Bij palliatieve sedatie wordt het bewustzijn van een patiënt verlaagd door het toedienen van medicatie, met als doel het lijden te verlichten. De standaard voor het opsporen van pijn is in eerste instantie altijd zelfrapportering, maar in het geval van continue palliatieve sedatie is de patiënt niet meer in staat te communiceren. Daarom zijn er voor niet-communicatieve patiënten observatieschalen ontwikkeld, maar het probleem is dat deze schalen niet-responsiviteit gelijkstellen aan niet bewust zijn. Een patiënt kan weliswaar niet reageren en toch bewust zijn en pijn ervaren. In de studie werden twee monitors gebruikt om de klinische inschatting van de hulpverleners na te gaan. Het gaat om de Neurosense, die aangeeft hoe diep de persoon tot rust is gebracht, en de ANI-monitor, die mogelijke pijn aangeeft. De monitors gaven duidelijk aan dat de subjectieve klinische inschattingen van de zorgverleners en de objectieve inschattingen van de monitors erg uiteenlopend waren. "Een van de meest opvallende bevindingen was dat wanneer er volgens de monitor toch nog sprake was van mogelijk bewustzijn, dit door de zorgverleners slechts in 24 procent van de gevallen werd herkend en dus in ongeveer drie vierde van de gevallen werd gemist", stelt Six. De geïnterviewde artsen, verpleegkundigen en familieleden gaven aan open te staan voor het gebruik van monitors. (Belga)

Bij palliatieve sedatie wordt het bewustzijn van een patiënt verlaagd door het toedienen van medicatie, met als doel het lijden te verlichten. De standaard voor het opsporen van pijn is in eerste instantie altijd zelfrapportering, maar in het geval van continue palliatieve sedatie is de patiënt niet meer in staat te communiceren. Daarom zijn er voor niet-communicatieve patiënten observatieschalen ontwikkeld, maar het probleem is dat deze schalen niet-responsiviteit gelijkstellen aan niet bewust zijn. Een patiënt kan weliswaar niet reageren en toch bewust zijn en pijn ervaren. In de studie werden twee monitors gebruikt om de klinische inschatting van de hulpverleners na te gaan. Het gaat om de Neurosense, die aangeeft hoe diep de persoon tot rust is gebracht, en de ANI-monitor, die mogelijke pijn aangeeft. De monitors gaven duidelijk aan dat de subjectieve klinische inschattingen van de zorgverleners en de objectieve inschattingen van de monitors erg uiteenlopend waren. "Een van de meest opvallende bevindingen was dat wanneer er volgens de monitor toch nog sprake was van mogelijk bewustzijn, dit door de zorgverleners slechts in 24 procent van de gevallen werd herkend en dus in ongeveer drie vierde van de gevallen werd gemist", stelt Six. De geïnterviewde artsen, verpleegkundigen en familieleden gaven aan open te staan voor het gebruik van monitors. (Belga)