De Kamercommissie Binnenlandse Zaken had voor morgenmiddag tijd uitgetrokken voor de bespreking van het 'wetsontwerp betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie': de pandemiewet. Die moet zorgen voor een aanvullende rechtsgrond om verregaande maatregelen te kunnen nemen in gezondheidscrisissen. Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) liet de tekst vorige week agenderen onder voorbehoud: de regering moest het ontwerp nog afkloppen en indienen.

Omdat dat maandagmiddag nog niet gebeurd was, besliste de voorzitter van de Commissie Binnenlandse Zaken, Ortwin Depoortere (Vlaams Belang), in samenspraak met het secretariaat van de Kamer en de adjunct-grifier, om het ontwerp van de agenda te halen. 'Het ontwerp zou wel klaar zijn, maar zou pas morgenvroeg ondertekend zijn door de koning. We kunnen de tekst pas daarna bespreken', zegt hij aan Belga.

De ministerraad heeft het wetsontwerp maandagmiddag wel al goedgekeurd en de tekst is overgemaakt aan het parlement, laat minister Verlinden weten in een persbericht. 'Gelet op de ijver en de eerdere betrokkenheid van het parlement, rekent de regering op een spoedige bespreking', klinkt het daar.

'Amateuristisch'

De Commissie heeft ook woensdagnamiddag nog tijd uitgetrokken voor de pandemiewet. Dat agendapunt blijft voorlopig staan, bevestigt Depoortere, die vermoedt dat de conferentie van voorzitters die woensdag op de middag samenkomt een regeling der werkzaamheden zal uitwerken.

N-VA-Kamerlid Peter De Roover, wiens fractie zelf een wetsvoorstel voor een pandemiewet heeft ingediend, noemt het 'amateuristisch' dat de regering 'er niet in slaagt haar tekst op tijd af te krijgen'. 'Dit is een blamage voor de manier waarop ze deze toch wel ernstige aangelegenheid aanpakt', zegt hij aan Belga.

Voor de N-VA-fractieleider zou het sowieso niet van respect voor het parlement getuigen om het ontwerp minder dan 24 uur voor de bespreking in de commissie nog over te maken aan de Kamer. 'Daar zijn geen formele regels voor, maar de pandemiewet is nu al maandenlang een thema, dan kan het niet dat wij dat snel-snel moeten doornemen. In een absolute noodsituatie kan dat, maar hier is daar geen enkele reden voor.'

Dwangsom

Intussen moet de regering wel haast maken met de pandemiewet wil ze een dagelijkse dwangsom van 5.000 euro vermijden. Die dreiging is het gevolg van de uitspraak van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg, die de wettelijke basis waarop de coronamaatregelen nu gebaseerd zijn eind maart ongeldig verklaarde. De regering kreeg een maand de tijd om een degelijke wettelijke basis te voorzien. Die periode loopt vrijdag af, tenzij de rechter in beroep voor die tijd nog een ander oordeel velt.

Het voorontwerp van de pandemiewet doorliep eerder dit jaar al een volledig traject in de Kamer, met een resem hoorzittingen en een plenaire bespreking. De regering wilde het parlement daarmee al in een uitzonderlijk vroeg stadium betrekken bij de uitwerking van het wettelijk kader. 'We hebben de afgelopen maanden onze opdracht van democratische vernieuwing in de praktijk omgezet', zegt Verlinden daarover. 'Nog nooit werd het parlement in de totstandkoming van een wetsontwerp zo intens betrokken.'

De parlementaire werkzaamheden resulteerden in meer dan 600 pagina's aan opmerkingen. Daarbovenop kwamen ook nog adviezen van de Raad van State en de Gegevensbeschermingsautoriteit.

Koninklijk besluit

De regering heeft de tekst intussen op enkele punten aangepast, laat het kabinet-Verlinden weten. Zo is het de bedoeling om de maatregelen te nemen via koninklijk besluit, de facto dus door de voltallige regering. In de eerste versie van de pandemiewet was de handtekening van de minister van Binnenlandse Zaken voldoende. Verlinden houdt wel een slag om de arm: maatregelen 'die geen enkel uitstel dulden' kunnen via ministerieel besluit worden genomen 'om dreigend gevaar te vermijden'.

Daarnaast wordt de termijn waarbinnen het parlement het koninklijk besluit, waarmee de epidemische noodsituatie wordt uitgeroepen, moet bekrachtigen verlengd, om een ruimer parlementair debat mogelijk te maken. In het voorontwerp was sprake van twee tot vijf dagen, in het ontwerp worden dat er vijftien.

Tot slot verduidelijkt de tekst dat de federale regering de deelstaten vooraf de kans geeft tot overleg wanneer maatregelen een rechtstreekse impact hebben op hun bevoegdheidsdomeinen en is er een 'evenwichtig en proportioneel' sanctioneringsmechanisme uitgewerkt. Voor de verwerking van persoonsgegevens wordt nog bekeken of er een apart wettelijk kader moet worden voorzien, klinkt het nog. (Belga)

De Kamercommissie Binnenlandse Zaken had voor morgenmiddag tijd uitgetrokken voor de bespreking van het 'wetsontwerp betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie': de pandemiewet. Die moet zorgen voor een aanvullende rechtsgrond om verregaande maatregelen te kunnen nemen in gezondheidscrisissen. Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) liet de tekst vorige week agenderen onder voorbehoud: de regering moest het ontwerp nog afkloppen en indienen. Omdat dat maandagmiddag nog niet gebeurd was, besliste de voorzitter van de Commissie Binnenlandse Zaken, Ortwin Depoortere (Vlaams Belang), in samenspraak met het secretariaat van de Kamer en de adjunct-grifier, om het ontwerp van de agenda te halen. 'Het ontwerp zou wel klaar zijn, maar zou pas morgenvroeg ondertekend zijn door de koning. We kunnen de tekst pas daarna bespreken', zegt hij aan Belga.De ministerraad heeft het wetsontwerp maandagmiddag wel al goedgekeurd en de tekst is overgemaakt aan het parlement, laat minister Verlinden weten in een persbericht. 'Gelet op de ijver en de eerdere betrokkenheid van het parlement, rekent de regering op een spoedige bespreking', klinkt het daar. De Commissie heeft ook woensdagnamiddag nog tijd uitgetrokken voor de pandemiewet. Dat agendapunt blijft voorlopig staan, bevestigt Depoortere, die vermoedt dat de conferentie van voorzitters die woensdag op de middag samenkomt een regeling der werkzaamheden zal uitwerken.N-VA-Kamerlid Peter De Roover, wiens fractie zelf een wetsvoorstel voor een pandemiewet heeft ingediend, noemt het 'amateuristisch' dat de regering 'er niet in slaagt haar tekst op tijd af te krijgen'. 'Dit is een blamage voor de manier waarop ze deze toch wel ernstige aangelegenheid aanpakt', zegt hij aan Belga. Voor de N-VA-fractieleider zou het sowieso niet van respect voor het parlement getuigen om het ontwerp minder dan 24 uur voor de bespreking in de commissie nog over te maken aan de Kamer. 'Daar zijn geen formele regels voor, maar de pandemiewet is nu al maandenlang een thema, dan kan het niet dat wij dat snel-snel moeten doornemen. In een absolute noodsituatie kan dat, maar hier is daar geen enkele reden voor.'Intussen moet de regering wel haast maken met de pandemiewet wil ze een dagelijkse dwangsom van 5.000 euro vermijden. Die dreiging is het gevolg van de uitspraak van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg, die de wettelijke basis waarop de coronamaatregelen nu gebaseerd zijn eind maart ongeldig verklaarde. De regering kreeg een maand de tijd om een degelijke wettelijke basis te voorzien. Die periode loopt vrijdag af, tenzij de rechter in beroep voor die tijd nog een ander oordeel velt. Het voorontwerp van de pandemiewet doorliep eerder dit jaar al een volledig traject in de Kamer, met een resem hoorzittingen en een plenaire bespreking. De regering wilde het parlement daarmee al in een uitzonderlijk vroeg stadium betrekken bij de uitwerking van het wettelijk kader. 'We hebben de afgelopen maanden onze opdracht van democratische vernieuwing in de praktijk omgezet', zegt Verlinden daarover. 'Nog nooit werd het parlement in de totstandkoming van een wetsontwerp zo intens betrokken.' De parlementaire werkzaamheden resulteerden in meer dan 600 pagina's aan opmerkingen. Daarbovenop kwamen ook nog adviezen van de Raad van State en de Gegevensbeschermingsautoriteit. De regering heeft de tekst intussen op enkele punten aangepast, laat het kabinet-Verlinden weten. Zo is het de bedoeling om de maatregelen te nemen via koninklijk besluit, de facto dus door de voltallige regering. In de eerste versie van de pandemiewet was de handtekening van de minister van Binnenlandse Zaken voldoende. Verlinden houdt wel een slag om de arm: maatregelen 'die geen enkel uitstel dulden' kunnen via ministerieel besluit worden genomen 'om dreigend gevaar te vermijden'. Daarnaast wordt de termijn waarbinnen het parlement het koninklijk besluit, waarmee de epidemische noodsituatie wordt uitgeroepen, moet bekrachtigen verlengd, om een ruimer parlementair debat mogelijk te maken. In het voorontwerp was sprake van twee tot vijf dagen, in het ontwerp worden dat er vijftien. Tot slot verduidelijkt de tekst dat de federale regering de deelstaten vooraf de kans geeft tot overleg wanneer maatregelen een rechtstreekse impact hebben op hun bevoegdheidsdomeinen en is er een 'evenwichtig en proportioneel' sanctioneringsmechanisme uitgewerkt. Voor de verwerking van persoonsgegevens wordt nog bekeken of er een apart wettelijk kader moet worden voorzien, klinkt het nog. (Belga)