Het langverwachte voorontwerp van pandemiewet van minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden voert een wettelijk kader in voor maatregelen die de regering kan nemen in een medische noodsituatie, zoals een pandemie. Dat gebeurt nu al maanden door middel van ministeriële besluiten, maar die werkwijze stuit op kritiek van de oppositie en grondwetsexperten, die vinden dat het parlement buitenspel wordt gezet.

De Hoge Raad voor Justitie kan echter geen positief advies geven over het ontwerp van pandemiewet dat nu voorligt. In een advies dinsdag formuleert de raad verschillende opmerkingen. Zo vreest de HRJ dat de wet tot nieuwe geschillen zal leiden, 'over de niet-naleving van de maatregelen die bij epidemische noodsituatie worden opgelegd'. Ze verwijst daarbij onder meer naar geschillen over de duur van de getroffen maatregelen en de beoordeling van de noodsituatie. 'De kans reëel is dat de rechtscolleges de inkomende dossiers niet meer zullen kunnen verwerken bij gebrek aan middelen.'

Nog: 'Het is realistisch te veronderstellen dat beroepen tot vernietiging bij het Grondwettelijk Hof zullen worden ingesteld tegen de bepalingen van dit voorontwerp of dat prejudiciële vragen worden voorgelegd aan dit Hof naar aanleiding van vorderingen bij de hoven en rechtbanken', luidt het.

De HRJ stipt dinsdag ook aan dat het 'niet aan de minister van Binnenlandse Zaken om de werking van de rechterlijke orde via ministerieel besluit te regelen'. In het ontwerp dat voorligt roept de regering via een KB een epidemische noodsituatie voor maximaal drie maanden. Nadien kan de minister van Binnenlandse Zaken maatregelen nemen door middel van ministeriële besluiten die binnen de regering zijn overlegd.

De HRJ maakt zich voorts zorgen over de verschillende bepalingen over de bescherming van persoonsgegevens. 'In een rechtsstaat moet de wetgever ervoor zorgen dat de burger in het kader van een democratisch debat, kan nagaan welke persoonsgegevens zullen worden ingezameld, hoe ze zullen worden verwerkt, wie ze zal verwerken, voor wie en met welk doel', zegt de HRJ, die er op wijst dat op die manier de wettigheid van het beoogde doel kan worden gecontroleerd. 'De onmogelijkheid om dat te doen, kan aan veel geschillen ten grondslag liggen.' De verschillende bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens moeten dus worden herzien.

Tot slot heeft de HRJ ook opmerkingen bij de opgelegde straffen indien de maatregelen niet worden nageleefd. Die straffen zijn in het voorontwerp dezelfde als in de wet op de civiele veiligheid. In plaats van bestaande bepalingen over te nemen, was het beter geweest nieuwe straffen te bedenken vermits het voorontwerp uitdrukkelijk in nieuwe inbreuken voorziet, aldus nog de Hoge Raad voor Justitie.

Het langverwachte voorontwerp van pandemiewet van minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden voert een wettelijk kader in voor maatregelen die de regering kan nemen in een medische noodsituatie, zoals een pandemie. Dat gebeurt nu al maanden door middel van ministeriële besluiten, maar die werkwijze stuit op kritiek van de oppositie en grondwetsexperten, die vinden dat het parlement buitenspel wordt gezet. De Hoge Raad voor Justitie kan echter geen positief advies geven over het ontwerp van pandemiewet dat nu voorligt. In een advies dinsdag formuleert de raad verschillende opmerkingen. Zo vreest de HRJ dat de wet tot nieuwe geschillen zal leiden, 'over de niet-naleving van de maatregelen die bij epidemische noodsituatie worden opgelegd'. Ze verwijst daarbij onder meer naar geschillen over de duur van de getroffen maatregelen en de beoordeling van de noodsituatie. 'De kans reëel is dat de rechtscolleges de inkomende dossiers niet meer zullen kunnen verwerken bij gebrek aan middelen.' Nog: 'Het is realistisch te veronderstellen dat beroepen tot vernietiging bij het Grondwettelijk Hof zullen worden ingesteld tegen de bepalingen van dit voorontwerp of dat prejudiciële vragen worden voorgelegd aan dit Hof naar aanleiding van vorderingen bij de hoven en rechtbanken', luidt het. De HRJ stipt dinsdag ook aan dat het 'niet aan de minister van Binnenlandse Zaken om de werking van de rechterlijke orde via ministerieel besluit te regelen'. In het ontwerp dat voorligt roept de regering via een KB een epidemische noodsituatie voor maximaal drie maanden. Nadien kan de minister van Binnenlandse Zaken maatregelen nemen door middel van ministeriële besluiten die binnen de regering zijn overlegd. De HRJ maakt zich voorts zorgen over de verschillende bepalingen over de bescherming van persoonsgegevens. 'In een rechtsstaat moet de wetgever ervoor zorgen dat de burger in het kader van een democratisch debat, kan nagaan welke persoonsgegevens zullen worden ingezameld, hoe ze zullen worden verwerkt, wie ze zal verwerken, voor wie en met welk doel', zegt de HRJ, die er op wijst dat op die manier de wettigheid van het beoogde doel kan worden gecontroleerd. 'De onmogelijkheid om dat te doen, kan aan veel geschillen ten grondslag liggen.' De verschillende bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens moeten dus worden herzien. Tot slot heeft de HRJ ook opmerkingen bij de opgelegde straffen indien de maatregelen niet worden nageleefd. Die straffen zijn in het voorontwerp dezelfde als in de wet op de civiele veiligheid. In plaats van bestaande bepalingen over te nemen, was het beter geweest nieuwe straffen te bedenken vermits het voorontwerp uitdrukkelijk in nieuwe inbreuken voorziet, aldus nog de Hoge Raad voor Justitie.