De Vlaamse regering wil al langer een systeem van minimale dienstverlening invoeren bij De Lijn, een beetje naar het voorbeeld van het systeem dat al bij de NMBS bestaat. Dat systeem moet ervoor zorgen dat reizigers bij stakingen niet in de kou blijven staan en kunnen terugvallen op een basisdienstverlening. Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters gaf het sociaal overleg bij De Lijn aanvankelijk zes maanden de tijd om zelf een regeling uit te werken. Door de coronacrisis en de uitgestelde sociale verkiezingen kreeg De Lijn extra respijt. Maar in december 2020 kwam de Open Vld-minister met een eigen voorstel op de proppen. Eerst lieten de sociale partners verstaan dat ze met een tegenvoorstel zouden komen, maar daar zagen ze uiteindelijk van af. Daarom zette Peeters door met haar eigen voorstel. De regeling voorziet onder meer dat een stakingsaanzegging minimum 8 dagen op voorhand moet gemeld worden en dat werknemers tot 72 uur voor de staking de tijd krijgen om te laten weten of ze mee staken. Op basis van de informatie tekent De Lijn een vervoersaanbod uit. Dat maakt de vervoersmaatschappij ook ten laatste 24 uur op voorhand bekend aan de reizigers. Volgens Jos D'Haese van PVDA is het decreet een inperking van het stakingsrecht, honderd jaar nadat dat werd ingevoerd in België. Els Robeyns van Vooruit noemt het een symbooldossier, waarmee de aandacht wordt afgeleid van het echte probleem, de jarenlange desinvestering die de vervoersmaatschappij onderuit heeft gehaald. Chris Janssens ziet geen uitholling van het stakingsrecht. "Het is in globo een stap in de goede richting, maar wij hebben vraagtekens, bij onder meer de naleving bij spontane stakingen", aldus de Vlaams Belanger. Stijn Bex van Groen, tot slot, noemt de timing van het decreet bijzonder cynisch, nu enkele weken geleden de grote omwenteling bij het Vlaamse openbaar vervoer, de basisbereikbaarheid, voor een tweede keer werd uitgesteld. (Belga)

De Vlaamse regering wil al langer een systeem van minimale dienstverlening invoeren bij De Lijn, een beetje naar het voorbeeld van het systeem dat al bij de NMBS bestaat. Dat systeem moet ervoor zorgen dat reizigers bij stakingen niet in de kou blijven staan en kunnen terugvallen op een basisdienstverlening. Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters gaf het sociaal overleg bij De Lijn aanvankelijk zes maanden de tijd om zelf een regeling uit te werken. Door de coronacrisis en de uitgestelde sociale verkiezingen kreeg De Lijn extra respijt. Maar in december 2020 kwam de Open Vld-minister met een eigen voorstel op de proppen. Eerst lieten de sociale partners verstaan dat ze met een tegenvoorstel zouden komen, maar daar zagen ze uiteindelijk van af. Daarom zette Peeters door met haar eigen voorstel. De regeling voorziet onder meer dat een stakingsaanzegging minimum 8 dagen op voorhand moet gemeld worden en dat werknemers tot 72 uur voor de staking de tijd krijgen om te laten weten of ze mee staken. Op basis van de informatie tekent De Lijn een vervoersaanbod uit. Dat maakt de vervoersmaatschappij ook ten laatste 24 uur op voorhand bekend aan de reizigers. Volgens Jos D'Haese van PVDA is het decreet een inperking van het stakingsrecht, honderd jaar nadat dat werd ingevoerd in België. Els Robeyns van Vooruit noemt het een symbooldossier, waarmee de aandacht wordt afgeleid van het echte probleem, de jarenlange desinvestering die de vervoersmaatschappij onderuit heeft gehaald. Chris Janssens ziet geen uitholling van het stakingsrecht. "Het is in globo een stap in de goede richting, maar wij hebben vraagtekens, bij onder meer de naleving bij spontane stakingen", aldus de Vlaams Belanger. Stijn Bex van Groen, tot slot, noemt de timing van het decreet bijzonder cynisch, nu enkele weken geleden de grote omwenteling bij het Vlaamse openbaar vervoer, de basisbereikbaarheid, voor een tweede keer werd uitgesteld. (Belga)