In welke Vlaamse sport gaat het meeste geld om? Het juiste antwoord is niet voetbal of wielrennen, maar paardensport. In 2016 schatte het Departement Landbouw en Visserij de economische waarde van de paardensector op 'minstens 800 miljoen euro', goed voor 196.462 paarden en 3550 voltijdse jobs. Die cijfers slaan alleen op Vlaanderen, en de Waalse paardenfokkerij is eveneens een factor om rekening mee te houden. Om het in perspectief te plaatsen: de economische waarde van de eerste klasse in het voetbal raamt adviesbureau Deloitte op 615 miljoen en 3710 voltijdse jobs.
...

In welke Vlaamse sport gaat het meeste geld om? Het juiste antwoord is niet voetbal of wielrennen, maar paardensport. In 2016 schatte het Departement Landbouw en Visserij de economische waarde van de paardensector op 'minstens 800 miljoen euro', goed voor 196.462 paarden en 3550 voltijdse jobs. Die cijfers slaan alleen op Vlaanderen, en de Waalse paardenfokkerij is eveneens een factor om rekening mee te houden. Om het in perspectief te plaatsen: de economische waarde van de eerste klasse in het voetbal raamt adviesbureau Deloitte op 615 miljoen en 3710 voltijdse jobs. Die economische waarde van de paardensport omvat een breed gamma: van maneges waar recreatief wordt gereden tot de verkoop van paardentrailers - met Stephex Horsetrucks bezit België een wereldspeler. Maar het grootste aandeel in die 800 miljoen heeft de topsport: springpaarden van hoog niveau, waar vermogende buitenlanders een kapitaal voor neertellen. 'Waarom heel de wereld in België koopt? Simpel, omdat wij het beste van het beste bieden', vertelt Jan De Boitselier, beleidsmanager van PaardenPunt Vlaanderen, de officieuze woordvoerder van de sector. 'België was een land van trekpaarden, pas in de jaren 1950 hebben we ons op de sportpaarden gestort', zegt De Boitselier. 'Dat Belgische fokkers weinig chauvinistisch zijn, is onze grote troef gebleken. Frankrijk, Nederland en Duitsland hebben een langere voorgeschiedenis met hun toprassen, maar ze hielden die het liefst raszuiver. De Belgen hebben die rassen gemengd en er puur naar prestatie mee gefokt. Niet naar schoonheid, zoals in Nederland de traditie is. Het beste voorbeeld is het legendarische paard Darco, dat onze fokkerij internationaal op de kaart heeft gezet. Niet bepaald moeders mooiste, maar wat kon hij springen!' Darco, die in Peer vereeuwigd werd met een standbeeld, was een Belgisch Warmbloedpaard of BWP. Drie Belgische stamboeken - of rassen, al is dat er eigenlijk een verkeerde term voor - behoren tot de wereldtop: BWP, het studbook Zangersheide en SBS, een paardenras dat vooral in Wallonië wordt gefokt. Hoeveel nakomelingen Darco heeft, kan Ludo Philippaerts, zijn ruiter, nog niet bij benadering zeggen, maar het moeten er meer dan 3500 zijn. Met het zaad van Darco wordt trouwens nog steeds gekweekt, ook al overleed het paard in 2006. Zijn nageslacht verhuisde voor het overgrote deel naar buitenlandse stallen. Jaarlijks verlaten zo'n 3500 paarden, de absolute top, ons land. Wat hebben Jessica Springsteen, Jennifer Gates en Eve Jobs gemeen? Met het geld van hun beroemde vaders kochten ze een Belgisch springpaard. 'Belgische paardenfokkers zijn altijd uitgegaan van het idee: voor de juiste prijs mag alles weg. Maar ik denk dat de tijd dat Amerikanen, Japanners en Qatarezen onze stallen leegkochten stilaan voorbij is. We zijn zowaar zelf selectief geworden in wat we verkopen', zegt Axel Verlooy van Eurohorse, een van de meest prestigieuze fokbedrijven ter wereld. In 1984 nam Verlooy deel aan de Olympische Spelen. Zijn zoon Jos, een van de toptalenten van de springruiterij, is goed op weg hem te evenaren. 'De jonge Belgen hebben namelijk ook sportieve ambities. Eindelijk, zou ik zeggen. Dit hadden de eerste Olympische Spelen moeten worden waarbij we onze beste paarden niet op voorhand hadden verkocht. De coronacrisis is een streep door de rekening. Het is maar afwachten of we die toppaarden kunnen behouden tot 2021.' De Belgische ruiters van de vorige generatie waren naast sportmannen ook bedrijfsleiders voor wie de handel moest draaien. Vandaag trekken hun zonen aan de teugels. Ze hebben ingezien dat het kan renderen om de beste paarden een beetje langer te houden. 'Ik verkoop mijn beste paarden niet, maakt niet uit wat ze bieden. En ze hebben al véél geboden', vertelt Axel Verlooy. 'Er is de emotionele kant van het verhaal: mijn zoon wil schitteren op die paarden. Als het een andere ruiter was, zou ik misschien anders beslissen. Je moet ook nee kunnen zeggen wanneer een rijke Aziaat 10 miljoen dollar biedt: dat is niet iedereen gegeven. Eigenlijk gaat de keuze tussen nu cashen of investeren in sportief succes dat de hele stal omhoogtrekt. Een medaillewinnaar in de stoeterij drijft de prijzen op.' Op de laatste Olympische Spelen bleek een op de vier springpaarden opgegroeid in Belgische stallen. Zeven Belgische paarden wonnen in Rio een medaille: dat is meer dan onze atleten. Toch weerklonk geen enkele keer de Brabançonne: Franse, Zweedse en Amerikaanse ruiters pronkten met het eremetaal. Rio was een wake-upcall voor de Belgische ruiters. De laatste drie seizoenen maakt België een ongeziene sprong voorwaarts. Zes Belgische ruiters staan in de top 50 van de wereldranglijst, en vorig jaar werd de landenploeg voor het eerst Europees kampioen. Alles stond klaar om te oogsten op de Olympische Spelen in Tokio. Nadien zouden de prijsbeesten voor een bom geld naar het buitenland verhuizen. 'Het was niet mijn bedoeling om mijn paarden na de Spelen te gelde te maken, maar het uitstel heeft ongetwijfeld in sommige stallen de financiële planning overhoop gehaald', zegt Pieter Devos, Belgiës beste springruiter. 'Je moet af en toe verkopen - dat weet iedere ruiter die er professioneel mee bezig is - maar ik mik niet op handel, wel op prijzengeld. De gages zijn de laatste jaren fors gestegen: door consistent goeie uitslagen te rijden kun je een mooi inkomen verzamelen. Dat er door de coronacrisis geen wedstrijden doorgaan, is dus een zware slag. Ik hoop dat ik me vergis, maar de realist in mij zegt dat we voor januari 2021 geen internationale topwedstrijden rijden. Hoe verteren Claire Z en Jade vd Bisschop, de paarden waarmee ik naar de Spelen wou, een jaar zonder competitie? Nog een geluk dat ze maar 11 en 12 jaar zijn. Wie met oudere paarden zit, heeft een probleem.' De paardensport en -handel liggen nagenoeg stil sinds de uitbraak van het virus. Er gingen de laatste weken een aantal veilingsites online, maar topfokker Axel Verlooy ziet er geen brood in. 'Een koper wil een paard zien en het berijden eer hij geld spendeert - en geef hem eens ongelijk. Voor onze sporttalenten is dat een geluk bij een ongeluk: ze krijgen nu toch geen topprijs voor hun beste paarden, dus je houdt ze beter tot 2021. Maar voor de sector is corona een drama. Er zijn geen inkomsten en de vaste kosten lopen door. Ik kan mijn personeel niet op technische werkloosheid sturen: de paarden gaan zichzelf niet verzorgen. Dit mag niet lang meer duren of alle stoeterijen komen in moeilijkheden.' Ondanks de aankoop van de beste bloedlijnen en Belgische knowhow slaagt men er in het buitenland niet in om op Belgisch niveau paarden te kweken. 'We hebben zeker geluk met onze ligging', tracht Jan De Boitselier een verklaring te geven. 'Paarden floreren in het Belgische gematigde klimaat van niet te warm en niet te koud. En Belgische grond levert van nature malse weien op. Maar België bezit vooral een ongezien reservoir van paardenkennis en liefhebberij. Alles is van het hoogste niveau. Neem onze wereldberoemde hoefsmedenschool in Anderlecht. Afgestudeerden verdienen fortuinen in Amerika, maar de slaagpercentages liggen lager dan aan de universiteit. Onze dierenartsenij beoefent wetenschappelijke spitstechnologie. Veearts en topfokker Joris De Brabander is een trendsetter, net als het Zonnebeekse bedrijf Keros, dé referentie op het vlak van embryotransplantatie.' De handel in paardensperma, -eicellen of -embryo's levert bijna evenveel op als die van volgroeide dieren. Prijzen voor een rietje diepgevroren sperma variëren tussen 50 euro en 28.000 euro voor zaad van kampioenenpaard Chacco-Blue. Sinds de coronacrisis bieden veel hengstenhouders aan dat het dekgeld pas volgend jaar moet worden betaald, bij de geboorte van een levend veulen. De bevruchtingstechnieken worden almaar spectaculairder. Zo is het ondertussen mogelijk om van overleden merries follikels te schrapen en alsnog haar eicellen te oogsten. Klonen ging de volgende stap voorwaarts zijn, maar de resultaten vallen voorlopig tegen. Bij klonering kopieert men DNA in een eicel die zelf van haar erfelijk materiaal wordt ontdaan. Het resultaat is een veulen dat genetisch identiek is aan de superkampioen die DNA afstond. Toch presteert geen enkele kloon zo goed als zijn origineel. 'Legendarische paarden van 20, 30 jaar geleden zijn hun genetische voorsprong kwijt: wellicht verklaart dat het matige succes van de kloonpaarden', vermoedt Jan De Boitselier. 'Een paard dat over 1m60 springt, was 20 jaar geleden een half mirakel, vandaag is dat het minimum. De lat ligt, letterlijk, almaar hoger.' Klonen blijkt vooral nuttig voor de fokkerij. Ruinen die op jonge leeftijd gecastreerd werden om ze handelbaar te maken en later superspringers blijken te zijn, kloont men, waarna hun dubbelganger ingezet wordt als dekhengst. Een duur procedé, maar bij de echte toppers loont het. Uniek voor de Belgische paardensport is dat er een bijzonder grote onderbouw bestaat van hobbykwekers. Ruim 90 procent van de Vlaamse paarden wordt geboren bij kleine fokkers met amper drie veulens per jaar. 'Zoals er in het voetbal talloos veel kleine clubjes zijn die de sportpassie aanwakkeren en hun betere spelers laten doorstromen naar de top, zo zijn er in de paardensport bedreven minifokkers, waarbij heftig wordt gescout', vertelt Jan De Boitselier. 'Die mensen zijn liefhebbers die niet noodzakelijk dromen van het grote geld. Sterker nog: de meesten zullen er ongetwijfeld geld bij inschieten. Zij presenteren hun beste paarden in lokale wedstrijden en zijn trots wanneer een grote stal hen oppikt. Die kruisbestuiving van liefhebbers en topfokkers bestaat nergens anders ter wereld.' 'Het nadeel daaraan is dat ook liefhebbers nu topspringers willen kweken. Sportpaarden hebben doorgaans niet het makkelijkste karakter. Met grote snelheid over 1m60 springen: een doordeweeks paard durft dat niet. Je hebt er onverschrokken atleten voor nodig, paarden met temperament. Profruiters kunnen dat aan, maar een recreant is meer met een braaf paard. Jammer genoeg is een gewoon recreatiepaard economisch niet rendabel. Je kunt er moeilijk meer dan 5000 euro voor vragen, maar daarmee komt de fokker niet uit de kosten.' Een paar jaar geleden kwam de paardensector stevig in het vizier van de fiscus. De prijs van een paard is wat de gek ervoor geeft en blijft na de koop vaak geheim. De belastinginspectie vermoedde dat er onder tafel stevig werd bijbetaald, maar het gewroet van de fiscus leverde uiteindelijk weinig op. 'De waarde van een paard valt inderdaad lastig te bepalen', erkent topfokker Axel Verlooy. 'En de prijs kan spectaculair schommelen. Het gaat om een risico-investering, want een ongeluk is snel gebeurd. Ik zal niet vertellen om wie het ging, maar ik hoorde van een collega die een paard voor 10 miljoen euro verkocht. Bij aankomst in zijn nieuwe stal verwondde het dier zich en was het zo goed als waardeloos. Gelukkig was de koper iemand die niet wakker ligt van een paar miljoen meer of minder.' Jumping biedt een unieke blik op de excentriciteiten van de superrijken. Zo schijnt er een Limburgse stal steen voor steen te zijn afgebroken en verscheept naar Japan. De VS, Japan en de Golfstaten zijn de grote opkopers van Belgische jumpingpaarden, maar het nieuwe grote geld komt uit Mexico en uit voormalige Oostblokstaten zoals Azerbeidzjan en Oekraïne. Rijke Chinezen zie je minder vaak, al traint de Chinese olympische ploeg wel in Meise, uiteraard op Belgische paarden. 'Terwijl het buitenland onwerkelijke bedragen geeft voor de toppaarden van nu, zijn wij al bezig een nieuwe lichting kampioenen te kweken die weer straffer zal zijn. België staat altijd twee generaties voor op de rest', zegt Axel Verlooy. 'Het doet me plezier om vast te stellen hoe veerkrachtig de Belgische paardenfokkerij is: zelfs van de coronacrisis weet men een kans te maken. Er wordt erg veel gefokt momenteel. Toppaarden die men anders zou verkopen, zet men in voor interessante kruisingen, experimenten waar normaal weinig ruimte voor is. Het virus gaat de Belgische paardensport er niet onder krijgen.'