Uit de studie blijkt dat het virus tussen maart 2020 en begin mei 2021 in 33 OESO-landen heeft geleid tot een stijging van het gemiddelde aantal sterfgevallen met 16 procent in vergelijking met dezelfde periode in de vier voorgaande jaren. In dezelfde periode is het aantal depressies en angsten ook toegenomen. Mensen voelen zich steeds eenzamer en niet langer verbonden met de samenleving. Dankzij overheidssteun bleef het gemiddelde inkomen van huishoudens in 2020 op peil en kon het jobverlies afgeremd worden, ook al daalde het gemiddelde aantal gewerkte uren sterk. Toch vreesde 14 procent van de werknemers in de Europese OESO-landen dat het waarschijnlijk was dat ze hun werk zouden verliezen binnen de drie maanden. Bijna 1 op de 3 in 25 OESO-landen gaf dan weer aan dat hij financiële moeilijkheden had. Er waren echter grote verschillen in de ervaringen tijdens de pandemie, afhankelijk van leeftijd, gender en etniciteit, maar ook van het type werk, het salaris en vaardigheden. De crisis vergrootte ook de bestaande sociale, economische en milieuproblemen, blijkt nog uit de studie. Zo hebben werknemers uit etnische minderheden tijdens de pandemie meer kans om hun job te verliezen. En ligt het sterftecijfer voor sommige etnische minderheidsgroepen meer dan twee keer zo hoog in vergelijking met dat van andere groepen. Ook jongvolwassenen worden zwaar getroffen door de crisis. Die groep werd in 2020 en 2021 geconfronteerd een grote achteruitgang op het vlak van geestelijke gezondheid, sociale verbondenheid en tevredenheid over het leven. Ook is er voor hen een grote onzekerheid op de arbeidsmarkt. Het rapport is een eerste aanzet voor aanbevelingen van de OESO rond welzijn. Het beoordeelt de gevolgen van de pandemie voor elf aspecten die zijn vastgelegd in het welzijnskader van de OESO. Het gaat om inkomen en rijkdom, werk en arbeidskwaliteit, huisvesting, gezondheid, kennis en vaardigheden, milieu, subjectief welzijn, veiligheid, evenwicht tussen werk en privéleven, sociale banden en burgerlijke betrokkenheid. Volgens het rapport moeten regeringen, die nu overgaan van noodhulp naar het stimuleren van herstel, zich focussen op wat het belangrijkste is voor het welzijn van de mensen. Een belangrijke doelstelling is volgens de OESO het vergroten van de werkzekerheid en de financiële zekerheid, zeker voor de huishoudens die het zwaarst getroffen zijn door de crisis. Daarnaast is het belangrijk om de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de mensen aan te pakken. Het welzijn van de meest kansarme kinderen en jongeren moet daarin prioriteit krijgen. (Belga)

Uit de studie blijkt dat het virus tussen maart 2020 en begin mei 2021 in 33 OESO-landen heeft geleid tot een stijging van het gemiddelde aantal sterfgevallen met 16 procent in vergelijking met dezelfde periode in de vier voorgaande jaren. In dezelfde periode is het aantal depressies en angsten ook toegenomen. Mensen voelen zich steeds eenzamer en niet langer verbonden met de samenleving. Dankzij overheidssteun bleef het gemiddelde inkomen van huishoudens in 2020 op peil en kon het jobverlies afgeremd worden, ook al daalde het gemiddelde aantal gewerkte uren sterk. Toch vreesde 14 procent van de werknemers in de Europese OESO-landen dat het waarschijnlijk was dat ze hun werk zouden verliezen binnen de drie maanden. Bijna 1 op de 3 in 25 OESO-landen gaf dan weer aan dat hij financiële moeilijkheden had. Er waren echter grote verschillen in de ervaringen tijdens de pandemie, afhankelijk van leeftijd, gender en etniciteit, maar ook van het type werk, het salaris en vaardigheden. De crisis vergrootte ook de bestaande sociale, economische en milieuproblemen, blijkt nog uit de studie. Zo hebben werknemers uit etnische minderheden tijdens de pandemie meer kans om hun job te verliezen. En ligt het sterftecijfer voor sommige etnische minderheidsgroepen meer dan twee keer zo hoog in vergelijking met dat van andere groepen. Ook jongvolwassenen worden zwaar getroffen door de crisis. Die groep werd in 2020 en 2021 geconfronteerd een grote achteruitgang op het vlak van geestelijke gezondheid, sociale verbondenheid en tevredenheid over het leven. Ook is er voor hen een grote onzekerheid op de arbeidsmarkt. Het rapport is een eerste aanzet voor aanbevelingen van de OESO rond welzijn. Het beoordeelt de gevolgen van de pandemie voor elf aspecten die zijn vastgelegd in het welzijnskader van de OESO. Het gaat om inkomen en rijkdom, werk en arbeidskwaliteit, huisvesting, gezondheid, kennis en vaardigheden, milieu, subjectief welzijn, veiligheid, evenwicht tussen werk en privéleven, sociale banden en burgerlijke betrokkenheid. Volgens het rapport moeten regeringen, die nu overgaan van noodhulp naar het stimuleren van herstel, zich focussen op wat het belangrijkste is voor het welzijn van de mensen. Een belangrijke doelstelling is volgens de OESO het vergroten van de werkzekerheid en de financiële zekerheid, zeker voor de huishoudens die het zwaarst getroffen zijn door de crisis. Daarnaast is het belangrijk om de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de mensen aan te pakken. Het welzijn van de meest kansarme kinderen en jongeren moet daarin prioriteit krijgen. (Belga)