dat idee altijd afgewezen. Waarom?

Sörensen: Ik weet dat ze het bij de Nationale Vrouwenraad niet graag horen, maar ik heb geen probleem met prostitutie, zolang er geen uitbuiting aan te pas komt. Dat is altijd de visie van Payoke geweest: we vechten niet tegen prostitutie, maar tegen mensenhandel. Kijk, Nigeriaanse meisjes zitten haast altijd in de greep van een voodoopriester, nog zo'n fenomeen dat Payoke een kwarteeuw geleden als eerste signaleerde. De politie lachte ons toen uit, het ging er niet in dat meisjes konden worden afgedreigd met een morsig zakje met wat haarlokken, vingernagels of bloederige smurrie. Intussen weten ze wel beter: dat morsige zakje is haast altijd een sterke aanwijzing voor mensenhandel.

Payoke heeft al heel wat Nigeriaanse meisjes geholpen om met hun voodoopriester te breken. Toch zie je dat sommigen na hun verblijf in ons centrum vrijwillig naar het vak terugkeren. Dat lijkt onbegrijpelijk, maar je moet het van hun standpunt bekijken. Na jaren van uitbuiting krijgen ze eindelijk de kans om voor eigen rekening te werken en er echt aan te verdienen. Een jaar in de prostitutie, en ze kunnen met opgeheven hoofd en een gevulde portefeuille naar Nigeria terugkeren. Daar heb ik geen probleem mee.

Op de Payoke-website staan schokkende getuigenissen. Hoe houdt u dit werk al dertig jaar vol? Met een dikke laag eelt op de ziel?

Sörensen: Nee, geen eelt op de ziel. Dat zou dodelijk zijn voor de motivatie. Ik word nog altijd kwaad als ik met zulke toestanden word geconfronteerd. Verontwaardiging is de brandstof waarop ik draai.

Dit artikel verschijnt woensdag 8 augustus in Knack.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.