Voor alle duidelijkheid: de eigenlijke brexit heeft al plaatsgevonden. Sinds 1 februari van dit jaar is het Verenigd Koninkrijk geen EU-lidstaat meer. Na die politieke brexit ging evenwel een overgangsperiode van start. Nog tot 31 december 2020 maakt het VK deel uit van de douane-unie en de interne markt van de EU. Dat wil zeggen dat het voordeel blijft halen uit het beleid en de programma's van de EU en dat het gebonden blijft aan de internationale verplichtingen die het als lidstaat mee goedkeurde. Van die overgangsperiode maken het VK en de EU gebruik om een akkoord te vinden over hun bilaterale relaties vanaf 2021, in de eerste plaats hun handelsbetrekkingen.

Die onderhandelingen verliepen van bij het begin onder een extreme tijdsdruk omdat de regering van de Britse premier Boris Johnson altijd heeft uitgesloten de transitieperiode te verlengen. Terwijl handelsgesprekken traditioneel jaren duren, moesten deze onderhandelingen in goed een halfjaar afgehandeld worden. Bovendien stond de EU voor een heel nieuwe uitdaging. Landen die een handelsakkoord met de Unie willen, zijn doorgaans bereid hun regels en normen op die van de EU af te stemmen.

Het VK wil net de omgekeerde beweging maken en afwijken van het Europese acquis, maar tegelijk wel zijn toegang tot de Europese interne markt houden. Alsof dit nog niet genoeg was, werden de onderhandelingen nog eens belemmerd door de coronapandemie.

Minder dan twee weken voor ook de economische brexit een feit is, hebben de onderhandelaars zo goed als alle knopen ontward. Enkel de toegang van de Europese vissers tot de Britse wateren zou nog voor hoofdbrekens zorgen. Een ingewijde noemde die gesprekken maandag "gruwelijk ingewikkeld".

Dat Brussel en Londen alsnog een akkoord vinden, is evenwel niet uit te sluiten. Om tegen 1 januari van kracht te worden, moet dat akkoord wel nog worden goedgekeurd door het Britse Lagerhuis en het Europees Parlement. De regering-Johnson lijkt ertoe in staat te zijn een deal met de EU in sneltempo door te drukken, maar het EP wil niet van haastwerk weten. Het Europees Parlement had afgelopen zondagavond middernacht als deadline gesteld. Als er nog later een akkoord zou komen, beschikt het niet meer over voldoende tijd om de tekst voor Nieuwjaar te bestuderen, te bespreken en te stemmen, luidde het vorige week. Mogelijk stemt het EP dan pas in 2021 over een het akkoord en zetten de EU-lidstaten in afwachting het licht op groen voor een voorwaardelijke inwerkingtreding. Maar ook dit proces vergt enkele dagen tijd. Noodmaatregelen zouden een eventuele periode waarin het akkoord nog niet van kracht is, dan kunnen overbruggen.

Lees ook:

-

-

Het alternatieve scenario is dat Brussel en Londen geen akkoord vinden. In dat geval zullen het VK en de EU vanaf 1 januari handel voeren op basis van de regels van de Wereldhandelsorganisatie, met mogelijk miljarden euro's aan douaneheffingen als gevolg. Een minimaal handelsakkoord is ook mogelijk, maar ook dan zullen op de sectoren die niet gedekt zijn de WTO-regels van toepassing zijn. In ieder geval zullen de Europese en Britse onderhandelaars in dit geval hun gesprekken waarschijnlijk verder willen zetten, want een Europees-Brits handelsakkoord lijkt in ieders belang, niet in het minst in dat van de bedrijven aan beide zijden van het Kanaal.

Een 'no deal' zal de handel tussen het Verenigd Koninkrijk en het Europese vasteland grondig verstoren. De Europese Commissie waarschuwt al maanden voor de gevolgen voor bedrijven en consumenten, maar ook voor burgers, overheidsdiensten, beleggers, studenten en onderzoekers. Zelfs bij een akkoord zullen grootschalige veranderingen onvermijdelijk zijn, maar het uitblijven van bindende afspraken zal de schok des te groter maken. Om de grootste impact te vermijden, heeft de EU een aantal noodmaatregelen aangenomen voor de luchtvaart, het wegtransport en de visserijsector. De voorwaarde die gesteld wordt voor het vrijwaren van het goederen en personenvervoer over het Kanaal is dat de Britten gelijkaardige stappen zetten.

Ondanks de knagende onzekerheid is het ergst denkbare scenario van de baan. Dat zou erin bestaan dat het VK na de EU ook de interne markt en de douane-unie verlaat zonder enige vorm van afspraken met de Unie. Beide partijen hebben zich er enkele weken geleden toe geëngageerd het terugtrekkingsakkoord - dat de brexit op 31 januari mogelijk maakte - integraal uit te voeren. Dat akkoord bevat afspraken over het vrijwaren van rechten van EU-burgers in het VK en omgekeerd, over de financiële bijdrage van het VK aan de Europese begroting en over een regeling voor het Ierse eiland. Het zogenaamde Protocol inzake Ierland en Noord-Ierland dat aan het terugtrekkingsakkoord is toegevoegd, vermijdt een harde grens op het eiland, beschermt de plaatselijke economie en houdt de integriteit van de Europese eengemaakte markt én van de Brits-Noord-Ierse interne markt in stand.

Tot slot zou de Britse regering (tegen de verwachting in) kunnen aangeven dat ze de transitieperiode alsnog wil verlengen, maar in Europese kringen viel al te horen dat dit juridisch onmogelijk is. In ieder geval zouden er dan afspraken moeten worden gemaakt over een nieuwe Britse bijdrage aan de Europese begroting - afspraken die ongetwijfeld de nodige onderhandelingen zouden vergen.

Voor alle duidelijkheid: de eigenlijke brexit heeft al plaatsgevonden. Sinds 1 februari van dit jaar is het Verenigd Koninkrijk geen EU-lidstaat meer. Na die politieke brexit ging evenwel een overgangsperiode van start. Nog tot 31 december 2020 maakt het VK deel uit van de douane-unie en de interne markt van de EU. Dat wil zeggen dat het voordeel blijft halen uit het beleid en de programma's van de EU en dat het gebonden blijft aan de internationale verplichtingen die het als lidstaat mee goedkeurde. Van die overgangsperiode maken het VK en de EU gebruik om een akkoord te vinden over hun bilaterale relaties vanaf 2021, in de eerste plaats hun handelsbetrekkingen. Die onderhandelingen verliepen van bij het begin onder een extreme tijdsdruk omdat de regering van de Britse premier Boris Johnson altijd heeft uitgesloten de transitieperiode te verlengen. Terwijl handelsgesprekken traditioneel jaren duren, moesten deze onderhandelingen in goed een halfjaar afgehandeld worden. Bovendien stond de EU voor een heel nieuwe uitdaging. Landen die een handelsakkoord met de Unie willen, zijn doorgaans bereid hun regels en normen op die van de EU af te stemmen. Het VK wil net de omgekeerde beweging maken en afwijken van het Europese acquis, maar tegelijk wel zijn toegang tot de Europese interne markt houden. Alsof dit nog niet genoeg was, werden de onderhandelingen nog eens belemmerd door de coronapandemie. Minder dan twee weken voor ook de economische brexit een feit is, hebben de onderhandelaars zo goed als alle knopen ontward. Enkel de toegang van de Europese vissers tot de Britse wateren zou nog voor hoofdbrekens zorgen. Een ingewijde noemde die gesprekken maandag "gruwelijk ingewikkeld". Dat Brussel en Londen alsnog een akkoord vinden, is evenwel niet uit te sluiten. Om tegen 1 januari van kracht te worden, moet dat akkoord wel nog worden goedgekeurd door het Britse Lagerhuis en het Europees Parlement. De regering-Johnson lijkt ertoe in staat te zijn een deal met de EU in sneltempo door te drukken, maar het EP wil niet van haastwerk weten. Het Europees Parlement had afgelopen zondagavond middernacht als deadline gesteld. Als er nog later een akkoord zou komen, beschikt het niet meer over voldoende tijd om de tekst voor Nieuwjaar te bestuderen, te bespreken en te stemmen, luidde het vorige week. Mogelijk stemt het EP dan pas in 2021 over een het akkoord en zetten de EU-lidstaten in afwachting het licht op groen voor een voorwaardelijke inwerkingtreding. Maar ook dit proces vergt enkele dagen tijd. Noodmaatregelen zouden een eventuele periode waarin het akkoord nog niet van kracht is, dan kunnen overbruggen.Lees ook: - - Het alternatieve scenario is dat Brussel en Londen geen akkoord vinden. In dat geval zullen het VK en de EU vanaf 1 januari handel voeren op basis van de regels van de Wereldhandelsorganisatie, met mogelijk miljarden euro's aan douaneheffingen als gevolg. Een minimaal handelsakkoord is ook mogelijk, maar ook dan zullen op de sectoren die niet gedekt zijn de WTO-regels van toepassing zijn. In ieder geval zullen de Europese en Britse onderhandelaars in dit geval hun gesprekken waarschijnlijk verder willen zetten, want een Europees-Brits handelsakkoord lijkt in ieders belang, niet in het minst in dat van de bedrijven aan beide zijden van het Kanaal. Een 'no deal' zal de handel tussen het Verenigd Koninkrijk en het Europese vasteland grondig verstoren. De Europese Commissie waarschuwt al maanden voor de gevolgen voor bedrijven en consumenten, maar ook voor burgers, overheidsdiensten, beleggers, studenten en onderzoekers. Zelfs bij een akkoord zullen grootschalige veranderingen onvermijdelijk zijn, maar het uitblijven van bindende afspraken zal de schok des te groter maken. Om de grootste impact te vermijden, heeft de EU een aantal noodmaatregelen aangenomen voor de luchtvaart, het wegtransport en de visserijsector. De voorwaarde die gesteld wordt voor het vrijwaren van het goederen en personenvervoer over het Kanaal is dat de Britten gelijkaardige stappen zetten. Ondanks de knagende onzekerheid is het ergst denkbare scenario van de baan. Dat zou erin bestaan dat het VK na de EU ook de interne markt en de douane-unie verlaat zonder enige vorm van afspraken met de Unie. Beide partijen hebben zich er enkele weken geleden toe geëngageerd het terugtrekkingsakkoord - dat de brexit op 31 januari mogelijk maakte - integraal uit te voeren. Dat akkoord bevat afspraken over het vrijwaren van rechten van EU-burgers in het VK en omgekeerd, over de financiële bijdrage van het VK aan de Europese begroting en over een regeling voor het Ierse eiland. Het zogenaamde Protocol inzake Ierland en Noord-Ierland dat aan het terugtrekkingsakkoord is toegevoegd, vermijdt een harde grens op het eiland, beschermt de plaatselijke economie en houdt de integriteit van de Europese eengemaakte markt én van de Brits-Noord-Ierse interne markt in stand. Tot slot zou de Britse regering (tegen de verwachting in) kunnen aangeven dat ze de transitieperiode alsnog wil verlengen, maar in Europese kringen viel al te horen dat dit juridisch onmogelijk is. In ieder geval zouden er dan afspraken moeten worden gemaakt over een nieuwe Britse bijdrage aan de Europese begroting - afspraken die ongetwijfeld de nodige onderhandelingen zouden vergen.