Een ex-agent van de Staatsveiligheid had beschuldigingen van corruptie geuit. Het parket startte daarop een vooronderzoek, maar dat vooronderzoek is nu zonder gevolg geklasseerd 'bij gebrek aan enig misdrijf'.

Het parket van Brussel had het opsporingsonderzoek naar vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken en Defensie Didier Reynders geopend na de beschuldigingen van een ex-geheim agent. De man werkte van 2007 tot 2018 bij de Staatsveiligheid. In zijn politieverhoor maakte Nicolas Ullens de Schooten gewag van smeergeld dat zou zijn betaald bij een reeks overheidsopdrachten en overheidsaankopen. Hij verwees onder meer naar de verhuis van de federale politie naar het Rijksadministratief Centrum in Brussel, Kazachgate en een zaak rond Libische fondsen.

Ullens wilde naar eigen zeggen voorkomen dat Reynders tot Europees commissaris zou benoemd worden, want dan zou het voor het parket worden moeilijker om een onderzoek te voeren. Volgens de man was zijn strijd ingegeven door het algemeen belang. 'Ik ben ervan bewust dat het kamp-Reynders me zal proberen weg te zetten als iemand die hem politiek wil beschadigen. Maar dat klopt niet. 80 procent van het sociaal milieu waar ik uitkom, stemt op hem. Ik heb geen enkel persoonlijk belang om me op hem te richten', zei hij in De Tijd.

'Voor het geval er vreemde dingen zouden gebeuren: ik ga niet naar de parking in Cointe (waar PS-politicus André Cools in 1991 werd vermoord, red.), ik ben niet suïcidaal en ik zie geen enkele reden om een eind te maken aan mijn leven', voegde Ullens er nog aan toe.