Uit de prognoses blijkt dat het de situatie in het parlement weinig zou wijzigen. De PP, de conservatieve partij, ging erop vooruit tegenover de vorige verkiezing eind april. Maar ze blijft met ongeveer 20,1 procent ver achter de socialisten. De leiders van de PSOE en de PP sloten voor de verkiezingen uit dat ze samen een coalitie zouden vormen. De rechts-populisten van Vox groeien van de op vier na grootste tot de op twee na grootste partij. Ze zouden 56 à 59 zetels halen, een verdubbeling. In april maakte Vox zijn intrede in het parlement. Het linkse Unidas Podemos (UP) komt vierde met 30 tot 34 zetels. Dat is een groot verlies tegenover april. Hoofdreden voor de moeilijke regeringsvorming in Spanje is het partijlandschap dat steeds meer versplintert. Vroeger bestond er een de facto tweepartijensysteem. Socialisten en conservatieven wisselden elkaar steeds af aan de macht. (Belga)